GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN S T R A F V O N N I S in de zaak tegen de verdachte: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres],thans alhier gedetineerd. 1Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 juli 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. S.D.M. Roseburg. De officier van justitie, mr. D.M. Noordzij, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien
(18)maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte ontzet zal worden uit het recht om enig ambt te bekleden voor de duur van vijf jaren. De raadsvrouw heeft het woord ter verdediging gevoerd, strekkende tot vrijspraak van alle tenlastegelegde feiten, met uitzondering van feit 1. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, tenlastegelegd dat: Feit 1. (zaaksdossier 3) zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 juni 2015 tot en met 17 januari 2017, in elk geval de periode van 18 augustus 2016 tot en met 8 oktober 2016, in Sint Maarten, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) als ambtenaar, immers werkzaam als immigratiemedewerkster, opzettelijk met misbruik van haar functie of positie [betrokkene 1] , van wie zij, verdachte, en/of haar mededader(
- s)wist(
- en)en/of kon(den) vermoeden dat die [betrokkene 1] illegaal op Sint Maarten verbleef ==(telkens) Sint Maarten heeft in- en/of uit laten reizen en/of heeft in- en/of uitgeklaard en/of ==(ten onrechte en/of onrechtmatig) het paspoort van die [betrokkene 1] heeft gestempeld en/of heeft voorzien van (een) in- en/of uitreis- en/of vertrekstempel(
- s)en/of in het paspoort van die [betrokkene 1] (een) in- en/of uitreis-en/of vertrekstempel(
- s)heeft aangebracht en/of ==die [betrokkene 1] toegang verleend en/of verstrekt op/tot Sint Maarten en/of die [betrokkene 1] op Sint Maarten heeft laten verblijven en/of ==(als immigratiemedewerkster) heeft nagelaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen, in elk geval (telkens) iets heeft gedaan en/of heeft nagelaten iets te doen ten einde enig voordeel voor zichzelf en/of die [betrokkene 1] en/of (een) ander(
- en)te verkrijgen; (artikel 2:354 van het Wetboek van Strafrecht); subsidiair, indien het vorenstaande onder feit 1. niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden zij op of omstreeks 18 augustus 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een ander, te weten [betrokkene 1] , behulpzaam is geweest bij vertrek uit Sint Maarten en/of die [betrokkene 1] daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(
- s)wist(
- en)en/of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat de aanwezigheid van die ander daar wederrechtelijk was, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(
- s)==die [betrokkene 1] uitgeklaard en/of toegelaten dat die [betrokkene 1] werd uitgeklaard en/of gezorgd dat die [betrokkene 1] werd uitgeklaard; en/of ==(ten onrechte en/of onrechtmatig) het paspoort van die [betrokkene 1] gestempeld en/of voorzien van (een) (uitreis-/vertrek)stempel ten behoeve van het vertrek van die [betrokkene 1] uit Sint Maarten naar Anguilla en/of ==bij vertrek van Sint Maarten het paspoort en/of (andere) reisdokument(
- en)van die [betrokkene 1] niet gecontroleerd; en/of ==nagelaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen; en/of ==(vervolgens) die [betrokkene 1] doorgelaten en/of uit laten reizen (terwijl die [betrokkene 1] niet over een visum en/of verblijfsvergunning beschikte, danwel ‘overstay’ was), terwijl dit/die feit(
- en)werd(
- en)begaan in de uitoefening van haar en/of haar mededader(
- s)ambt of beroep als immigratiemedewerk(st)er(
- s)en/of terwijl zij, verdachte, van dit/die feit(
- en)een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt en/of terwijl dit/die feit(
- en)in vereniging werd(
- en)begaan; artikel 2:154 lid 1 onder a en lid 2/3 van het Wetboek van Strafrecht); meer subsidiair, indien het vorenstaande onder feit 1. niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden zij op of omstreeks 18 augustus 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een paspoort op naam van [betrokkene 1] , zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, hebbende zij, verdachte, en/of haar, verdachte’s, mededader(
- s)valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- in dat paspoort (ten onrechte en/of onrechtmatig) een vertrek- en/of uitreisstempel geplaatst en/of opgenomen en/of aangebracht en/of een stempel waarmede en/of waardoor die [betrokkene 1] uit Sint Maarten kon vertrekken geplaatst en/of opgenomen en/of aangebracht, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en/of onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken; (artikel 2:184 Wetboek van Strafrecht) Feit 2. zij op of omstreeks 18 augustus 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ambtenaar, te weten een immigratiemedewerkster, genaamd [medeverdachte 1], een gift heeft gedaan, te weten de betaling van US$ 100, in elk geval een of meer geldbedrag(en), tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze ambtenaar in haar huidige bediening als immigratiemedewerkster in strijd met haar plicht is gedaan en/of nagelaten, namelijk ==het plegen van mensensmokkel als bedoeld in artikel 2:154 van het Wetboek van Strafrecht en/of het opzettelijk misbruik maken van hun/haar functie als bedoeld in artikel 2:354 van het Wetboek van Strafrecht en/of ==het nalaten toezicht te houden op en/of het nalaten te voldoen aan de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde; en/of ==het die [betrokkene 1] uitklaren en/of toelaten dat die [betrokkene 1] werd uitgeklaard en/of zorgen dat die [betrokkene 1] werd uitgeklaard; en/of ==(het ten onrechte en/of onrechtmatig) het paspoort van die [betrokkene 1] stempelen en/of voorzien van een (uitreis-/vertrek)stempel ten behoeve van het vertrek van die [betrokkene 1] uit Sint Maarten naar Anguilla en/of het toelaten dat het paspoort van die [betrokkene 1] werd voorzien van (een) (uitreis-/vertrek)stempel; en/of ==het bij vertrek van Sint Maarten het paspoort en/of (andere) reisdokument(
- en)van die [betrokkene 1] niet controleren; en/of ==(vervolgens) het doorlaten en/of uit laten reizen van die [betrokkene 1] (terwijl die [betrokkene 1] niet over een visum en/of verblijfsvergunning beschikte, danwel ‘overstay’ was); (artikel 2:128 lid 1 onder b Wetboek van Strafrecht) Feit 3. (zaaksdossier 6) zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 juli 2016 tot en met 3 juli 2016 in Sint Maarten, als ambtenaar, immers werkzaam als immigratiemedewerkster, een gift heeft gevraagd, te weten US$ 600, althans US$ 200, in elk geval een of meer geldbedrag(en), teneinde haar, verdachte, zelf te bewegen om, in strijd met haar plicht, in haar bediening als immigratiemedewerkster iets te doen en/of na te laten, namelijk ==het nalaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde bij het inreizen in Sint Maarten van die [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen; en/of ==het –zonder (grens)controle op een rechtmatig verblijfstitel- in laten reizen en/of toelaten van die [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] in Sint Maarten (artikel 2:351 lid 1 onder c Wetboek van Strafrecht) Feit 4. (zaaksdossier 8) zij op of omstreeks 5 november 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een ander, te weten [betrokkene 4] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Sint Maarten en/of die [betrokkene 4] daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(
- s)wist(
- en)en/of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat de aanwezigheid van die ander(
- en)daar wederrechtelijk was, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(
- s)==met/voor/over die [betrokkene 4] , in elk geval die ander, (telefonische) contact(
- en)onderhouden en/of overleg gevoerd (al dan niet met ene [naam 2] ); en/of ==aan/van die [betrokkene 4] , in elk geval die ander, (een) foto(‘
- s)verstrekt en/of getoond en/of gemaakt en/of ==haar, verdachtes, dienst en/of de dienst van haar mededader gewijzigd en/of haar dienst en/of de dienst van haar mededader zodanig laten wijzigen en/of overuren gemaakt opdat verdachte en/of haar mededader aanwezig kon(den) zijn bij de aankomst van die [betrokkene 4] op de luchthaven Princess Juliana Airport; en/of ==(als immigratiemedewerkster) nagelaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen; en/of ==die [betrokkene 4] (ten onrechte en/of onrechtmatig) ingeklaard; en/of ==(vervolgens) die [betrokkene 4] doorgelaten terwijl dit/die feit(
- en)werd(
- en)begaan in de uitoefening van haar en/of haar mededader(
- s)ambt of beroep als immigratiemedewerk(st)er(
- s)en/of terwijl zij, verdachte, van dit/die feit(
- en)een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt en/of terwijl dit/die feit(
- en)in vereniging werd(
- en)begaan; (artikel 2:154 lid 1 onder a en lid 2/3 van het Wetboek van Strafrecht); Feit 5. (zaaksdossier 9) zij op of omstreeks 5 november 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een ander, te weten [betrokkene 5] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Sint Maarten en/of die [betrokkene 5] daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(
- s)wist(
- en)en/of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat de aanwezigheid van die ander(
- en)daar wederrechtelijk was, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(
- s)==met/voor/over die [betrokkene 5] , in elk geval die ander, (telefonische) contact(
- en)onderhouden en/of overleg gevoerd; en/of ==haar, verdachtes, dienst gewijzigd en/of haar dienst zodanig laten wijzigen en/of overuren gemaakt opdat verdachte aanwezig kon zijn bij de aankomst van die [betrokkene 5] op de luchthaven Princess Juliana Airport; en/of ==(als immigratiemedewerkster) nagelaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen; en/of ==die [betrokkene 5] (ten onrechte en/of onrechtmatig) ingeklaard; en/of ==(vervolgens) die [betrokkene 5] doorgelaten (terwijl die [betrokkene 5] niet in het bezit was een visum en/of van een verblijfsstatus voor Sint Maarten), terwijl dit/die feit(
- en)werd(
- en)begaan in de uitoefening van haar en/of haar mededader(
- s)ambt of beroep als immigratiemedewerk(st)er(
- s)en/of terwijl zij, verdachte, van dit/die feit(
- en)een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt en/of terwijl dit/die feit(
- en)in vereniging werd(
- en)begaan; (artikel 2:154 lid 1 onder a en lid 2/3 van het Wetboek van Strafrecht); Feit 6. (zaaksdossier 11) zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 september 2015 tot en met 30 november 2016 in Sint Maarten, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), als ambtenaar, immers werkzaam als immigratiemedewerkster, (telkens) opzettelijk met misbruik van haar/hun functie of positie ==het paspoort van [betrokkene 6] ([betrokkene 6] ) heeft/hebben voorzien van (een) (uitreis- en/of vertrek)stempel(
- s)zonder dat die [betrokkene 6] uit Sint Maarten vertrok; en/of ==(als immigratiemedewerkster(s)) heeft/hebben nagelaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen; en/of in elk geval (telkens) iets heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben nagelaten iets te doen ten einde enig voordeel voor zichzelf en/of die [betrokkene 6] en/of (een) ander(
- en)te verkrijgen; (artikel 2:354 van het Wetboek van Strafrecht); subsidiair, indien het vorenstaande onder feit 6. niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 september 2015 tot en met 30 november 2016 in Sint Maarten meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) een paspoort op naam van [betrokkene 6] ([paspoortnummer]) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, hebbende zij, verdachte, en/of haar, verdachte’s, mededader(
- s)valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- (telkens) in dat paspoort (ten onrechte en/of onrechtmatig) (een) uitreis- en/of vertrekstempel(
- s)geplaatst en/of opgenomen en/of aangebracht terwijl die [betrokkene 6] op die datum/data en/of dat/die tijdstip(pen) in werkelijkheid niet vertrok uit Sint Maarten, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en/of onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
- en)te doen gebruiken; (artikel 2:184 Wetboek van Strafrecht) Feit 7. (dossier) zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 14 november 2016 in Sint Maarten en/of Haiti, heeft deelgenomen aan een organisatie bestaande uit (de immigratiemedewerk(st)er(s)) haar, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven,namelijk ==het plegen van mensensmokkel als bedoeld in artikel 2:154 van het Wetboek van Strafrecht; en/of ==het aannemen van steekpenningen als bedoeld in artikel 2:350 en/of artikel 2:351 van het Wetboek van Strafrecht; en/of ==het als ambtenaar misbruik maken van haar functie en/of positie als bedoeld artikel 2:354 van het Wetboek van Strafrecht; en/of ==het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 2:184 en/of 2:185 van het Wetboek van Strafrecht; en/of ==het medeplegen en/of medeplichtig zijn aan overtreding van artikel 23 van de Landsverordening toelating en uitzetting; (artikel 2:79 Wetboek van Strafrecht) 3Voorvragen 3A. Geldigheid van de dagvaarding Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is. 3B. Bevoegdheid van het Gerecht Krachtens de wettelijke bepalingen is het Gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. 3C. Ontvankelijkheid van de officier van justitie Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. 3D. Redenen voor schorsing van de vervolging Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken. 4Bewijsbeslissingen 4A. Vrijspraak Feit 4 en 5 Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder feit 4 en feit 5 tenlastegelegde heeft begaan en zal de verdachte daarvan, conform de eis van de officier van justitie, vrijspreken. Niet is vast komen te staan dat de toegang van [betrokkene 4] of [betrokkene 5] tot Sint Maarten wederrechtelijk was. [betrokkene 4] had als Colombiaanse geen visum nodig en het Gerecht kan niet vaststellen hoeveel dagen zij reeds in Sint Maarten was geweest in 2016. Dit leidt tot vrijspraak van feit 4. Voor [betrokkene 5] geldt hetzelfde, zij het dat hij over een Amerikaans visum beschikte. Dit leidt tot vrijspraak van feit 5. Feit 6 primair en subsidiair [betrokkene 6] heeft verklaard dat verdachte ten minste driemaal zijn paspoort van in- en uitreisstempels heeft voorzien, hoewel hij niet had gereisd, teneinde de schijn van legaal verblijf te wekken. In werkelijkheid was [betrokkene 6] al langer dan toegestaan op het eiland, wat verdachte wist, aldus [betrokkene 6] . Naar het oordeel van het Gerecht vindt deze verklaring onvoldoende steun in het dossier om tot een bewezenverklaring te komen. Uit het paspoort van [betrokkene 6] blijkt dat verdachte hem slechts eenmaal van een inreisstempel heeft voorzien. Gezien de chronologie van de stempels is aannemelijk dat [betrokkene 6] toen daadwerkelijk vanuit Jamaica kwam, zodat aannemelijk is dat verdachte [betrokkene 6] toen rechtmatig heeft ingestempeld. Van een bewuste nauwe samenwerking van verdachte met anderen, in de zin dat verdachte aan een ander heeft gevraagd om onrechtmatige stempels te zetten, is evenmin gebleken. Ook staat niet vast dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij de uitreis van [betrokkene 6] op 30 november 2016. Dit leidt tot vrijspraak van feit 6, primair en subsidiair. 4B. Bewijsmiddelen De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen. 4C. Bewezenverklaring Feit 1 primair zij in de periode van 17 augustus 2016 tot en met 18 augustus 2016, in Sint Maarten, meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, telkens als ambtenaar, immers werkzaam als immigratiemedewerkster, opzettelijk met misbruik van haar functie [betrokkene 1] , van wie zij, verdachte, en haar mededader wisten of konden vermoeden dat die [betrokkene 1] illegaal op Sint Maarten verbleef == Sint Maarten heeft in- of uit laten reizen en heeft in- of uitgeklaard en ==onrechtmatig het paspoort van die [betrokkene 1] heeft gestempeld en heeft voorzien van een inreis- of vertrekstempel ==die [betrokkene 1] toegang verleend tot Sint Maarten en die [betrokkene 1] op Sint Maarten heeft laten verblijven en ==als immigratiemedewerkster heeft nagelaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen, ten einde enig voordeel voor zichzelf en die [betrokkene 1] te verkrijgen; Feit 2. zij op 18 augustus 2016 in Sint Maarten, een ambtenaar, te weten een immigratiemedewerkster, genaamd [medeverdachte 1], een gift heeft gedaan, te weten de betaling van US$ 100, tengevolge van hetgeen door deze ambtenaar in haar huidige bediening als immigratiemedewerkster in strijd met haar plicht is gedaan en/of nagelaten, namelijk ==het opzettelijk misbruik maken van haar functie als bedoeld in artikel 2:354 van het Wetboek van Strafrecht en ==het nalaten toezicht te houden op en het nalaten te voldoen aan de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde; en ==het toelaten dat [betrokkene 1] werd uitgeklaard en ==het onrechtmatig toelaten dat het paspoort van die [betrokkene 1] werd voorzien van een uitreis-/vertrekstempel; en ==het bij vertrek van Sint Maarten het paspoort en andere reisdocumenten van die [betrokkene 1] niet controleren; en ==vervolgens het doorlaten en uit laten reizen van die [betrokkene 1] terwijl die [betrokkene 1] niet over een visum of verblijfsvergunning beschikte; Feit 3. (zaaksdossier 6) zij op 2 juli 2016 in Sint Maarten, als ambtenaar, immers werkzaam als immigratiemedewerkster, een gift heeft gevraagd, te weten US$ 600, teneinde haar, verdachte, zelf te bewegen om, in strijd met haar plicht, in haar bediening als immigratiemedewerkster iets te doen en/of na te laten, namelijk ==het nalaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde bij het inreizen in Sint Maarten van die [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen; en ==het –zonder grenscontrole op een rechtmatige verblijfstitel- in laten reizen van die [betrokkene 2] en [betrokkene 3] in Sint Maarten Feit 7 zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 14 november 2016 in Sint Maarten, heeft deelgenomen aan een organisatie bestaande uit de immigratiemedewerksters haar, verdachte, en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk ==het plegen van mensensmokkel als bedoeld in artikel 2:154 van het Wetboek van Strafrecht; en ==het aannemen van steekpenningen als bedoeld in artikel 2:350 en artikel 2:351 van het Wetboek van Strafrecht; en ==het als ambtenaar misbruik maken van haar functie als bedoeld in artikel 2:354 van het Wetboek van Strafrecht. 4.D Bewijsmotivering Feit 1 primair De raadsvrouw heeft zich gerefereerd ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1 primair. Naar het oordeel van het Gerecht kan het handelen van verdachte op 17 augustus 2016 met meer recht worden gekwalificeerd als mensensmokkel, maar nu dit handelen primair als ambtsmisbruik ten laste is gelegd volgt bewezenverklaring daarvan. Het uitstempelen van [betrokkene 1] op 8 oktober 2016 kan, nu [betrokkene 1] het land mocht verlaten, niet als ambtsmisbruik worden aangemerkt. De raadsvrouw heeft voor de navolgende feiten vrijspraak bepleit. Het verweer vindt steeds zijn weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen. Ter nadere motivering geldt het volgende. Feit 2 De raadsvrouw heeft bepleit dat geen sprake is geweest van steekpenningen, maar van een vrijwillige gift aan [medeverdachte 1], die het financieel moeilijk had. Het verweer wordt verworpen. Nadat [medeverdachte 1] welbewust, als ‘favor’, had toegelaten dat verdachte het paspoort van [betrokkene 1] had gestempeld, deed verdachte een biljet van $100 in de zak van [medeverdachte 1]. Deze heeft het geld gehouden. Verdachte had kort ervoor een bedrag van $300 geleend ten behoeve van haar reis met [betrokkene 1] naar Anguilla. Gelet op enerzijds de aanmerkelijke hoogte van het bedrag en anderzijds het als feit 1 bewezenverklaarde ambtsmisbruik dat zojuist had plaatsgevonden, moet het hier gaan om steekpenningen. Feit 3 De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Daartoe voert zij in de eerste plaats aan dat niet vast staat dat de betrokkenen [betrokkene 2] en [betrokkene 3] geen recht op toegang tot Sint Maarten hadden. Dit verweer wordt verworpen. Als [betrokkene 2] en [betrokkene 3] recht op toegang hadden, ondanks het overschrijden van de 90 dagen, dan zou er geen reden voor [persoon 1] zijn geweest om om hulp te vragen en geen reden voor verdachte om om geld te vragen. Reeds uit het gegeven dat verdachte om een aanmerkelijke geldelijke vergoeding vraagt voor de door haar te verlenen dienst, volgt dat die dienst niet past binnen de normale uitvoering van haar werkzaamheden. Uit het dossier volgt voorts dat [betrokkene 2] en [betrokkene 3] de voor toeristen geldende 90 dagen ruimschoots hadden overschreden, zoals ook verdachte heeft vernomen uit de door [medeverdachte 1] aan haar doorgestuurde berichten van [persoon 1]. De ‘directeursregeling’ waar de raadsvrouw over spreekt, waarvan niet duidelijk is of deze op [betrokkene 2] en [betrokkene 3] van toepassing is, heeft betrekking op de procedure voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning en biedt geen uitzondering op of verruiming van de genoemde 90-dagen termijn. Voorts stelt raadsvrouw dat, bij overschrijding van de 90 dagen-termijn, toegang slechts geweigerd kan worden indien die termijn meermalen (eerder) was overschreden. Deze stelling berust naar het oordeel van het Gerecht op een onjuiste lezing van de ‘Herziene instructie aan de Gezaghebbers’ (althans van de in 2012 uitgebrachte Richtlijnen van de Minister van Justitie). Toegang dient te worden geweigerd aan toeristen die niet aan de wettelijke vereisten voldoen. Een toerist is blijkens artikel 8 lid 2 LTU, voor zover hier van belang, een ieder die niet langer dan drie maanden in Sint Maarten verblijft. Zodra iemand die termijn overschreden heeft, wordt hij derhalve niet meer als toerist aangemerkt. Het ‘meermalen overschrijden’ heeft betrekking op de situatie dat een ambtenaar een toerist (die dus de 90 dagen nog niet heeft overschreden in dat jaar) de toegang wil weigeren vanwege een vermeend vestigingsgevaar. Dat gevaar mag slechts grond voor weigering zijn indien de toerist in het verleden zijn termijn meermalen heeft overschreden. Dit alles geldt niet voor [betrokkene 2] en [betrokkene 3] , die na overschrijding van hun termijn niet als toerist konden worden aangemerkt en derhalve geen recht op toegang hadden. De raadsvrouw heeft ten slotte aangevoerd dat er nimmer overeenstemming over de steekpenningen is bereikt, zodat geen sprake van strafbaar handelen is. Dit verweer miskent het karakter van artikel 2:351 Sr. Het handelen van verdachte, te weten geld vragen om haar ambt misbruiken, valt immers exact in binnen de delictsomschrijving het eerste lid, sub c, van dit artikel. Dat [persoon 1] kennelijk niet is ingegaan op haar aanbod, doet daaraan in het geheel niet af. Feit 7 Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat verdachte, met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en met enkele anderen zoals [naam 1] en [naam 2] die niet bij de Immigratiedienst werken, zich structureel bezig heeft gehouden met het plegen van aan mensensmokkel gerelateerde misdrijven. In het bijzonder uit de verklaringen van [medeverdachte 1] volgt, dat met regelmaat ‘jobs’ werden uitgevoerd. Tegen betaling, of als gunst, deden de dames het omgekeerde van wat van ze verlangd werd als grensbewaker. Van tevoren werd gecommuniceerd over een persoon die zonder geldige verblijfstitel Sint Maarten binnen wilde komen. De betrokken verdachte zat dan op de juiste plaats om die persoon binnen te laten, waar zij die persoon had moeten tegenhouden. Verdachte heeft gedurende geruime tijd op de genoemde wijze met haar medeverdachten gecommuniceerd over dergelijke misdrijven en ze ook daadwerkelijk gepleegd. Dit leidt tot de conclusie dat verdachte deel heeft genomen aan een criminele organisatie. Van het plegen van valsheid in geschrift is niet gebleken. Overtreding van artikel 23 LTU is gezien het vierde lid geen misdrijf. Deze onderdelen zijn om die reden weggestreept. 5Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten Het bewezenverklaarde levert op: Feit 1 primair het medeplegen van het als ambtenaar opzettelijk met misbruik van zijn functie iets doen of nalaten ten einde enig voordeel voor haar of een ander te verkrijgen, meermalen gepleegd. Feit 2 aan een ambtenaar een gift doen ten gevolge van hetgeen door deze in haar bediening, in strijd met haar plicht, is gedaan of nagelaten. Feit 3 het als ambtenaar een gift vragen teneinde haar te bewegen om, in strijd met haar plicht, iets te doen of na te laten. Feit 7: deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit. De feiten zijn derhalve strafbaar. 6Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte opheft of uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7Strafmotivering Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich in haar ambt van immigratiemedewerker gedurende langere tijd schuldig gemaakt aan mensensmokkel en daaraan verwant misdrijven, waaronder zowel actieve als passieve omkoping. Daarbij werkte zij samen met collega’s en anderen en nam aldus deel aan een criminele organisatie. Tegen betaling, dan wel als gunst voor een bekende, heeft zij keer op keer het vertrouwen dat in haar uit hoofde van haar ambt was gesteld geschonden. Waar zij er op had moeten toezien dat mensen zonder geldige verblijfstitel Sint Maarten niet zouden inreizen, deed zij welbewust het omgekeerde. Mensensmokkel ondermijnt het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang. Door deze feiten juist als ambtenaar belast met grensbewaking te plegen, ondermijnt verdachte bovendien het vertrouwen dat burgers in de overheid stellen. Het Gerecht rekent verdachte haar handelen dan ook zwaar aan. Slechts een langdurige vrijheidsbenemende straf doet recht aan de ernst van de feiten. Het Gerecht heeft acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Zij is first offender, heeft de zorg voor een minderjarig kind en kampt met gezondheidsklachten. Deze omstandigheden, alsmede de vrijspraak voor enkele feiten als voornoemd, leiden ertoe dat van de eis van de officier van justitie zal worden afgeweken. Het feit dat verdachte haar ambt heeft misbruikt bij het plegen van misdrijven rechtvaardigt een langdurige ontzetting uit haar recht een ambt te bekleden. Het door verdachte vertoonde gebrek aan integriteit is niet te verenigen met het bekleden van een ambt. 8Beslag Aan dit vonnis is gehecht een lijst met onder verdachte in beslag genomen voorwerpen. De onder A (telefoon Samsung Galaxy) en B (Samsung Tablet) genoemde voorwerpen zullen worden verbeurd verklaard, nu het bewezenverklaarde met behulp van deze voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, is gepleegd. Van de overige op de lijst genoemde voorwerpen zal de teruggave aan verdachte worden bevolen, nu zich geen grond voor een andere beslissing voordoet. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 1:64, 1:65, 1:66, 1:67, 1:68, 1:119, 1:136, 2:79, 2:128, 2:351 en 2:354 van het Wetboek van Strafrecht. 10Beslissing Het Gerecht: verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 4, 5 en 6 primair en subsidiair is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij; verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4C omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij; verklaart dat de bewezen verklaarde feiten de in rubriek 5 genoemde strafbare feiten opleveren; verklaart de verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden; bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; verklaart verbeurd de onder A en B op de aangehechte beslaglijst aangeduide voorwerpen; gelast de teruggave aan verdachte van het onder C op de aangehechte beslaglijst aangeduide voorwerp; ontzet de verdachte van het recht ambten bekleden voor de duur van 5 (vijf) jaren. Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 2 augustus 2017, in tegenwoordigheid van de griffier. Kennelijk is bedoeld de ‘Ministeriele Regeling houdende uitvoering van artikel 3, tweede lid, van het Toelatingsbesluit’