← Nederland

ECLI:NL:OGEAM:2022:112

Uitspraakdatum: 24 oktober 2022 Zaaknummer: SXM202200866-LAR00219/2022 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN UITSPRAAK In het geding van: [klager], klager, gemachtigde: mr. S.R. BOMMEL, tegen DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN SINT MAARTEN, gezeteld te Sint Maarten, verweerder, gemachtigde: mr. C.M. MARICA, 1Aanduiding bestreden beschikking De beschikking van verweerder van 5 juli 2022 waarbij verweerder de afgegeven verklaring omtrent gedrag nietig is verklaard. 2Het verloop van de procedure Met een op 19 juli 2022 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend klaagschrift (met producties) heeft klager tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Landsverordening op de justitiële documentatie en op de verklaring omtrent het gedrag. Bij e-mail bericht van 19 september 2022 heeft verweerder aanvullende stukken in het geding gebracht. Klager heeft op 20 september 2022 aanvullende producties ingediend. Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 27 september

  1. Klager is in persoon verschenen, bijgestaan bij gemachtigde voornoemd verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door gemachtigde voornoemd die op schrift gestelde pleitaantekeningen heeft voorgedragen en overgelegd. Tevens was aanwezig mr. H. Buist van het Openbaar Ministerie. Uitspraak is bepaald op heden 3Feiten 3.
  2. De volgende feiten staan vast. - Op 14 februari 2022 heeft klager zich tot verweerder gewend met een verzoek tot afgifte van een Verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG). - Verweerder heeft op 8 maart 2022 de VOG afgegeven. - Met de bestreden beschikking van 5 juli 2022 heeft verweerder de afgegeven VOG nietig verklaard/ingetrokken. Daarbij heeft verweerder de door het Openbaar Ministerie aangeleverde informatie betrokken dat ten onrechte eerder is aangegeven dat klager geen justitiële documentatie zou hebben. 4De beoordeling 4.
  3. Ingevolge artikel 22, eerste lid, van de Landsverordening op de justitiële documentatie en op de verklaring omtrent het gedrag geeft de minister een verklaring omtrent het gedrag slechts af wanneer hem uit onderzoek met betrekking tot het gedrag van betrokkene niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon. In alle andere gevallen weigert hij de gevraagde verklaring af te geven. Ingevolge het tweede lid wordt het doel, waarvoor de afgifte is gevraagd, vermeld in de verklaring. Ingevolge het bepaalde in artikel 23 van voornoemde Landsverordening mag verweerder bij zijn onderzoek uitsluitend acht slaan op uittreksels uit strafregisters, politieregisters en andere schriftelijke bescheiden welke hem in verband met de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag ter beschikking zijn gesteld. 4.
  4. Klager heeft gesteld dat de VOG is aangevraagd met als doel de aanvraag tot verkrijgen van een geldlening bij [x]. Voorts heeft klager bevestigd dat de afgegeven VOG gedateerd 8 maart 2022 bij de aanvraag tot verkrijgen van de geldlening is gevoegd en dat op de aanvraag door [x] nog niet is beslist. Verweerder heeft geen uitsluitsel kunnen geven of de bestreden beschikking van 5 juli 2022 ter kennis is gekomen van [x]. Het Gerecht is van oordeel dat klager aldus procesbelang heeft. 4.
  5. Ter zitting is gebleken dat er onduidelijkheid bestaat over het doel waarvoor de VOG wordt aangevraagd. Uit het dossier blijk dat de aanvraag is ingediend op 14 februari 2022 en dat als doel van de aanvraag is opgegeven directeurschap. Uit het dossier blijkt, hetgeen verweerder ter zitting heeft bevestigd, dat op het aanvraagformulier niet aangegeven kan worden dat het doel van aanvraag het verkrijgen van een geldlening is. Het alternatief is om aan te geven dat het doel directeurschap is. 4.
  6. In de beschikking tot intrekking van de VOG heeft verweerder de nadere bekend geworden justitiële documentatie afgezet tegen het doel van de aanvraag, het verkrijgen van een directeursvergunning. 4.
  7. Ter zitting is gebleken dat de door het Openbaar Ministerie aangeleverde justitiële documentatie niet juist is. Klager is nimmer tot 7 jaar gevangenisstraf veroordeeld en onweersproken is dat klager in hoger beroep is vrijgesproken voor overtreden Vuurwapenverordening. 4.
  8. Nu verweerder in de beoordeling is uitgegaan van verkeerde uitgangspunten ten aanzien van het doel van de aanvraag en ten aanzien van de justitiële documentatie, kan de bestreden beschikking niet in stand blijven. 4.
  9. Het Gerecht zal het klaagschrift gegrond verklaren en de bestreden beschikking vernietigen. 4.
  10. Er is aanleiding om verweerder te veroordelen in de door klager gemaakte proceskosten. Deze stelt het Gerecht met toepassing van het Besluit Proceskosten Bestuursrecht vast op NAf 1.400,-- zijnde twee punten ad NAf 700,-- (1 punt voor het klaagschrift en 1 punt voor de mondelinge behandeling). 5De beslissing Het Gerecht: - verklaart de klaagschrift gegrond; - vernietigt de bestreden beschikking; - bepaalt dat verweerder aan klager zal betalen een bedrag ad NAf 1.400,-- . Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 24 oktober
  11. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open (artikel 28, lid 3, Landsverordening op de justitiële documentatie en op de verklaring omtrent gedrag)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.