← Nederland

ECLI:NL:OGEAM:2016:85

Landsverordening administratieve rechtspraak Uitspraak: 19 december 2016 Zaaknummer: Lar 65/2016 Uitspraaknr: HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN UITSPRAAK In het geding van: [klager], wonende op Sint Maarten, klager, gemachtigde: mr. H.S. Kockx, en: de Minister van Justitie van het land Sint Maarten verweerder, 1Aanduiding bestreden beschikking De beslissing van verweerder van 19 mei 2016 dat aan klager niet een verklaring omtrent het gedrag (VOG) zal worden afgegeven. 2Procesverloop Bij schrijven van 19 mei 2016 heeft verweerder aan klager meegedeeld dat zijn verzoek om afgifte van een VOG niet wordt ingewilligd. De gemachtigde van klager heeft op 10 juni 2016, ontvangen bij het Gerecht op diezelfde datum, een klaagschrift ingediend tegen de beslissing, op grond van artikel 25 van de Landsverordening houdende bepalingen betreffende de justitiële documentatie en de verklaringen omtrent het gedrag (hierna de Landsverordening VOG). Bij e-mailbericht van 13 juli 2016 heeft verweerder het Gerecht bericht dat is besloten om aan klager alsnog een VOG te verstrekken. Vervolgens heeft eiser bij brief van 12 augustus 2016 zijn klaagschrift ingetrokken. In deze brief heeft klager ook gevraagd om verweerder te veroordelen in de kosten van het geding. Uitspraak is bepaald op heden. 3Beoordeling Verweerder heeft betoogd dat de Landsverordening VOG een eigen procesregeling kent voor de behandeling van een klaagschrift. Deze Landsverordening kent geen wettelijke grondslag voor een proceskostenveroordeling door het Gerecht. Volgens verweerder is de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) niet van overeenkomstige toepassing verklaard op de Landsverordening VOG. Met verweerder stelt het Gerecht vast dat de Landsverordening VOG (in de artikelen 25 tot en met 28) een eigen procesregeling kent, alsmede hierin geen bepalingen staan over een proceskostenveroordeling. Dat neemt naar het oordeel van het Gerecht niet weg dat, ook zonder expliciete verklaring dat de Lar van overeenkomstige toepassing is, er ruimte kan zijn voor toepassing van de Lar. Hierna wordt overwogen of daarvan in dit geval sprake is. Op grond van de Lar staat beroep open tegen beschikkingen. In artikel 3 van de Lar is bepaald dat in de landsverordening en de daarop berustende bepalingen onder beschikking wordt verstaan: een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is. Dat brengt de vraag aan de orde of de verklaring omtrent het gedrag een beschikking is. Blijkens de wetsgeschiedenis is met het woord rechtshandeling bedoeld aan te geven, dat het moet gaan om een handeling die is gericht op rechtsgevolg. Naar het oordeel van het Gerecht, heeft een verklaring omtrent het gedrag echter niet een rechtsgevolg. De verklaring kwalificeert daarom niet als een beschikking zoals omschreven in artikel 3 van de Lar. De Lar is dan ook niet van toepassing. Dat betekent dat alleen de procedure van toepassing is zoals die is beschreven in de Landsverordening VOG. In die procedurevoorschriften is niet voorzien in een proceskostenveroordeling bij intrekking van het beroep wegens de omstandigheid dat verweerder alsnog aan het verzoek is tegemoet gekomen. Het verzoek om een proceskostenveroordeling moet dan ook worden afgewezen. 4De beslissing Het Gerecht in eerste aanleg: - wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskostenveroordeling af. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W.M. Giesen, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 19 december 2016. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open (artikel 28, derde lid, van de Landsverordening op de justitiële documentatie en op de verklaring omtrent het gedrag).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.