← Nederland

ECLI:NL:OGEAM:2017:23

Landsverordening administratieve rechtspraak Uitspraak: 13 februari 2017 Zaaknummer: 2016/247 (oud: 112/2016) Uitspraaknr: HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN UITSPRAAK In het geding van: [eiseres] B.V. Gevestigd te Sint Maarten, eiseres, gemachtigde: mr E.R. de Vries en: de Minister van Toerisme, Economische Zaken, Verkeer en Telecommunicatie verweerder, gemachtigde: mr. A.A. Kraaijeveld 1Aanduiding bestreden beschikking De brief van 29 augustus 2016 waarin verweerder aan eiseres meedeelt dat zij in overtreding is van de Vergunningslandsverordening. 2Procesverloop Namens eiser is op 5 oktober 2016 ter Griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier een beroepschrift ingesteld ingevolge de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Op 3 januari 2017 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 30 januari

  1. Partijen zijn verschenen bij gemachtigden voornoemd. Uitspraak is bepaald op heden. 3Beoordeling Op grond van de Lar staat beroep open tegen beschikkingen. In artikel 3 van de Lar is bepaald dat in de Landsverordening en de daarop berustende bepalingen onder beschikking wordt verstaan: een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is. Dat brengt de vraag aan de orde of de brief van verweerder van 29 augustus 2016 (hierna: de brief) een beschikking is. Het Gerecht stelt vast dat verweerder in de brief van 29 januari 2016, voor zover hier relevant, het navolgende heeft geschreven aan eiseres: “The Ministry has been following the ongoing case between [eiseres] B.V. and the Timeshare Owners of the [X]), as it pertains to the alleged infringements on the rights of these timeshare owners and after careful review of the applicable laws, we hereby inform you as follows. “ Vervolgens wordt in deze brief artikel 44d van de Vergunningslandsverordening aangehaald, wordt eiseres opgedragen een bepaalde brief in te trekken en wordt opgemerkt: “Failure to comply with the abovementioned instruction could result in (…) the revocation of the licences issued to [eiseres] B.V.” Blijkens de wetsgeschiedenis van de Lar is met het woord rechtshandeling bedoeld aan te geven, dat het moet gaan om een handeling die is gericht op rechtsgevolg. Naar het oordeel van het Gerecht, heeft de brief een dergelijk rechtsgevolg niet. In de brief wordt immers slechts iets vermeld ter informatie aan de geadresseerde en wordt aan de geadresseerde iets opgedragen. Het een noch het ander behelst een rechtsgevolg. Vervolgens wordt wel een mogelijke beschikking aangekondigd (intrekking van een vergunning), maar de brief zelf bevat deze beschikking niet. De brief kwalificeert daarom niet als een beschikking zoals omschreven in artikel 3 van de Lar. De omstandigheid dat verweerder een rechtsmiddelenclausule onder de brief heeft geplaatst, maakt dat niet anders. Tegen de brief staat aldus geen beroep open. Dit moet leiden tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep.
  2. De beslissing Het Gerecht in eerste aanleg: - Verklaart het beroep niet ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W.M. Giesen, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 13 februari
  3. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.