GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN Zaaknummer: SXM201900666 Vonnis in kort geding van 23 augustus 2019 inzake (eiser), wonende in Sint Maarten, eiser, procederende in persoon, tegen 1(gedaagde 1), wonende in Sint Maarten, gedaagde sub 1, gemachtigde: de heer Roland E. Duncan, 2. ( (gedaagde 2), wonende in Curaçao, gedaagde sub 2, procederende in persoon, 3. ( (gedaagde 3 en gedaagde 4), beiden wonende in Sint Maarten gedaagden sub 3, procederende in persoon, Eiser zal hierna ‘(eiser)’, en de gedaagden sub 1- sub 3 gezamenlijk ‘(gedaagden)’ worden genoemd. 1Verloop van de procedure 1.1. ( Eiser) heeft op 2 juli 2019 een verzoekschrift ingediend. Bij verzoekschrift van 15 juli 2019 heeft (eiser) zijn eis vermeerderd. Bij brief van 12 augustus 2019 heeft (eiser) producties in het geding gebracht. Bij brieven van 15 augustus 2019 en 16 augustus 2019 hebben gedaagden sub 2 en sub 3 producties in het geding gebracht. (eiser) maakt bezwaar dat gedaagden sub 2 en sub 3 deze producties in het geding brengen, omdat hij voorafgaande aan de zitting hiervan geen kennis heeft kunnen nemen. Vervolgens heeft op 16 augustus 2019 de mondelinge behandeling plaatsgevonden. (gedaagde 3 heeft volmachten van (gedaagde 4) en (gedaagde 2) in het geding gebracht teneinde hen tijdens de zitting te kunnen vertegenwoordigen. Partijen hebben het woord gevoerd en gedaagden hebben pleitaantekeningen overgelegd. 1.2. Vonnis is bepaald op heden. 2De feiten Partijen hebben een jarenlang bestaand geschil over de verdeling van de nalatenschap van (erflater) (hierna ook: de ‘Erflater’). Partijen hebben al vele procedures tegen elkaar gevoerd waarover het Gerecht in verschillende samenstelling heeft geoordeeld. Deze procedures hebben tot dusverre niet geleid tot een voor alle betrokken partijen aanvaardbare verdeling van de nalatenschap van de Erflater. Partijen verkeren nog steeds in een niet geheel verdeelde gemeenschap. 3Het geschil 3.1. Na vermeerdering van de eis vordert (eiser) van (gedaagden) de nakoming van een verdeling en de medewerking aan een ‘juridische levering van verdelingsakten’ alsmede gedaagden sub 3 ‘te bevelen hun medewerking te verlenen bij Notariskantoor Tjon Ajong om de overdracht van het perceel (lot 3) van meetbrief 6/1996 van wijlen (erflater) aan (eiser)’ onder veroordeling van (gedaagden) in de proceskosten. 3.2. ( eiser) legt aan zijn vordering ten grondslag verscheidene vonnissen van het Gerecht en de stelling dat de meerderheid van de deelgenoten menen dat ‘lot 3’ van meetbrief 6/1996 aan (eiser) dient te worden toebedeeld. 3.3. ( gedaagden) voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling producties van gedaagden sub 2 en sub 3 4.1. Bij brieven van 15 en 16 augustus 2019 hebben gedaagden sub 2 en sub 3 verscheidene producties in het geding gebracht. (eiser) maakt hiertegen bezwaar omdat hij hiervan geen kennis heeft kunnen nemen. (eiser) wijst op het procesreglement meer in het bijzonder de bepaling van artikel 52 waarin is bepaald dat producties waarop een partij zich wenst te beroepen uiterlijk om 14:00 uur op de dag voorafgaande aan de zitting aan de rechter en de wederpartij dienen te worden verstrekt. 4.2. Het Gerecht acht aannemelijk geworden dat (eiser) niet tijdig de beschikking heeft gekregen over deze producties. Een computerstoring was hieraan debet, zo begrijpt het Gerecht. Het is niet duidelijk geworden aan wiens zijde de computer disfunctioneerde maar het had dan op de weg gelegen om de producties in hard copy tijdig voorafgaande aan de zitting aan (eiser) te bezorgen, hetgeen gedaagden sub 2 en sub 3 hebben nagelaten. Het Gerecht zal bij de beoordeling deze producties dan ook buiten beschouwing laten. nakoming, medewerking verdeling en overdracht 4.3. Het is aan een eiser in kort geding feiten en omstandigheden te stellen, en bij betwisting hiervan, deze feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk te maken, te onderbouwen, waaruit volgt dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.