GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN Zaaknummer: SXM201800529 (AR 2018/98) Vonnis d.d. 11 december 2018 inzake [de vrouw], wonende te Sint Maarten, eiseres, verweerster in de incidenten, gemachtigde: mr. drs. E. BOKKES, tegen [de man ], wonende te Sint Maarten, gedaagde, eiser in de incidenten, gemachtigde: mr. J. VEEN, Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden. 1Het procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit: het inleidend verzoekschrift met producties, op 24 april 2018 ter griffie ingediend; de incidentele conclusie zijdens de man “exceptie van rechtsmacht althans onbevoegdheid (124 Rv) subsidiair exceptie van litispendentie (126 Rv)” met producties; de conclusie van antwoord in het incident zijdens de vrouw d.d. 16 oktober 2018 met producties; akte uitlating producties zijdens de man d.d. 14 november
- 1.
- Vonnis is nader bepaald op heden. 2De feiten Het gaat hier, voor zover in het incident van belang, om het volgende. 2.
- In maart 2013 heeft de man een woning aan de ….. Road #20 te Sint Maarten gekocht. In november 2014 heeft de man op naam van beide partijen een woning gekocht aan de ….., Australië. 2.
- Partijen zijn op 10 december 2014 te Las Vegas, Nevada, Verenigde Staten met elkaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Partijen hebben in de woning te Sint Maarten samengewoond. 2.
- De man heeft de Britse nationaliteit en de vrouw heeft de Australische nationaliteit. De man stond van 25 september 2015 tot 19 maart 2018 ingeschreven in het bevolkingsregister te Sint Maarten. De vrouw is nooit ingeschreven geweest in het bevolkingsregister te Sint Maarten. 2.
- Partijen wonen sinds 22 september 2016 niet meer samen. De vrouw heeft haar intrek genomen in de woning te …… Australië en woont daar thans nog steeds. De man woont in Zwitserland. 2.
- Bij verstekbeschikking van dit Gerecht van 3 juli 2017 is de man veroordeeld om US$ 5,000.00 per maand aan de vrouw te betalen ter voorziening in de kosten van levensonderhoud. 2.
- De man heeft op 27 oktober 2017 een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de Federal Circuit Court of Australia at Brisbane. De vrouw heeft in die procedure van antwoord gediend en is op 18 april 2018 ter zitting verschenen. Bij vonnis van voornoemd gerecht van 23 mei 2018 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken per 24 juni
- 2.
- Op 21 december 2017 heeft de man een verzoek tot verdeling van de boedel ingediend bij de Family Court of Australia at Brisbane. De woningen te Sint Maarten en Australië zijn in dat verzoek tot verdeling betrokken. Bij tussenvonnis van 23 mei 2018 heeft voornoemd gerecht de zaak met File No. ………./2017 onder meer verwezen naar mediation en bepaald dat de vrouw van antwoord mag dienen en dat de zaak zal worden voortgezet op 7 februari
- De vrouw heeft in haar antwoord op het verzoek gevorderd dat de woning te ………., Australië aan haar wordt toegewezen en dat de man wordt veroordeeld $ 3,000,000.00 aan haar te betalen, met beslissing over de proceskosten. 3Het geschil 3.
- De vrouw vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap als volgt: “Toewijzing aan [de vrouw, GEA] van de woning te………, Australie; en Voldoening van de overbedeling door [de man, GEA] aan [de vrouw, GEA]; en Te bepalen dat het in deze te wijzen vonnis in de plaats zal treden van de notariële akte van verdeling; en [de man, GEA] te veroordelen tot betaling van de zijdens [de vrouw, GEA] gerezen kosten van dit geding inclusief nakosten van NAF 250,- zonder betekening en NAF 400,- in geval van betekening, en al deze kosten te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, onder de bepaling dat over het bedrag van de toegewezen proceskosten wettelijke rente verschuldigd zal zijn vanaf 14 dagen na de datum van vonniswijzing; althans een en ander door UEA in goede justitie te bepalen.” 3.
- In het incident vordert de man dat het Gerecht zich primair onbevoegd zal verklaren van de vorderingen van de vrouw kennis te nemen en subsidiair de vrouw niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen en voor het overige de zaak zal verwijzen naar de Family Court of Australia at Brisbane, een en ander met beslissing over de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad. Meer subsidiair vordert de man dat de zaak naar de rol wordt verwezen om voort te procederen. 3.
- De vrouw concludeert in het incident tot afwijzing van het gevorderde met beslissing over de proceskosten in het incident. 3.
- Ter onderbouwing van de incidentele vorderingen voert de man, samengevat, het volgende aan. Geen van partijen heeft woonplaats of gewone verblijfplaats op Sint Maarten en daarom is het Gerecht niet bevoegd van het geschil kennis te nemen gelet op het bepaalde in artikel 95 Rv. Daarnaast is tussen dezelfde personen over hetzelfde onderwerp (de verdeling) reeds een procedure aanhangig voor de Family Court of Australia at Brisbane. De vordering van de vrouw in de onderhavige procedure is identiek aan die in de Australische procedure. Op grond van 126 Rv wordt daarom (subsidiair) verzocht de zaak naar voornoemd gerecht te Australië te verwijzen. De vrouw heeft gelet op het voorgaande ook geen belang bij onderhavige procedure. 3.
- De vrouw voert in het incident, samengevat, het volgende aan. De vrouw heeft pas op 9 mei 2018 vernomen dat de man zich heeft laten uitschrijven uit het bevolkingsregister; op dat moment was het verzoekschrift reeds ingediend en is het Gerecht bevoegd van het geschil kennis te nemen. Daarnaast heeft het Gerecht zich eerder bevoegd verklaard in de procedure bedoeld in rov. 2.5 en de onderhavige procedure betreft een verknochte zaak. Voorts bevinden diverse bestanddelen van de onverdeelde boedel zich in Sint Maarten, zodat het Gerecht op grond van artikel 99 Rv bevoegd is. Bovendien heeft de vrouw op 4 oktober 2018 dit Gerecht verzocht conservatoir (vreemdelingen)beslag te leggen op de woning te Sint Maarten. Bij beslissing van dit Gerecht van diezelfde datum is dat verzoek toegewezen. Het Gerecht was op grond van artikel 700 lid 1 juncto 768 Rv bevoegd van het beslagrekest kennis te nemen en is op grond van artikel 767 Rv bevoegd kennis te nemen van de vorderingen in de hoofdzaak. De vrouw verzet zich tegen verwijzing naar het Australische gerecht omdat een eventueel Australisch vonnis moeilijk ten uitvoer kan worden gelegd alhier, bij gebreke van tussen Sint Maarten en Australië bestaande verdragen. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in het incident 4.
- Ingevolge artikel 95 Rv is – kort gezegd – de rechter van de woonplaats van gedaagde relatief bevoegd. De man heeft echter geen woon- of verblijfplaats meer in Sint Maarten. De omstandigheid dat de vrouw pas na indiening van haar verzoekschrift op de hoogte is geraakt van de uitschrijving van de man uit het bevolkingsregister te Sint Maarten, doet aan het voorgaande niet af. Artikel 95 Rv schept aldus geen bevoegdheid voor dit Gerecht. 4.
- Ingevolge artikel 99 Rv is in geschillen betreffende onroerende zaken mede bevoegd de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de zaak is gelegen. Dit betekent dat het Gerecht mede bevoegd is van het geschil kennis te nemen voor zover dat betrekking heeft op de woning te Sint Maarten. De vorderingen van de vrouw zien evenwel op verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en niet alleen op verdeling van de woning te Sint Maarten. De vrouw voert aan dat de bevoegdheid van het Gerecht ten aanzien van al haar vorderingen, tevens voortvloeit uit artikel 767 Rv. 4.
- In artikel 767 Rv is bepaald dat bij gebreke van een andere weg om een executoriale titel te verkrijgen, de eis in de hoofdzaak kan worden ingesteld voor het gerecht waarvan de voorzieningenrechter het verlof tot het gelegde beslag heeft verleend. Doel van dit artikel is om ook rechtsmacht te scheppen voor de Sint Maartense rechter in die zaken, waarin anders geen bevoegde rechter in Sint Maarten zou zijn aangewezen, terwijl hier te lande voor de schuldeiser verhaalsmogelijkheden bestaan. Volgens de vrouw is inmiddels conservatoir beslag gelegd op de woning te Sint Maarten. 4.
- In zijn akte uitlating producties voert de man aan dat de vrouw in dit verband misbruik maakt van procesrecht. Op de rolzitting van 18 september 2018 is, volgens de man, namens de vrouw meegedeeld dat de onderhavige zaak zal worden ingetrokken en is de zaak op verzoek van de rolgemachtigde van de vrouw aangehouden tot 16 oktober 2018 voor de indiening van een akte intrekking. Een en ander is op 19 september 2018 per e-mail bevestigd door mr. Van Kasbergen aan mr. Wouters met kopie aan mr. Koster. Niettegenstaande deze afspraak is op 4 oktober 2018 het beslagrekest ingediend waarin bovendien, in strijd met de waarheidsplicht van artikel 18b lid 2 en 18c Rv, niet is vermeld dat mr. Veen de man vertegenwoordigt. Op 16 oktober jl. heeft de vrouw, in plaats van een akte intrekking een conclusie van antwoord in het incident genomen. Gelet op deze gang van zaken is het (voorwaardelijke) uitstel van 16 september 2018 ten onrechte gegeven. Het uitstel is gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het verleend is. Om die reden dient met het beslag geen rekening te worden gehouden, voor zover dat beslag al is gelegd. De vrouw heeft immers niet aangetoond dat daadwerkelijk beslag is gelegd op de woning te Sint Maarten, aldus steeds de man. 4.
- De vrouw heeft op het voorgaande niet kunnen reageren. Wederhoor heeft dan ook niet plaatsgevonden. Het Gerecht wenst inlichtingen te verkrijgen over de gang van zaken zoals door de man gesteld en zal daarom een nadere aktewisseling toestaan. De volgende vragen moeten worden beantwoord: Is inmiddels beslag gelegd op de woning te Sint Maarten en zo ja, uit welke (over te leggen) stukken blijkt dat? Is namens de vrouw ter rolle van 18 september 2018 verklaard dat de zaak zal worden ingetrokken en is dit per (over te leggen) mail op 19 september 2018 bevestigd, zoals door de man gesteld? Waarom heeft de vrouw in het inleidende verzoekschrift niet melding gemaakt van de reeds aanhangige procedures in Australië? Wat is het belang van de vrouw om ook een procedure in Sint Maarten te voeren, gelet op artikel 985 Rv? Dezelfde vraag, maar dan met verwijzing naar artikel 126 Rv? 4.
- De vrouw kan bij akte ook ingaan op het verwijt van de man dat zij misbruik van procesbevoegdheid heeft gemaakt zodat hoor en wederhoor op dit punt kan worden voltooid. Als tot misbruik van procesbevoegdheid zou worden geoordeeld; wat zijn daar volgens de vrouw dan de eventuele consequenties van voor het verdere verloop van de procedure? 4.
- Dit leidt tot de volgende beslissing. 5De beslissing Het Gerecht: verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 8 januari 2019 voor gelijktijdige aktes van partijen (P1), houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en op 11 december 2018 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.