← Nederland

ECLI:NL:OGEAM:2020:73

Zaaknummer: SXM202000416- GAZ 3/2020 Datum: 19 oktober 2020 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN SINT MAARTEN UITSPRAAK In het geding van: (klager), klager, procederende in persoon, tegen DE MINISTER VAN FINANCIEN VAN SINT MAARTEN, gezeteld te Sint Maarten, verweerder, gemachtigde: mr. C.M.P. VAN HEES, 1Het procesverloop Op 13 mei 2020 is ter griffie van het gerecht in ambtenarenzaken (hierna: het gerecht) een bezwaarschrift met producties ingediend. Op 24 juli 2020 heeft verweerder een contra- memorie met producties ingediend. Mondelinge behandeling van het bezwaarschrift heeft plaatsgevonden op 21 september

  1. Klager is in persoon verschenen en heeft op schrift gestelde pleitaantekeningen overgelegd. Namens verweerder is de heer L. Hakkens verschenen, bijgestaan door gemachtigde voornoemd. Uitspraak is bepaald op heden. 2De beoordeling/ De ontvankelijkheid 2.1 In artikel 35, eerste lid, van de Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (Rar) is bepaald dat een bezwaarschrift kan worden ingediend ter zake dat beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen), ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden door een administratief orgaan genomen, verricht of uitgesproken, feitelijk of rechtens met de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften strijden, of dat bij het nemen, verrichten of uitspreken daarvan het administratief orgaan van zijn bevoegdheid kennelijk een ander gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden waarvoor die bevoegdheid is gegeven. Ingevolge het vierde lid is niet ontvankelijk het bezwaar, in zover het gericht is tegen algemeen verbindende voorschriften. 2.2 De pensioengerechtigde leeftijd is middels de Landsverordening van 11 april 2016 tot wijziging van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (hierna PLvo), de Landsverordening leeftijdsgrens ambtenaren en de Wachtgeldregeling overheidsdienaren verhoogd. 2.3 Klager, een gewezen overheidsambtenaar, kan zich niet verenigen met de wijziging van de pensioengerechtigde leeftijd. Klager meent dat de Landsverordening van 2013 op hem van toepassing is of althans behoort te zijn, omdat hij toen feitelijk is opgehouden overheidsdienaar te zijn. 2.4 Verweerder heeft aangevoerd dat de ambtenarenrechter niet bevoegd is in deze kwestie dan wel het bezwaar niet ontvankelijk is omdat het gericht is tegen een algemeen verbindende voorschrift. 2.5 Het Gerecht stelt vast dat de PLvo als een algemeen verbindend voorschrift moet worden aangemerkt, nu het (algemene) regels bevat die voor de pensioenen van overheidsdienaren en hun nabestaanden en wezen gelden, en onvoldoende concretiserend is jegens klager. Het Gerecht overweegt in dit verband dat uit artikel 35, eerste lid, van de Rar volgt dat slechts beschikkingen, handelingen of weigeringen om te handelen of te beschikken vatbaar zijn voor bezwaar. Een beschikking betreft een besluit dat niet van algemene strekking is. Kenmerkend voor een beschikking is dat het een concreet geval betreft. Gelet hierop kan het bezwaar van klager, nu het zich uitsluitend richt tegen een algemeen verbindend voorschrift, niet worden beoordeeld en getoetst door de ambtenarenrechter. 3Beslissing Het Gerecht in ambtenarenzaken: verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het gerecht in ambtenarenzaken van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 19 oktober
  2. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk. Zie titel IV van de regeling Ambtenarenrechtspraak.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.