← Nederland

ECLI:NL:OGEAM:2021:90

Uitspraakdatum: 20 september 2020 Zaaknummer: SXM202100420-LAR00026/2021 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN UITSPRAAK In het geding van: STICHTING EMPLOYER COUNCIL ST. MAARTEN, eiseres, gevolmachtigde: de heer P. Henriquez tegen DE MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN VAN SINT MAARTEN, gezeteld te Sint Maarten, verweerder, gemachtigde: mr. R.F. GIBSON jr., 1Aanduiding bestreden beschikking Het landsbesluit van 16 februari 2021 waarbij [X] als lid van de SER is benoemd voor de periode van drie jaren; Het landsbesluit van 16 februari 2021 waarbij [Y] als plaatsvervangend lid van de SER is benoemd voor de periode van drie jaren. 2Het verloop van de procedure 2.

  1. Met een op 30 maart 2021 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) heeft eiseres tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). 2.
  2. Op 26 mei 2021 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. 2.
  3. Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 16 augustus
  4. Eiseres is bij gemachtigde voornoemd verschenen die op schrift gestelde pleitaantekeningen heeft voorgedragen en overgelegd. Verweerder is verschenen bij diens gemachtigde. 2.
  5. Uitspraak is bepaald op heden. 3De beoordeling/ de ontvankelijkheid 3.
  6. Ingevolge artikel 3, eerste lid van de Landsverordening Sociaal – Economische Raad worden de leden van de Sociaal – Economische Raad (hierna; SER) bij landsbesluit door de Gouverneur benoemd, op voordracht van de Minister van Algemene Zaken. 3.
  7. Het Gerecht is van oordeel dat eiseres in haar onderhavige beroep niet kan worden ontvangen nu niet het bevoegde gezag in rechte is betrokken. Volgens de Landsverordening SER is de Gouverneur van Sint Maarten aangewezen als bevoegde gezag. Dat de landsbesluiten betreffende de benoemingen van het lid en plaatsvervangend lid van de SER tevens door verweerder zijn ondertekend, doet daaraan niet af, nu ingevolge artikel 40, eerste lid, van de Staatsregeling landsbesluiten worden ondertekend door de Gouverneur en door een of meer ministers. Het Gerecht is dan ook van oordeel dat eiseres in haar beroep niet kan worden ontvangen gezien het feit dat het onjuiste bestuursorgaan in rechte is betrokken bij de indiening van beroep. 3.3 Gelet hierop is het Gerecht van oordeel dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. 4De beslissing Het Gerecht: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 20 september
  8. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.