GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN S T R A F V O N N I S in de zaak tegen de verdachte: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], thans alhier gedetineerd. 1Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2016. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.D.M. Roseburg. De officier van justitie, mr. D. Hazejager, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van het feit te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De raadsvrouw heeft het woord tot verdediging gevoerd conform de door haar overgelegde pleitnotities en heeft tevens vrijspraak bepleit. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd: dat hij op of omstreeks 16 mei 2016 te Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (USD 2.500 of daaromtrent), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of twee
(2), in elk geval een
(1), mobiele telefoon(s), in elk geval enig(
- e)goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal(len) werd(
- en)voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval (een) medewerk(st)er(
- s)van [bedrijf 1], en/of [slachtoffer 1] en/of andere aanwezig(
- e)perso(o)n(
- en)in (de winkel van) [bedrijf 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(
- s)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging(
- en)met geweld bestond(
- en)uit ==het gemaskerd binnentreden van de winkel van [bedrijf 1]; en/of ==het dreigend richten van een pistool, althans een vuurwapen, op die [slachtoffer 2]; en/of ==het dreigend tegen die [slachtoffer 2] zeggen “don’t look at me, don’t look at me, give me all the money under the draw”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking; en/of ==het tegen die [slachtoffer 2] en/of andere aanwezigen van (die winkel van) Island Water World –al dan niet- onder bedreiging van een pistool zeggen dat die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] en/of die andere(
- n)op de grond moest(
- en)gaan liggen (“you go down”), althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking; en/of ==het dreigend tegen die [slachtoffer 3] te zeggen “Open the drawer! Give me the money”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking; 3Voorvragen 3A. Geldigheid van de dagvaarding Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is. 3B. Bevoegdheid van het Gerecht Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. 3C. Ontvankelijkheid van de officier van justitie Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. 3D. Redenen voor schorsing van de vervolging Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken. 4Bewijsbeslissingen 4A. Bewijsmiddelen De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat. In het geval van hoger beroep worden de bewijsmiddelen in een aan dit vonnis te hechten bijlage opgenomen. 4B. Bewijsoverweging(
- en)De gevoerde verweren vinden hun weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen. Dat verdachte betrokken is geweest bij de overval volgt in het bijzonder uit het feit dat verdachte kort na de overval een telefoon, die bij de overval is weggenomen, heeft gebruikt. De verklaring die verdachte daarvoor geeft, als zou hij de telefoon kort daarvoor, dus in de middag van 16 mei 2016, op straat hebben gekocht van een hem onbekende man, wordt terzijde gesteld nu deze verklaring ongeloofwaardig en niet onderbouwd is. Gelet op het korte tijdsverloop tussen de diefstal en het gebruik van de telefoon, kan het niet anders zijn dan dat verdachte de telefoon rechtstreeks uit de diefstal heeft verkregen en derhalve één van de daders is geweest. Het Gerecht merkt het gebruik van de telefoon aan als het centrale bewijsmiddel tegen verdachte. Dit bewijsmiddel wordt ondersteund door andere aanwijzingen, waaronder de Whatsapp-gesprekken die verdachte met medeverdachte Louis heeft gevoerd over wapens en overvallen. Ook het in de vluchtauto aangetroffen DNA van verdachte draagt bij aan het bewijs, zij het dat dit een geringe bewijskracht heeft nu de matchkans niet is berekend. Ook het aantreffen van documenten van [naam bedrijf] in de vluchtauto draagt bij aan het bewijs, nu verdachte kort enkele dagen voor de overval een ontmoeting had gehad met de in de documenten genoemde contactpersoon. In samenhang beoordeeld laten de bewijsmiddelen geen andere conclusie toe dan dat verdachte één van de overvallers is geweest. 4C. Bewezenverklaring Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht: dat hij op 16 mei 2016 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld, USD 2.500 of daaromtrent, toebehorende aan [bedrijf 1] en twee
(2)mobiele telefoons, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstallen werden vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] en andere aanwezige personen in de winkel van [bedrijf 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreigingen met geweld bestonden uit ==het gemaskerd binnentreden van de winkel van [bedrijf 1]; en ==het dreigend richten van een pistool, althans een vuurwapen, op die [slachtoffer 2]; en ==het dreigend tegen die [slachtoffer 2] zeggen “don’t look at me, don’t look at me, give me all the money under the draw”, althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking; en ==het tegen die [slachtoffer 2] en andere aanwezigen van die winkel van Island Water World –al dan niet- onder bedreiging van een pistool zeggen dat die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 1] en die anderen op de grond moesten gaan liggen “you go down”, althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking; en ==het dreigend tegen die [slachtoffer 3] te zeggen “Open the drawer! Give me the money”, althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking, Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. 5Kwalificatie en strafbaarheid van het feit Het bewezenverklaarde levert op: Diefstal vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit. Het feit is derhalve strafbaar. 6Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte opheft of uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7Strafmotivering Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een roofoverval, waarbij drie gemaskerde mannen met getrokken vuurwapens hun slag hebben geslagen. Roofovervallen als de onderhavige zijn een plaag in de Sint Maartense maatschappij. Zij veroorzaken naast materiele schade een gevoel van angst en onveiligheid, niet alleen voor de directe slachtoffers, die vaak nog jarenlang psychische klachten ondervinden, maar ook voor andere burgers die kennis nemen van het gebeurde. Verdachte heeft aan deze misstand bijgedragen, kennelijk enkel met oog voor eigen geldelijk gewin. De gemeenschap vraagt om een strenge bestraffing van deze ernstige feiten. Ten nadele van verdachte overweegt het Gerecht dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven en het laakbare van zijn handelen niet lijkt in te zien. Daarnaast is verdachte eerder voor een vermogensmisdrijf veroordeeld. Ten voordele van verdachte overweegt het Gerecht dat verdachte nog jeugdig is. Indien enigszins mogelijk dient te worden voorkomen dat verdachte nog verder verhardt in zijn pro-criminele houding en dient te worden bevorderd dat hij bij zijn terugkeer in de maatschappij het rechte pad zal kiezen. Hierin vindt het Gerecht aanleiding de straf te matigen en om een gedeelte van de straf in voorwaardelijke vorm op te leggen. Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur. 8Beslag Van het inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp: Mobiele telefoon Samsung Young Duos, IMEI [IMEI nummer], welke niet aan verdachte toebehoort, zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende worden gelast. Van de overige onder verdachte in beslaggenomen voorwerpen, genoemd in de Kennisgeving van Inbeslagname op pagina´s 780, 782 en 786 van het procesdossier, zal de teruggave aan verdachte worden gelast. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 2:289 en 2:291 van het Wetboek van Strafrecht. 10Beslissing Het Gerecht: verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4C omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij; verklaart dat het bewezen verklaarde feit het in rubriek 5 genoemde strafbare feit oplevert; verklaart de verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt de verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden, met bevel dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 10 (tien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij het Gerecht later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit schuldig zal maken; bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht; gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van Mobiele telefoon Samsung Young Duos, IMEI [IMEI nummer]: gelast de teruggave aan verdachte van de overige in rubriek 8 genoemde voorwerpen. Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 7 december 2016, in tegenwoordigheid van de griffier A.R. Osepa-Ritfeld.