Parketnummer: 100.00427/19 Uitspraak: 18 maart 2020 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [datum] te Saint Martin, adres: [adres], thans alhier gedetineerd. Waar het in deze zaak om gaat Op woensdagavond 5 juni 2019, lopen een vader en zijn dochter die vakantie vieren op Sint Maarten over het strand bij Maho beach terug naar hun hotel. Plotseling verschijnt een overvaller die zijn vuurwapen op de dochter richt en om geld vraagt. De dochter staat snel haar tas af. Als de vader dat ziet en een schreeuw uitbrengt, wordt hij door de overvaller in zijn hoofd en nek geschoten; hij overlijdt later aan zijn verwondingen. De verdachte wordt betrokkenheid bij dit schietincident verweten. Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 11 december 2019 en op 4 maart 2020. De verdachte is steeds verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S.H.M. Ibrahim, advocaat te Sint Maarten. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie mr. Boerlage heeft gevorderd dat het Gerecht bewezen zal verklaren dat de verdachte samen met een ander diefstal heeft gepleegd met geweld die de dood ten gevolge heeft (feit 1) en een vuurwapen voorhanden heeft gehad (feit 2), en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren. Haar vordering behelst voorts de volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van diefstal en vuurwapengeweld (feit 1), en heeft een strafmaatverweer gevoerd ten aanzien van het verboden wapenbezit (feit 2). Tenlastelegging Wat aan de verdachte is tenlastegelegd staat vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Formele voorvragen Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. Waardering van het bewijs Op 5 juni 2019 loopt de aangeefster met haar vader over het strand bij Maho beach terug naar hun hotel. Vlakbij de Driftwoodbar verschijnt plotseling een man die zijn vuurwapen op de aangeefster richt en om geld vraagt. De aangeefster staat snel haar tas af. Als de vader dat ziet en een schreeuw uitbrengt, wordt hij door de man in zijn hoofd geschoten; hij overlijdt later aan zijn verwondingen. De man gaat er te voet vandoor. Beelden van bewakingscamera’s in de buurt van Maho beach tonen een witte Hyundai i10 die iets met dat incident te maken lijkt te hebben. Op de terechtzitting is een compilatie van die beelden vertoond. Te zien is dat de i10 stopt op Beacon Hill Road bij de Driftwood bar. Er lijkt daar iemand uit te stappen. De i10 rijdt dan een rondje, en stopt even later op de Airport Road iets voorbij de Maho rotonde. Een persoon komt uit de richting van de Driftwood bar, rent naar de stilstaande i10, stapt in, en dan rijdt de i10 weg in de richting van de luchthaven. Eerder die dag blijkt de verdachte die Hyundai i10 van medeverdachte [C] te hebben geleend. Ook leende hij van hem een vuurwapen. De verdachte en medeverdachte [Y] zijn samen in die i10 en met dat vuurwapen naar Maho gereden. De verdachte stelt dat hij de bestuurder van de i10 was en dat zijn medeverdachte [Y] met een vuurwapen de auto heeft verlaten, even later weer is ingestapt, en toen tegen de verdachte zou hebben gezegd dat hij net iemand had beroofd en neergeschoten. Zijn medeverdachte [Y] beweert evenwel ook dat hij ten tijde van het incident de bestuurder van de i10 was, en ontkent het dodelijke schot te hebben gelost. Deze twee verklaringen sluiten elkaar uit. De beelden geven geen antwoord op de vraag wie ten tijde van het incident achter het stuur van de i10 zat. De persoon die op de camerabeelden uit de richting van de Driftwood bar komt en in de i10 stapt, passeert een reclamebord. Dat bord is gebruikt als ijkpunt om de lengte van deze persoon te kunnen schatten. De verdachte heeft een lichaamslengte van ongeveer 183 centimeter en de medeverdachte [Y] is ongeveer 173 centimeter lang. Met dezelfde bewakingscamera zijn opnamen gemaakt van personen die hetzelfde bord passeren; een proefpersoon met een lengte van 173 centimeter en een andere met een lengte van 183 centimeter. Als de beelden vervolgens over elkaar worden gelegd, blijkt de lengte van de persoon die in de i10 stapt overeen te komen met die van de 183 centimeter lange proefpersoon. Het Gerecht leidt daaruit af dat het de verdachte was die op de beelden als bijrijder in de i10 stapte, en dat het de verdachte is geweest die kort daarvoor de tas van de aangeefster heeft gestolen en het dodelijke schot heeft gelost. Het Gerecht gaat derhalve voorbij aan de door de verdachte afgelegde verklaring dat hij ten tijde van het incident in de auto zat en dat hij niet de schutter is geweest. De verdachte heeft een vuurwapen op het hoofd van de aangeefster gericht en haar een tas afhandig gemaakt. Toen de vader daarop reageerde, richtte de verdachte zijn vuurwapen op het hoofd van de vader en haalde hij de trekker over. De vader is daarbij in zijn hoofd geraakt en overleed korte tijd later aan zijn verwondingen. De verdachte heeft geen inzicht gegeven in wat er voor en tijdens het incident in hem is omgegaan, terwijl dat nu juist van belang is om de vraag te kunnen beantwoorden met welk oogmerk de verdachte heeft gehandeld. Het Gerecht zal die vraag daarom moeten beantwoorden aan de hand van de vastgestelde feiten, en komt tot de volgende beoordeling. Het was de verdachte te doen om de bezittingen van de aangeefster: hij wilde die afpakken, zo nodig met geweld. Dat volgt uit het feit dat hij de aangeefster onder schot hield, haar tas afpakte, en met die tas is weggevlucht. In zoverre was diefstal het oogmerk. Maar bij een bedreiging is het niet gebleven. Ook heeft de verdachte met een vuurwapen gericht op het hoofd van de vader een schot gelost. Het hoofd is een kwetsbaar deel van het lichaam en biedt plaats aan de hersenen, die de vitale functies van het lichaam aansturen. Een vuurwapen is een dodelijk wapen. Iemand die met een vuurwapen van dichtbij gericht op iemands hoofd schiet, probeert die ander te doden. Moeilijk voorstelbaar is dat iemand zo’n ingrijpende handeling niet opzettelijk verricht, en in dit geval is dat ook niet aangevoerd of aannemelijk geworden. Het Gerecht stelt dan ook vast dat de verdachte opzettelijk de vader van de aangeefster om het leven heeft gebracht. Bewezenverklaring In bijlage II heeft het Gerecht de wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: Feit 1 Primair hij op of omstreeks 5 juni 2019 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [vader] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.