ECLI:NL:OGEAC:2025:46
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR2024002364 Vonnis van 24 februari 2025 inzake: [EISERES] hierna: ‘de vrouw’, wonend in Curaçao, eiseres in conventie, gedaagde in reconventie, gevolmachtigde: mr. R.A. Koert, tegen [GEDAAGDE], hierna: ‘de man’, wonend in Curaçao, gedaagde in conventie, eiser in reconventie, gemachtigde: mr. L.N. Asjes.
1Het verloop van de procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift van 24 juni 2024; de conclusie van antwoord en eis in reconventie; de conclusie van antwoord in reconventie; de op 15 januari 2025 gehouden comparitie van partijen, waar partijen en hun gemachtigden zijn verschenen; de comparitieaantekeningen van de gemachtigden; de e-mail van de rechter aan de gemachtigden van 15 januari 2025 met daarin een voorstel voor een afdoening van de verdelingszaak; de berichten van de gemachtigden van 31 januari 2025 dat geen minnelijke regeling is overeengekomen.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.
1.3.
Zoals aan partijen bericht, zal vonnis worden gewezen op basis van de tot en met de comparitie verstrekte gegevens en wordt geen acht geslagen op hetgeen daarna nog is gemaild (zie ook artikel 22 Procesreglement Civiele Zaken). Die e-mails zijn ook niet aan het dossier toegevoegd.
1.4.
Namens de man is bezwaar gemaakt tegen de toelating van de gevolmachtigde van de vrouw. Dat bezwaar is verworpen, omdat van beroepshalve optreden als bedoeld in artikel 28a Procesreglement Civiele Zaken niet is gebleken.
2De beoordeling in conventie en in reconventie Huwelijk, echtscheiding, verdeling 2.1.
De vrouw (geboren in 1950) en de man (geboren in 1956) zijn, na tien jaar te hebben samengewoond, op [datum] 2015 met elkaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Op 25 november 2020 heeft de vrouw een echtscheidingsverzoek ingediend. Op [datum] 2021 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Bij beschikking van 4 april 2023 heeft dit gerecht de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap bevolen, met benoeming van notaris mr. Chatlein tot notaris ten overstaan van wie de werkzaamheden van de verdeling zullen plaatsvinden. Partijen zijn er niet in geslaagd om tot een verdeling te komen.
De vorderingen 2.2.
De vordering van de vrouw strekt ertoe dat het gerecht op de voet van art. 3:185 lid 1 BW en art. 678 lid 2 Rv de verdeling vaststelt zoals door haar voorgesteld. Ook de man wenst tot een verdeling te komen. Volgens hem moet verdeeld worden bij helfte. De man vordert daarnaast de opheffing van het door de vrouw onder de notaris gelegd maritaal beslag op de opbrengst van de voormalige echtelijke woning.
Redelijkheid en billijkheid en misbruik van omstandigheden 2.3.
De vrouw neemt het standpunt in dat het wangedrag van de man voorafgaand en tijdens het huwelijk moet meebrengen dat het grootste deel van het gemeenschappelijk vermogen aan haar wordt toegedeeld. Zij wijst daarbij op het volgende:
2.4.
De man heeft betwist dat er reden is om af te wijken van het uitgangspunt dat de boedel bij helfte wordt verdeeld. Volgens hem hebben partijen er bewust voor gekozen om binnen gemeenschap van goederen met elkaar te huwen en was de vrouw zich, gelet ook op haar eerdere huwelijk dat is ontbonden, bewust van de gevolgen daarvan bij ontbinding van het huwelijk. De man betwist dat hij misbruik heeft gemaakt van de situatie waarin hij de vrouw opzettelijk zou hebben gebracht en ook dat hij op structurele en heimelijke wijze gelden heeft onttrokken. In verband met dit laatste stelt de man dat het in opdracht van de vrouw verrichte onderzoek niet is verricht door een onafhankelijke persoon. De man betwist dat hij het financiële beheer volledig naar zich heeft toegetrokken en stelt dat de vrouw volledige toegang tot de bankrekeningen had. Dat de vrouw financieel meer heeft bijgedragen in de (gemeenschappelijke) kosten van de huishouding en de hypotheek van partijen, kan volgens de man niet leiden tot een vordering van de vrouw op de man. Als al sprake is van enige vordering, dan is deze bovendien - voor zover deze dateert uit 2006 - verjaard. Verder stelt de man dat de buitenechtelijke relatie van hem geen reden kan zijn om af te wijken van een verdeling bij helfte. De man betwist dat hij zich in die relatie strafbaar heeft gedragen.
2.5.
Naar het oordeel van het gerecht kan het door de vrouw naar voren gebrachte wangedrag van de man niet de door de vrouw voorgestane vermogensrechtelijke gevolgen hebben. Dat wangedrag kan niet als rechtsgevolg hebben dat de man zijn eigendomsaanspraken op zijn deel van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap verliest. De uitzondering van art. 1:152 BW doet zich hier niet voor, en er is weinig verband tussen het wangedrag en de financiële (vermogensrechtelijke) situatie van de boedel. De aanspraak van de man op zijn deel van de goederen is ook van een andere aard dan zijn aanspraak op alimentatie waarover het gerecht eerder afwijzend heeft beslist. Voor het ontstaan van een partneralimentatieaanspraak kan (in dit geval geknakte) lotsverbondenheid als een grondslag worden beschouwd, voor een aanspraak op eigendom niet.
De verdeling 2.6.
Volgens de vrouw moeten alle boedelbestanddelen aldus worden verdeeld dat partijen houden wat zij al hebben, dat de saldi op de gezamenlijke rekeningen naar haar gaan, evenals de opbrengst van de woning en de (aan haar verknochte) aandelen, waarbij ieder de eigen schuld op zich neemt aan de Stichting Pensioendirectie […] en het eigen pensioen behoudt, zonder enige verrekening van overwaarde. Voor zover de vrouw daaraan het wangedrag van de man ten grondslag legt, geldt daarvoor hetgeen hiervoor onder 2.5 is overwogen.
2.7.
Volgens de man moet alles bij helfte worden verdeeld en moet de overwaarde worden verrekend.
2.8.
Het gerecht zal op grond van hetgeen partijen over en weer ten aanzien van de boedelbestanddelen hebben gesteld zoveel mogelijk zelf de verdeling vaststellen, daarbij rekening houdend met de billijkheid, de belangen van partijen, en zal voor het overige de wijze van verdeling bepalen.
Bestanddeel (per/nabij peildatum 25 november 2020) Standpunt partijen Beslissing
Het saldo wordt aan de vrouw toegedeeld.
De vrouw moet de man wegens overbedeling (€ 71.849 : 2 =) € 35.924 vergoeden, te vermeerderen met de helft van het verschil tussen het door de vrouw opgegeven saldo en het daadwerkelijke saldo per peildatum zoals dat blijkt uit door de man bij de bank op te vragen opgave.
Het saldo wordt aan de vrouw toegedeeld.
De vrouw moet de man wegens overbedeling (NAf 25.167 : 2 =) NAf 12.583 vergoeden.
Het saldo wordt aan de vrouw toegedeeld.
De vrouw moet de man wegens overbedeling (NAf 3.928 : 2 =) NAf 1.964 vergoeden, te vermeerderen met de helft van het verschil tussen het door de vrouw opgegeven saldo en het daadwerkelijke saldo per peildatum zoals dat blijkt uit door de man bij de bank op te vragen opgave.
De vrouw moet de man wegens overbedeling (NAf 100.000 : 2 =) NAf 50.000 vergoeden
De man moet de vrouw wegens overbedeling (65.600 : 2 =) NAf 32.800 vergoeden
Man: vrouw heeft o.a. (beleggings)rekeningen bij Rabo, MCB en Orco De saldi worden aan de vrouw toegedeeld.
De vrouw moet de man de helft daarvan (per peildatum) vergoeden. De vrouw moet de man binnen twee maanden na de uitspraak van dit vonnis saldo-opgaves doen toekomen van de bank ter zake al haar rekeningen voor zover niet al genoemd onder a) tot en met d).
De man moet de vrouw de helft daarvan (per peildatum) vergoeden. De man moet de vrouw binnen twee maanden na de uitspraak van dit vonnis saldo-opgaves doen toekomen van de bank ter zake al zijn rekeningen voor zover niet al genoemd onder a) tot en met e).
Man: niet verknocht, ik was ook bestuurder en heb ook gewerkt, bedrijf kan verkocht worden De stelling van de vrouw dat zij en [naam N.V.] met elkaar kunnen worden geïdentificeerd, is door de man niet gemotiveerd weersproken en acht het gerecht aannemelijk. Zonder de vrouw heeft [naam N.V.] weinig waarde, ondanks de aanwezigheid van de aan partijen bekende vaste opdrachtgevers.
Bij verkoop (zonder de vrouw) is niemand gebaat.
Geen van partijen heeft een waarde genoemd van de aandelen, terwijl zij beiden bekend zijn met het bedrijf. De man heeft ter zitting desgevraagd gezegd dat hij de aandelen niet wil hebben, ook niet voor NAf 50.000.
Voorafgaand aan deze procedure (productie 21 van de vrouw) heeft de man toegezegd dat ‘het geld van de verkoop van [naam N.V.] voor de vrouw is, en dat hij alleen ‘mijn spulletjes’, ‘de helft van het huis’ en ‘een klein beetje van de pensioenpot’ wil.
De aandelen worden aan de vrouw toegedeeld, zonder verrekening wegens overbedeling.
Het restant moet, met verrekening van hetgeen per saldo verschuldigd is uit hoofde van overbedeling ter zake bestanddelen a) tot en met g), l), m) en p), bij helfte aan ieder van partijen worden uitgekeerd.
De goederen worden aan de vrouw toegedeeld.
De vrouw moet de man wegens overbedeling (42.500 : 2 =) 21.250 vergoeden.
De goederen worden aan de man toegedeeld.
De man moet de vrouw wegens overbedeling (368.000 : 2 =) 184.000 vergoeden.
Geen opheffing maritaal beslag 2.9.
Voor opheffing van het maritaal beslag is, gelet op de nog te verrichten verdelingswerkzaamheden en gelet op het bepaalde in art. 770b lid 1 Rv, geen aanleiding.
Slotsom en kosten 2.10.
Op grond van het voorgaande zal worden beslist als hierna omschreven. De overige stellingen van partijen, waaronder de stellingen van de vrouw over onttrekkingen door de man voorafgaand en gedurende het huwelijk, kunnen niet tot een andere beslissing leiden. Nu partijen gewezen echtgenoten zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.
3De beslissing Het gerecht: in conventie en in reconventie 3.1. bepaalt dat de bij de beschikking van 4 april 2023 gelaste verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen zal geschieden op de wijze als hiervoor onder 2.8 omschreven;
3.2. beveelt partijen om binnen drie maanden na de uitspraak van dit vonnis aan elkaar en aan de bij de beschikking van 4 april 2023 benoemde notaris een inzichtelijke en onderbouwde berekening te doen toekomen van hetgeen volgens de beslissingen onder 2.8 verrekend dient te worden, met opgave van de uitkering aan partijen als bedoeld onder 2.8 k) waarin dit resulteert;
3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4. wijst af het meer of anders gevorderde;
3.5. compenseert de kosten van het geding in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.