Uitspraakdatum: 20 maart 2023 Zaaknummer: SXM202200354-LAR00081/2022 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN UITSPRAAK In het geding van: [eiseres], eiseres, gemachtigde: dhr. E.I. MADURO, tegen DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN SINT MAARTEN, gezeteld te Sint Maarten, verweerder, gemachtigde: mr. A.O. MULLER, 1Aanduiding bestreden beschikking De beschikking van verweerder van 4 februari 2022 waarbij het bezwaarschrift van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een vergunning tot tijdelijk verblijf met als verblijfsdoel humanitair is afgewezen. 2Het verloop van de procedure 2.
- Met een op 18 maart 2022 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) heeft eiseres tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). 2.
- Op 31 januari 2023 heeft verweerder een verweerschrift (met producties) ingediend. 2.
- Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 13 februari
- Eiseres is verschenen bij gemachtigde. Verweerder is verschenen bij diens gemachtigde. 2.
- Uitspraak is bepaald op heden. 3Feiten 3.
- Eiseres is geboren op [geboortedatum] en is staatsburger van de Dominicaanse Republiek. 3.
- Eiseres heeft in 2012 tot 11 december 2013 een v.t.t.v. toegekend gekregen voor arbeid in loondienst. De door haar ingediende aanvraag op 14 maart 2014 is afgewezen omdat zij geen tewerkstellingsvergunning kon overleggen. 3.
- Op 10 juli 2019 heeft eiseres onderhavige aanvraag ingediend voor een v.t.t.v. met als doel humanitair. Hierop heeft verweerder afwijzend beschikt. 3.
- Het bezwaarschrift van eiseres is door verweerder bij beschikking van 4 februari 2022 ongegrond verklaard. 4Het geschil 4.
- Eiseres heeft het Gerecht verzocht het beroep gegrond te verklaren, de beschikking waarvan beroep te vernietigen en verweerder op te dragen een nieuwe beschikking te nemen met inachtneming van de in deze beschikking te geven uitspraak. 4.
- Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. 4.
- Op de standpunten van partijen wordt voor het overige hierna zo nodig nader ingegaan. 5.De beoordeling 5.
- In het beroepschrift verwijst de gemachtigde van eiseres naar haar verblijfshistorie in die zin dat zij “tijdens en na de stopzetting van de Brooks Tower Akkoord veroorloofd was om op Sint Maarten te blijven en te werken zulks totdat de Minister de hervatting van de behandeling van aanvragen en verlenging zou aankondigen hetwelk pas in het jaar 2012 plaatsvond”. Het Gerecht is van oordeel dat de vergunning verlenging voor arbeid in loondienst aan eiseres in 2012 niet betrokken kan worden in de beoordeling of zij in aanmerking komt voor een vergunning met als doel humanitair. Immers, na 2013 beschikte eiseres niet meer over een tewerkstellingsvergunning en is haar aanvraag afgewezen. 5.
- Eiseres heeft sedert 2013 zes jaar gewacht met het indienen van onderhavige aanvraag. Eiseres heeft aangevoerd noch onderbouwd dat zij gedurende die periode niet in staat was om een aanvraag in te dienen om haar verblijf te regulariseren. Voor zover de gemachtigde betoogt dat deze zes jaren onrechtmatig verblijf in de beoordeling betrokken dienen te worden kan hij niet worden gevolgd. Met verweerder is het Gerecht van oordeel dat het onrechtmatige verblijf van eiseres voor haar risico komt. 5.
- Niet gebleken is dat eiseres niet kan terugkeren naar haar land van herkomst. De enkele stelling daartoe is onvoldoende. 5.
- Voorts is het Gerecht van oordeel dat de duur van een procedure niet kan leiden tot toekenning van een verblijfsvergunning. De beroepsgrond faalt. 5.
- Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het beroep ongegrond is. 6.De beslissing Het Gerecht: verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 20 maart
- Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.