Parketnummer: 100.00426/19 Uitspraak: 18 maart 2020 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [datum] te Sint Maarten, adres: [adres]. Waar het in deze zaak om gaat Op woensdagavond 5 juni 2019, lopen een vader en zijn dochter die vakantie vieren op Sint Maarten over het strand bij Maho beach terug naar hun hotel. Plotseling verschijnt een overvaller die zijn vuurwapen op de dochter richt en om geld vraagt. De dochter staat snel haar tas af. Als de vader dat ziet en een schreeuw uitbrengt, wordt hij door de overvaller in zijn hoofd en nek geschoten; hij overlijdt later aan zijn verwondingen. De verdachte wordt betrokkenheid bij het schietincident verweten omdat hij aan de overvaller het wapen en een auto heeft verschaft. Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 11 december 2019 en op 4 maart 2020. De verdachte is steeds verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S.D.M. Roseburg, advocaat te Sint Maarten. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie mr. Boerlage heeft gevorderd dat het Gerecht bewezen zal verklaren dat de verdachte medeplichtigheid is aan diefstal met geweld die de dood ten gevolge heeft en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren. Haar vordering behelst voorts de volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Tenlastelegging Wat aan de verdachte is tenlastegelegd staat vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Formele voorvragen Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. Waardering van het bewijs Bewijsuitsluiting? De verdachte heeft zich op 7 augustus 2019 op het politiebureau in Philipsburg gemeld. Voordat hij toen en daar als verdachte is gehoord, is hij gewezen op zijn recht om op eigen kosten een advocaat te consulteren. Na afloop van dat verhoor is hij buiten heterdaad aangehouden. Die avond is de verdachte nogmaals verhoord. Voorafgaande aan dat verhoor is hij op zijn rechten gewezen en heeft de verdachte schriftelijk afstand gedaan van zijn recht op rechtskundige bijstand. Aangevoerd is dat de verdachte bij zijn eerste verhoor recht had op kosteloze rechtsbijstand van een piketadvocaat. Nu dat hem niet is aangeboden, is zijn consultatierecht geschonden. Bij zijn tweede verhoor zou de verdachte afstand hebben gedaan van zijn recht op rechtsgeleerde bijstand omdat hij onterecht meende voor die bijstand te moeten betalen, en daarvoor had hij het geld niet. Aangevoerd is dat de verdachte niet welbewust en vrijwillig afstand deed van zijn consultatierecht. Dit moet worden gecompenseerd door de eerste twee verhoren van de verdachte buiten beschouwing te laten. Het Gerecht is van oordeel dat er bij de huidige stand van het recht niet kan worden gesproken van geschonden normen. Er bestaat geen recht op kosteloze rechtsbijstand bij het verhoor van een verdachte die niet is aangehouden. Voor zijn tweede verhoor is de verdachte op zijn rechten gewezen en daarna heeft hij schriftelijk ondubbelzinnig, welbewust en vrijwillig afstand gedaan van zijn recht op rechtsgeleerde verhoorbijstand. De eerste twee verhoren kunnen worden gebruikt voor het bewijs. Bewijsmiddelen Op woensdagavond 5 juni 2019 loopt de aangeefster met haar vader over het strand bij Maho beach terug naar hun hotel. Plotseling verschijnt een man die zijn vuurwapen op de aangeefster richt en om geld vraagt. Als de vader dat ziet en een schreeuw uitbrengt, wordt hij door de man in zijn hoofd geschoten; hij overlijdt later aan zijn verwondingen. De aangeefster staat snel haar tas af. In die tas zat onder meer een aantal Amerikaanse dollars. Op de dag van het schietincident heeft de verdachte zijn vuurwapen en een Hyundai i10 uitgeleend aan [X], die vervolgens samen met [Y] in die Hyundai i10 naar Maho blijken te zijn gereden, waar een van hen die straatroof heeft gepleegd en dat dodelijke schot heeft gelost. Bewijsoverweging Door de verdediging is aangevoerd dat de verdachte niet wist dat [X en Y] met behulp van zijn pistool een straatroof zouden gaan plegen en iemand zouden doden. Zijn opzet was niet gericht op het doden van een toerist of op een gewapende overval, daarom moet de verdachte hiervan worden vrijgesproken. Het Gerecht komt tot de volgende beoordeling. De verdachte en medeverdachte [X] zijn vrienden. Tijdens zijn eerste verhoor verklaart de verdachte te weten dat [X] geen werk heeft en een gevangenisstraf heeft uitgezeten voor een gewapende overval aan de Franse kant van Sint Maarten. Op de dag van het schietincident vraagt [X] aan de verdachte een pistool en een auto te leen. De verdachte leent zijn spullen uit zonder precies te weten wat [X] ermee zou gaan doen: ‘[X] wanted to do something in Marigot.’ Een pistool is een gevaarlijk voorwerp. Iedereen weet dat pistolen vaak worden gebruikt bij roofovervallen en dat het bezit van een pistool zonder vergunning illegaal is en streng wordt bestraft. De verdachte wist dat [X] geen regulier inkomen heeft en eerder een gewapende overval had gepleegd. Door aan die [X] een wapen te verschaffen heeft de verdachte minst genomen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat [X] met behulp van dat wapen een overval zou gaan plegen. Daarmee staat het opzet vast van de verdachte op de overval die later die dag met zijn wapen is gepleegd. Hij heeft die overval bevorderd en mede mogelijk gemaakt door aan [X] een wapen en een auto uit te lenen. Slachtoffers van gewapende overvallen krijgen de schrik van hun leven en kunnen op verschillende manieren reageren: ze kunnen verstijven van schrik, proberen te vluchten, of terugvechten. De overvaller zal gespannen zijn en stress ervaren als hij zijn slachtoffer confronteert met zijn wapen. Hoe een en ander verloopt valt niet te voorspellen, maar dat een gewapende overval uit de hand kan lopen en dat daarbij doden kunnen vallen als er een vuurwapen in het spel is, ligt voor de hand. De verdachte had het noodlottige gevolg van deze overval dan ook redelijkerwijs kunnen voorzien, ook had zal hij de dood van het slachtoffer niet hebben gewild. Bewezenverklaring In bijlage II heeft het Gerecht de wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: Meest subsidiair dat [Xen/of Y] op of omstreeks 5 juni 2019 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen, een tas met inhoud, in ieder geval een bedrag van ongeveer 20.00 USD, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [dochter] en/ of [vader], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/ of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/ of vergezeld en/ of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [dochter] en/of [vader], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.