GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN UITSPRAAK In het geding van: [eiser] wonende te Sint Eustatius, eiser, procederende in persoon, tegen DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, SOCIALE ONTWIKKELING EN ARBEID, gezeteld te Sint Maarten, verweerder, gemachtigde: mr. W.D. KWEEKEL, 1Aanduiding bestreden beschikking De bestreden beschikking betreft de beschikking van verweerder van 1 augustus 2018, waarbij de aanvraag van 11 mei 2017 tot verkrijging van ontheffing is afgewezen. 2Het verloop van de procedure Met een op 30 augustus 2018 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) heeft eiser tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Op 5 april 2019 heeft gemachtigde namens verweerder een akte ingediend. Bi emailbericht van 7 april 2019 heeft eiser aanvullende stukken in het geding gebracht. Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 18 april
- Eiser is in persoon verschenen. Namens verweerder is de heer J. van Duinkerken, beleidsmedewerker bij de Ministerie verschenen, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Uitspraak is bepaald op heden. 3De beoordeling Verweerder heeft bij beschikking van 28 september 2018 de in dit beroep bestreden besluit van 1 augustus 2018 ingetrokken. Gelet op het feit dat de beschikking van 1 augustus 2018 is ingetrokken, heeft eiser geen belang meer bij deze beroepsprocedure, behoudens met betrekking tot de proceskosten. Er is aanleiding verweerder te veroordelen (ten laste van het land Sint Maarten) in de door eiser gemaakte proceskosten als hierna bepaald, nu gesteld noch gebleken is dat eiser nodeloos heeft geprocedeerd. Met toepassing van het Besluit Proceskosten Bestuursrecht stelt het Gerecht de proceskosten vast op NAf. 350,--, zijnde 1 punt voor het beroepschrift, waarbij de relatieve eenvoud van de zaak aanleiding geeft om factor 0,5 toe te passen. Voorts zal het Gerecht bepalen dat aan eiser het door hem betaalde griffierecht wordt vergoed ad NAf 150,--. 4De beslissing Het Gerecht : verklaart het beroep niet-ontvankelijk; veroordeelt het land Sint Maarten in de kosten en bepaalt dat het land Sint Maarten aan eiser zal betalen een bedrag ad NAf. 350,-- als vergoeding voor de door eiser gemaakte proceskosten alsmede een bedrag ad NAf. 150,--, zijnde het door eiser betaalde griffiegeld. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.P.M. van der Burgt, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 13 mei
- Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.