GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN Zaaknummer: SXM202300389 Vonnis d.d. 20 februari 2024 inzake [naam], wonende in Sint Maarten, eiseres, gemachtigde: hr. U.G. Aron, tegen [naam], wonende in Sint Maarten, gedaagde, procederend in persoon. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd. 1Het procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit: het inleidend verzoekschrift met producties, op 5 april 2023 ter griffie ingediend; de conclusie van antwoord met producties; de conclusie van repliek met producties; de conclusie van dupliek met productie; het comparitievonnis d.d. 31 oktober 2023; de door de griffier gemaakte aantekeningen van de mondelinge behandeling en de gerechtelijke plaatsopneming op 19 december 2023 en de door de rechter tijdens die plaatsopneming gemaakte foto’s; de na de mondelinge behandeling op verzoek van de rechter door [eiser] overgelegde salarisspecificaties van de maanden augustus, september en oktober
- 1.
- De mondelinge behandeling heeft op 19 december 2023 plaatsgevonden in aanwezigheid van partijen: [eiser] bijgestaan door haar gemachtigde, [gedaagde] vergezeld door zijn dochter [naam]. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen vragen van de rechter beantwoord en hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet. Aansluitend heeft een gerechtelijke plaatsopneming plaatsgevonden, waar de rechter kennis heeft gemaakt met na te melden hond. 1.
- De uitspraak van het vonnis is bepaald op vandaag. 2De feiten 2.
- De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet zijn betwist. Voorts blijken deze feiten uit de eigen waarneming van de rechter tijdens de mondelinge behandeling en de gerechtelijke plaatsopneming. 2.
- [ eiser] en [gedaagde] zijn buren van elkaar. [gedaagde] heeft een hond, [naam] genaamd, met de volgende kenmerken: vuilnisbakkenras, schofthoogte ongeveer 60 cm, in de bek een aantal tanden. 2.
- Op 16 november 2022 lag [hond] op c.q. bij een pad nabij de woningen van partijen, toen [eiser] hem passeerde. Niemand hield op dat moment toezicht op [hond]. [hond] heeft toen [eiser] in haar rechter onderbeen gebeten. 2.
- Vanwege de beet heeft [eiser] zich onder medische behandeling gesteld. Hierdoor heeft zij een aantal dagen niet kunnen werken. 3Het geschil 3.
- [ eiser] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van $ 3.640,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 3.
- [ eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat de hond van [gedaagde] haar heeft gebeten en dat zij daardoor een schade van in totaal $ 3.640,- heeft geleden. Op grond van artikel 6:179 BW is [gedaagde] hiervoor aansprakelijk. 3.
- [ gedaagde] heeft het volgende tot verweer gevoerd. [eiser] stapte op een poot van [hond] en uit een reflex heeft deze haar toen gebeten. Verder heeft [gedaagde] de door [eiser] gestelde schadeposten post voor post betwist. Zijn slotsom is dat hij haar schade niet behoeft te vergoeden. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- Of [eiser] wel of niet op de poot van [hond] is gaan staan, maakt niet uit voor de aansprakelijkheid van [gedaagde]. [gedaagde] hield immers op het moment dat [hond] [eiser] beet geen toezicht op zijn hond, terwijl [hond] op of bij een pad lag waarover [eiser] naar haar woning liep. Onder deze omstandigheden is [gedaagde] aansprakelijk voor de schade die [eiser] lijdt ten gevolge van de hondenbeet. 4.
- De enige schadepost die tot op zekere hoogte voor vergoeding in aanmerking komt, is een aantal verletdagen die [eiser] heeft ondervonden ten gevolge van de beet en de daarop volgende medische behandeling. Het Gerecht zal naar redelijkheid en billijkheid dat aantal dagen op 5 stellen à $ 47,- ofwel $ 235,-. De wettelijke rente daarover zal worden toegekend met ingang van de dag van het incident. 4.
- Alle overige schadeposten zijn door [gedaagde] minutieus en gemotiveerd betwist, welke betwisting vervolgens door [eiser] onvoldoende is weerlegd. Deze zullen daarom ook worden afgewezen. 4.
- Nu beide partijen deels in het gelijk, deels in het ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5De beslissing Het Gerecht: 5.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van $ 235,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 november 2022 tot aan de dag van algehele voldoening; 5.
- compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; 5.
- wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari
- Anders dan partijen stellen herkent de rechter in deze hond geen pitbull of rottweiler. Dit is het gemiddelde netto dagloon van [eiser] dat volgt uit de door haar overgelegde salarisstroken over de laatste drie maanden voorafgaand aan het incident.