Parketnummer: 100.00527/19 Uitspraak: 19 februari 2020 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [datum] te Dominica, thans alhier gedetineerd. Waar het in deze zaak om gaat Op 3 oktober 2019 meert een kleine zeilboot aan bij de Walter Plantz pier in Great Bay, Philipsburg. Drie mannen waaronder de verdachte stappen van boord en worden door de politie staande gehouden. Aan boord bleken zich veertien ongedocumenteerde Haïtianen te bevinden. De drie mannen worden beschuldigd van mensensmokkel. Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 januari en 5 februari 2020. Verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. G. Hatzmann, advocaat te Sint Maarten. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de mensensmokkel bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 50 maanden, met aftrek van voorarrest. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit en heeft daarnaast een strafmaatverweer gevoerd. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Formele voorvragen Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. De raadsman heeft niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit vanwege een ernstig incident dat zich tijdens het voorarrest van de verdachte in het huis van bewaring te Point Blanche heeft voorgedaan. De verdachte is daar door medegedetineerden gegijzeld en bedreigd. Voor de ogen van de verdachte hebben deze medegedetineerden de celgenoot van de verdachte mishandeld en bedreigd, en de beeldopnamen die hiervan zijn gemaakt opgestuurd naar een zus van de celgenoot met het doel om US$ 1500 van die zus af te persen. Volgens de raadsman heeft het openbaar ministerie zijn zorgplicht jegens de verdachte in zo ernstige mate geschonden door de verdachte vast te houden op een plaats waar hij dagelijks moet vrezen voor zijn leven, dat het zijn recht op vervolging van de verdachte heeft verspeeld. Het Gerecht komt tot de volgende beoordeling. Dat er in het door de raadsman aangehaalde incident sprake is van een ernstige schending van normen staat als een paal boven water. De vraag is welke gevolgen daaraan moeten worden verbonden. De normschending is veroorzaakt door medegedetineerden en falend toezicht in het huis van bewaring, maar laat onverlet dat de behandeling van de strafzaak voldoet aan de eisen van een eerlijk proces. Niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging levert geen herstel van de geschonden de norm op, en doet bovendien afbreuk aan de bescherming van de samenleving – wat een belangrijk doel van de strafrechtspleging is. Strafbaar gedrag moet kunnen worden vervolgd, ook hier op Sint Maarten, en bij ernstige strafbare feiten hoort een afschrikwekkende straf. Het openbaar ministerie is daarom ontvankelijk in zijn vervolging. Waardering van het bewijs Op 3 oktober 2019 meert een kleine zeilboot aan bij de Walter Plantz pier in Great Bay, Philipsburg. Drie mannen waaronder de verdachte stappen van boord. Aan boord bleken zich nog 14 Haïtianen te bevinden die geen visum voor Sint Maarten hadden en allen werden aangehouden op verdenking van overtreding van de Landsverordening Toelating en Uitzetting. Uit het verhoor van een getuige bleek dat de Haïtianen op de avond van de eerste oktober 2019 als passagiers op een zeilboot vanuit Dominica richting Sint Maarten waren vertrokken. Voor deze reis moest de getuige US$ 2000 betalen. Het vertrek vanuit Dominica was een paar dagen vertraagd, onder meer omdat er een schip van de kustwacht van Dominica op zee voer. De zeilboot werd bestuurd door drie mannen, waaronder de verdachte. Een lid van de bemanning ontving tijdens de boottocht reisinstructies per telefoon. De bemanning wilde bij daglicht niet op Sint Maarten blijven uit vrees om te worden gearresteerd, en zij zijn op een moment waarop zij voor de kust van Sint Maarten lagen in de richting van Saint Kitts gaan varen - tot zij de instructie kregen op terug te keren naar Sint Maarten. Toen een bemanningslid kort na het aanmeren bij de Walter Plantz pier door een agent werd aangesproken, maanden de overige bemanningsleden de passagiers om stil te zijn en uit het zicht te blijven. Het Gerecht stelt vast dat de verdachte een van de mannen was die de boot bestuurde waarmee veertien ongedocumenteerde personen met de Haïtiaanse nationaliteit vanuit Dominica naar Sint Maarten zijn gereisd, waar zij op 3 oktober 2019 aan land gingen. Dat de verdachte wist dat de Haïtianen geen geldige titel hadden voor een verblijf op Sint Maarten en dat er dus sprake was van mensensmokkel, volgt uit het zoveel mogelijk mijden van contact met de autoriteiten. Dat begon al met het uitstellen van het vertrek uit Dominica in verband met een patrouille van de kustwacht. Ook het aanvangstijdstip van de reis, ’s avonds na zonsondergang, duidt erop dat contact met de autoriteiten werd gemeden. Op de plaats van bestemming aangekomen kiest de men er voor om de koers te verleggen naar Saint Kitts, maar enkele uren later volgt men de instructie op om de steven te wenden en terug te keren naar Sint Maarten. De enige verklaring voor dat reisgedrag is dat de verdachte heeft geweten dat de passagiers aan boord van het zeilschip op illegale wijze in Sint Maarten zouden gaan verblijven. Niettemin is de verdachte hierbij behulpzaam geweest, door met anderen de zeilboot te besturen en telefonisch verkregen instructies op te volgen. Het is zonder meer aannemelijk dat de verdachte dit heeft gedaan om er financieel beter van te worden. Niet vaststaat evenwel dat de verdachte naast de vervoersdienst waarmee hij de gesmokkelden behulpzaam was bij het verschaffen van toegang tot Sint Maarten, ook het oog had op het verschaffen van verblijf aldaar. In zoverre zal de verdachte van het ten laste gelegde worden vrijgesproken. In bijlage II heeft het Gerecht de wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op of omstreeks 3 oktober 2019 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging, althans alleen, een of meer
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.