GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202302769 Vonnis van 3 februari 2025 in de zaak van de naamloze vennootschap RAGING RHINO N.V., gevestigd in Curaçao, eiseres, gemachtigde: mrs. R.F. van den Heuvel en N. Blokland, tegen [Gedaagde], wonend in [woonplaats], gedaagde, gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk. Partijen worden hierna Raging Rhino en de speler genoemd. Inleiding Het gerecht heeft eerder in soortgelijke zaken als de onderhavige, bij vonnissen van 26 augustus 2024 en van 18 november 2024, de vordering van Raging Rhino afgewezen en de vorderingen van de speler toegewezen. In de onderhavige zaak heeft Raging Rhino betoogd dat de vonnissen geen stand kunnen houden. Het gerecht oordeelt echter gelijkluidend als in de eerdere vonnissen. Raging Rhino is in Oostenrijk bij vonnis, dat in hoger beroep is bekrachtigd, jegens de speler veroordeeld tot terugbetaling van de inleggelden van de speler bij een online casino van Raging Rhino, omdat Raging Rhino in Oostenrijk niet over de voor het aanbieden van gokdiensten benodigde vergunning beschikt en de met de speler gesloten kansspelovereenkomsten daarom nietig zijn. In deze zaak speelt de vraag of deze Oostenrijkse vonnissen in Curaçao kunnen worden erkend. Geoordeeld wordt dat dat kan, omdat - anders dan Raging Rhino stelt - is voldaan aan het in het Gazprombank-arrest geformuleerde vereiste dat de erkenning van de Oostenrijkse vonnissen niet in strijd is met de Curaçaose openbare orde. 1Het procesverloop in conventie en in reconventie 1.1. Het procesverloop blijkt uit: het verzoekschrift van 29 augustus 2023, de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, de conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie, de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie, de conclusie van dupliek in reconventie. 1.2. Vonnis is bepaald op vandaag. 2De feiten in conventie en in reconventie 2.1. Raging Rhino exploiteert online casino’s op basis van een sublicentie verkregen van een vergunninghouder in Curaçao. 2.2. De speler heeft in een online casino van Raging Rhino in Oostenrijk gespeeld. Nadat hem is gebleken dat het casino in Oostenrijk niet over de voor het aanbieden van gokdiensten benodigde vergunning beschikt, is hij in Oostenrijk een procedure gestart tegen Raging Rhino om het geld dat hij heeft ingelegd terug te vorderen. 2.3. Bij vonnis van de rechtbank van Wenen van 7 december 2022 is de vordering van de speler toegewezen en is Raging Rhino veroordeeld de speler een bedrag van € 47.348 te betalen, vermeerderd met € 7.011,08 aan proceskosten. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de met de speler gesloten kansspelovereenkomsten nietig zijn omdat Raging Rhino niet over de benodigde vergunning beschikt en de betalingen door de speler daarom aan de speler moeten worden terugbetaald. 2.4. Het Hof van Wenen heeft het door Raging Rhino ingestelde hoger beroep bij vonnis van 13 februari 2023 verworpen en Raging Rhino veroordeeld in de proceskosten van de speler van € 3.092,52. 3De vorderingen in conventie en in reconventie 3.1. Raging Rhino vordert in conventie dat het gerecht voor recht verklaart dat het vonnis van de rechtbank van Wenen van 7 december 2022 en het vonnis van het Hof van Wenen van 13 februari 2023 (hierna samen: de Oostenrijkse vonnissen) zich hier te lande niet voor erkenning lenen, met veroordeling van de speler in de proceskosten. 3.2. De speler vordert in reconventie dat het gerecht Raging Rhino op de voet van artikel 431 lid 2 Rv veroordeelt al hetgeen waartoe zij in de Oostenrijkse vonnissen is veroordeeld aan de speler te betalen, met een op de wet berustende proceskostenveroordeling. 3.3. Partijen voeren over en weer verweer tegen elkaars vordering en concluderen tot niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing daarvan. 4. De beoordeling in conventie en in reconventie 4.1. In deze zaak is aan de orde de vraag of de vorderingen uit de Oostenrijkse vonnissen kunnen worden erkend in Curaçao. Daartoe geldt het bepaalde in artikel 431 lid 2 Rv. Het gerecht in Curaçao is bevoegd en Curaçaos recht is van toepassing 4.2. Artikel 431 lid 2 Rv schept in beginsel rechtsmacht voor de Curaçaose rechter. Daaruit volgt immers dat het geding dat ten overstaan van de buitenlandse rechter heeft plaatsgevonden en tot diens beslissing heeft geleid, opnieuw bij de Curaçaose rechter kan worden behandeld en afgedaan. Dit geldt ongeacht of de Curaçaose rechter aanleiding ziet tot een inhoudelijke herbeoordeling van het geschil dan wel beoordeelt of aan een beslissing van een buitenlandse rechter gezag toekomt en zich in dat verband beperkt tot een toets aan de vereisten zoals door de Hoge Raad uiteen gezet in het zogenoemde Gazprombankarrest. In zijn algemeenheid geldt hierop als uitzondering het geval waarin de eisende partij met het voorleggen van de desbetreffende vordering aan de Curaçaose rechter op de voet van artikel 431 lid 2 Rv misbruik van procesrecht maakt. Dat daar in dit geval sprake van zou zijn, is niet gesteld of gebleken. Bovendien hebben beide partijen ter zitting de bevoegdheid van de Curaçaose rechter erkend. Het gerecht is dus bevoegd om van de vorderingen van de speler kennis te nemen. 4.3. Niet in geschil is dat de vraag naar de erkenning van de Oostenrijkse vonnissen een procesrechtelijke vraag is die naar Curaçaos recht wordt beoordeeld. De Oostenrijkse vonnissen zijn niet in strijd met de Gazprombank-vereisten 4.4. Een Oostenrijks vonnis kan in Curaçao niet worden erkend en/of ten uitvoer gelegd op grond van een bepaling in een Curaçao bindend verdrag. Tussen Curaçao en Oostenrijk geldt namelijk geen verdrag waarin de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen is geregeld. 4.5. Bij de beoordeling of aan een beslissing van de Oostenrijkse rechter gezag toekomt, moet daarom worden getoetst of aan de vereisten zoals door de Hoge Raad uiteen gezet in het Gazprombankarrest is voldaan. Als uitgangspunt geldt dat een buitenlandse beslissing in Curaçao in beginsel wordt erkend indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.