← Nederland

ECLI:NL:OGEAM:2017:64

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN S T R A F V O N N I S in de zaak tegen de verdachte: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres]. 1Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 juli 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. S.D.M. Roseburg. De officier van justitie, mr. D.M. Noordzij, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van negen

(9)maanden, waarvan zes
(6)maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte ontzet zal worden uit het recht om enig ambt te bekleden voor de duur van vijf jaren. De raadsvrouw heeft het woord ter verdediging gevoerd, strekkende tot vrijspraak van alle tenlastegelegde feiten. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: Feit 1. (zaaksdossier 4) zij op of omstreeks 14 september 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een ander, te weten [betrokkene 1], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van de toegang tot Sint Maarten en/of die [betrokkene 1] daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(
  1. s)wist(
  2. en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat de aanwezigheid van die [betrokkene 1] daar wederrechtelijk was, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(
  3. s)==haar, verdachtes, mededader [medeverdachte 1] haar dienst gewijzigd en/of ingevuld en/of aangepast en/of die [medeverdachte 1] haar dienst zodanig gewijzigd en/of ingevuld en/of aangepast opdat die [medeverdachte 1] aanwezig kon zijn bij de aankomst van die [betrokkene 1] op de luchthaven Princess Juliana Airport; en/of ==die [betrokkene 1] ingeklaard; en/of ==nagelaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen; en/of ==(vervolgens) die [betrokkene 1] doorgelaten en/of in Sint Maarten in laten reizen, terwijl dit/die feit(
  4. en)werd(
  5. en)begaan in de uitoefening van haar en/of haar mededader(
  6. s)ambt of beroep als immigratiemedewerk(st)er(
  7. s)en/of terwijl zij, verdachte, van dit/die feit(
  8. en)een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt en/of terwijl dit/die feit(
  9. en)in vereniging werd(
  10. en)begaan; (artikel 2:154 lid 1 onder a en lid 2/3 van het Wetboek van Strafrecht); subsidiair, indien het vorenstaande onder feit 1. niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden [medeverdachte 1] op of omstreeks 14 september 2016 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met (een) ander(
  11. en)dan haar verdachte, althans [medeverdachte 1] alleen, een ander, te weten [betrokkene 1], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Sint Maarten en/of die [betrokkene 1] daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft terwijl die [medeverdachte 1] en/of haar mededader(
  12. s)wist(
  13. en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat de aanwezigheid van die [betrokkene 1] daar wederrechtelijk was, immers heeft/hebben die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 1] haar mededader(
  14. s)==die [betrokkene 1] ingeklaard; en/of ==nagelaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen; en/of ==(vervolgens) die [betrokkene 1] doorgelaten en/of in Sint Maarten in laten reizen bij het plegen van welk misdrijf verdachte en/of mededader(
  15. s)in of omstreeks de maand september 2016 te Sint Maarten opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door die [medeverdachte 1] haar dienst te wijzigen en/of aan te passen en/of die [medeverdachte 1] haar dienst zodanig te wijzigen en/of aan te passen opdat die [medeverdachte 1] aanwezig kon zijn bij de aankomst van die [betrokkene 1] op de luchthaven Princess Juliana Airport en/of de inreis en/of het inklaren van die [betrokkene 1] kon verzorgen, terwijl dit/die feit(
  16. en)werd(
  17. en)begaan in de uitoefening van haar en/of haar mededader(
  18. s)ambt of beroep als immigratiemedewerk(st)er(
  19. s)en/of terwijl zij, verdachte, van dit/die feit(
  20. en)een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt en/of terwijl dit/die feit(
  21. en)in vereniging werd(
  22. en)begaan; (artikel 2:154 lid 1 onder a en lid 2/3 jo 1:124 van het Wetboek van Strafrecht); Feit 2. (zaaksdossier 11) zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 september 2015 tot en met 30 november 2016 in Sint Maarten, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), als ambtenaar, immers werkzaam als immigratiemedewerkster, (telkens) opzettelijk met misbruik van haar/hun functie of positie ==het paspoort van [betrokkene 2] (‘[betrokkene 2]’) heeft/hebben voorzien van (een) (uitreis- en/of vertrek)stempel(
  23. s)zonder dat die [betrokkene 2] uit Sint Maarten vertrok; en/of ==(als immigratiemedewerkster(s)) heeft/hebben nagelaten toezicht te houden op de naleving van het bij of krachtens de Landsverordening toelating en uitzetting bepaalde en/of deze Landsverordening toelating en uitzetting toe te passen; en/of in elk geval (telkens) iets heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben nagelaten iets te doen ten einde enig voordeel voor zichzelf en/of die [betrokkene 2] en/of (een) ander(
  24. en)te verkrijgen; (artikel 2:354 van het Wetboek van Strafrecht); subsidiair, indien het vorenstaande onder feit 2. niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 september 2015 tot en met 30 november 2016 in Sint Maarten meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) een paspoort op naam van [betrokkene 2] ([paspoortnummer]), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, hebbende zij, verdachte, en/of haar, verdachte’s, mededader(
  25. s)valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- (telkens) in dat paspoort (ten onrechte en/of onrechtmatig) (een) uitreis- en/of vertrekstempel(
  26. s)geplaatst en/of opgenomen en/of aangebracht terwijl die [betrokkene 2] op die datum/data en/of dat/die tijdstip(pen) in werkelijkheid niet vertrok uit Sint Maarten, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en/of onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(
  27. en)te doen gebruiken; (artikel 2:184 Wetboek van Strafrecht) Feit 3. (dossier) zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 14 november 2016 in Sint Maarten en/of Haiti, heeft deelgenomen aan een organisatie bestaande uit (de immigratiemedewerk(st)er(s)) haar, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk ==het plegen van mensensmokkel als bedoeld in artikel 2:154 van het Wetboek van Strafrecht; en/of ==het aannemen van steekpenningen als bedoeld in artikel 2:350 en/of artikel 2:351 van het Wetboek van Strafrecht; en/of ==het als ambtenaar misbruik maken van haar functie en/of positie als bedoeld artikel 2:354 van het Wetboek van Strafrecht; en/of ==het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 2:184 en/of 2:185 van het Wetboek van Strafrecht; en/of ==het medeplegen en/of medeplichtig zijn aan overtreding van artikel 23 van de Landsverordening toelating en uitzetting; (artikel 2:79 Wetboek van Strafrecht) subsidiair, indien het vorenstaande onder feit 3. niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, (de immigratiemedewerk(st)er(
  28. s)[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 14 november 2016 in Sint Maarten en/of Haiti, heeft/hebben deelgenomen aan een organisatie bestaande uit (de immigratiemedewerk(st)er(s)) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere perso(o)n(
  29. en)dan haar, verdachte, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk ==het plegen van mensensmokkel als bedoeld in artikel 2:154 van het Wetboek van Strafrecht; en/of ==het aannemen van steekpenningen als bedoeld in artikel 2:350 en/of artikel 2:351 van het Wetboek van Strafrecht; en/of ==het als ambtenaar misbruik maken van haar functie en/of positie als bedoeld artikel 2:354 van het Wetboek van Strafrecht; en/of ==het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 2:184 en/of 2:185 van het Wetboek van Strafrecht; en/of ==het medeplegen en/of medeplichtig zijn aan overtreding van artikel 23 van de Landsverordening toelating en uitzetting; bij het plegen van welk misdrijf verdachte (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 14 november 2016 in Sint Maarten door de/het dienstrooster(
  30. s)van (die) immigratiemedewerk(st)er(
  31. s)aan te passen en/of te wijzigen; (artikel 2:79 Wetboek van Strafrecht jo 1:124 Wetboek van Strafrecht) 3Voorvragen 3A. Geldigheid van de dagvaarding Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is. 3B. Bevoegdheid van het Gerecht Krachtens de wettelijke bepalingen is het Gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. 3C. Ontvankelijkheid van de officier van justitie Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. 3D. Redenen voor schorsing van de vervolging Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken. 4Bewijsbeslissingen - vrijspraak Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Daartoe is het volgende redengevend. Feit 1 Verdachte wordt verweten dat zij medeverdachte [medeverdachte 1] behulpzaam is geweest bij de mensensmokkel van [betrokkene 1]. Dit zou zij hebben gedaan door het dienstrooster van [medeverdachte 1] op haar verzoek te wijzigen. Naar het oordeel van het Gerecht staat vast dat [medeverdachte 1] verdachte heeft gevraagd om een ‘humongous favor’. [medeverdachte 1] zegt dat een Jamaicaanse vriend aan gaat komen en dat zij op aankomst moet zitten daarvoor; kan verdachte haar helpen? Verdachte antwoordt dat zij zich niet lekker voelt en mogelijk niet gaat werken. Even later zegt bericht ze [medeverdachte 1]: ‘Ur time upstairs is 6’. [medeverdachte 1] antwoordt: ‘Thnks i just found out’. Uit het dossier kan op geen enkele wijze worden afgeleid dat het rooster van [medeverdachte 1] is gewijzigd, noch dat verdachte daarbij betrokken zou zijn. Verdachte had naar eigen zeggen wel het vermoeden dat [medeverdachte 1] met iets illegaals bezig was. Het blijkt echter niet dat zij daaraan heeft bijgedragen, noch als medepleger (primair), noch als medeplichtige (subsidiair). Dit leidt tot vrijspraak van feit 1. Feit 2 [betrokkene 2] heeft verklaard dat verdachte op enig moment zijn paspoort van in- en uitreisstempels heeft voorzien, hoewel hij niet had gereisd, teneinde de schijn van legaal verblijf te wekken. In werkelijkheid was [betrokkene 2] al langer dan toegestaan op het eiland, wat verdachte wist, aldus [betrokkene 2]. Naar het oordeel van het Gerecht vindt deze verklaring onvoldoende steun in het dossier om tot een bewezenverklaring te komen. Uit het paspoort van [betrokkene 2] blijkt dat verdachte hem slechts eenmaal van een inreisstempel heeft voorzien en dat was voor aanvang van de tenlastegelegde periode. Van een bewuste nauwe samenwerking van verdachte met anderen, in de zin dat verdachte aan een ander heeft gevraagd om onrechtmatige stempels te zetten, is evenmin gebleken. Ook staat niet vast dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij de uitreis van [betrokkene 2] op 30 november 2016. Dit leidt tot vrijspraak van feit 2. Feit 3 Door verschillende getuigen zijn vermoedens geuit, dat verdachte zich actief en in samenwerking met anderen heeft bezig gehouden met mensensmokkel en aanverwante misdrijven. Geen van die vermoedens heeft echter tot bewezenverklaring van enig strafbaar feit geleid. Ook anderszins bevat het dossier geen wettig en overtuigend bewijs van deelname van verdachte aan een gestructureerd samenwerkingsverband met als oogmerk het plegen van misdrijven. Dit leidt tot vrijspraak voor feit 3. 5Beslissing Het Gerecht: verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair, 2 subsidiair, 3 primair en 3 subsidiair en spreekt verdachte daarvan vrij; gelast de teruggave van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals vermeld op aangehechte beslaglijst; heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 2 augustus 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.