Registratienummer: EJ 2006/529A Datum uitspraak: 6 maart 2007 Beschikkingnummer: HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN zittingsplaats Curaçao Beschikking in de zaak van: de vennootschap naar buitenlands recht Imanagement Services Ltd., gevestigd op Tortola (BVI), verzoeker, hierna te noemen Imanagement, gemachtigden: mrs. B. Falkena en A. Bach Kolling, tegen de vennootschap naar Turks recht Çukurova Holding A.S., gevestigd in Turkije, verweerder, hierna te noemen Çukurova, gemachtigden: mr. M.R. Hammoud, Het procesverloop Op 27 november 2006 heeft Imanagement een verzoekschrift met producties ingediend. Imanagement heeft bij faxberichten van 8 en 9 februari 2007 aanvullende producties overgelegd. Çukurova heeft op 2 en 6 februari 2007 stukken in het geding gebracht. De mondelinge behandeling van de zaak heeft op 12 februari 2007 plaatsgevonden. De gemachtigden van partijen hebben hun standpunt toegelicht aan de hand van pleitnotities, die zijn overgelegd. Daarna hebben zij mondeling gere- en dupliceerd. De beschikking is nader bepaald op heden. 1. De feiten In deze zaak wordt uitgegaan van de volgende feiten: a. Bij uitspraak van de Chamber of Commerce and Industry of the Moscow Region (in de overgelegde Nederlandse vertaling enigszins verwarrend aangeduid als: het Arbitragehof van de Kamer van Koophandel en Industrie in de regio Moskou; hierna aan te duiden als: het scheidsgerecht Moskou) van 14 juni 2006 in de zaak van Imanagement tegen Çukurova en Çukurova (BVI) Limited is Çukurova onder toepassing van het recht van de staat New York veroordeeld tot betaling van een bedrag ad US$ 81.000.000,-. Inzet van deze arbitrageprocedure was, kort samengevat, de nakoming door Çukurova van een met Imanagement gesloten overeenkomst betreffende de door Imanagement ten behoeve van Çukurova te verlenen/verleende diensten in het kader van een in 2003 in Turkije gehouden tender in verband met de privatisering van de Turkse olieraffinaderij Tupras. Çukurova was een van de in de aandelen van Tupras geïnteresseerde partijen en uit dien hoofde (met een consortium) deelnemer aan de tender geweest, maar had de tender niet gewonnen. b. Het scheidsgerecht Moskou heeft in zijn uitspraak onder meer overwogen: <small>“Het Hof is van oordeel dat het arbitragebeding tussen Eiser en Verweerder Cukurova Holding AS geldig is vanwege de volgende redenen: (...) De stukken ingebracht door Eiser laten geen twijfel bestaan over het feit dat partijen wederzijds overeenstemming hebben bereikt tot het aangaan van een overeenkomst en dat zij de bepalingen daarvan hebben vastgesteld. Aldus bevestigde Mehmet Karamehmet, voorzitter van de Raad van Bestuur en het Dagelijks Bestuur van Çukurova Holding AS, in zijn e-mailbericht aan Nick Lyustiger d.d. 17 februari 2004 .. dat “in geval van een nieuwe tender voor Tupras ons consor-tium ermee instemt om u of een door u aangewezen vennootschap in ons consortium op te nemen en u daarbij 2% van het totaal aantal aandelen Tupras om niet toe te kennen indien ons consortium de tender wint.”(...) Het Arbitragehof van de Kamer van Koophandel en Industrie van de Regio Mos-kou heeft vastgesteld dat de overeenkomst tussen Çukurova Holding AS en Ima-nagement Services Ltd. in het bijzonder de volgende voorwaarden omvatte: • Imanagement Services Ltd. moest voor eigen rekening en risico alle handelingen verrichten die vereist zijn ter vaststelling van de onrechtmatige aard van de aanspraken van de Duitse firma Efremov-Kautschuk GmbH op een aandelenbelang in Tupras; • Indien Efremov-Kautschuk GmbH om welke reden dan ook er niet in zou slagen een aandelenbelang in Tupras te verkrijgen als gevolg van de oorspronkelijke tender (een positief tussenresultaat van het door Imanagement Services Ltd. verrichte werk), verplichtte Çukurova Holding AS zich alle door Imanagement Services Ltd. gemaakte onkosten te vergoeden en aan de Overheidsdienst Privatisering van de republiek Turkije zijn bod van 1 miljard 375 miljoen Amerikaanse dollar te bevestigen ter verkrijging van een belang van 65,76% in Tupras, en, in geval er een nieuwe tender voor de verkoop van Tupras zou worden gehouden, een nieuw bod uit te brengen en aan een dergelijke tender deel te nemen om die te winnen. • In geval dat Çukurova Holding AS overeenkomstig zijn bevestigde bod een aandelenbelang van 65,76% in Tupras zou verwerven en in geval dat hij de nieuwe tender zou winnen, dan zou Çukurova Holding AS verplicht zijn aan Imanagement Services Ltd. kosteloos als vergoeding een belang van 2% in Tupras toe te kennen, en eveneens aan Imanagement Services Ltd. een jaarlijkse optie toe te kennen voor verwerving van 10% van de aandelen van Tupras tegen de aankoopprijs door Çukurova Holding AS zelf betaald. (...) Van februari tot en met juni 2004 voldeed Imanagement Services Ltd. aan zijn verplichtingen conform de met Çukurova Holding AS gesloten overeenkomst. (...) Toen de resultaten van de oorspronkelijke tender voor de privatisering van Tupras (gewonnen door Efremov-Kautschuk GmbH, een dochteronderneming van Tatneft) ongeldig werden verklaard, liet Verweerder Çukurova Holding AS niettemin na om zijn bod te bevestigen voor een bedrag van een miljard driehonderdvijfenzeventig miljoen Amerikaanse dollar uitgebracht in de loop van de oorspronkelijke tender. Toen een nieuwe tender voor de privatisering van Tupras werd aangekondigd, liet Verweerder Çukurova Holding AS na een nieuw bod uit te brengen voor de verwerving van een aandelenbelang in Tupras. Verweerder Çukurova Holding AS weigerde ook de onkosten van Eiser te compenseren die laatstgenoemde maakte bij de nakoming van zijn verplichtingen onder de dienstverleningsovereenkomst. (...) Aldus heeft de benadeelde partij in overeenstemming met het materieel recht van de staat New York recht op compensatie voor zowel de feitelijk door haar geleden schade als de gederfde winst. (...) In overeenstemming met productie 2 bij de processtukken van Eiser, was de waarde van het aandelenbelang van 2% in Tupras op het moment van niet-nakoming door Verweerder Çukurova Holding AS (het verzuim een bod uit te brengen op de nieuwe tender voor de privatisering van Tupras) gelijk aan 162.352.941 Amerikaanse dollar. Overwegende dat (...) is het Hof van oordeel dat Verweerder Çukurova Holding AS een reële en wezenlijke gelegenheid had tot verwerving van een aandelenbelang in Tupras en tot kosteloze overdracht van 2% van de aandelen in Tupras aan Eiser. Niettemin neemt het Hof daarbij in aanmerking dat verscheidene participanten deelnamen aan de nieuwe tender voor de privatisering van Tupras en dat, indien Cukurova Holding AS een bod op de nieuwe tender zou hebben uitgebracht, de hoogte van het bod door Verweerder Çukurova Holding AS lager zou kunnen liggen dan de hoogte van de biedingen uitgebracht door andere participanten aan de nieuwe tender. Voorts neemt het Hof in aanmerking dat de vordering tegen twee Verweerders is ingesteld. Derhalve oordeelt het Hof dat er geen gronden aanwezig zijn om aan Eiser het volledige bedrag van de gederfde winst zoals verzocht door Eiser toe te kennen. (...) Het Hof wijst ten gunste van Eiser ter compensatie van de gederfde winst een vordering toe ter grootte van 81.000.000 (eenentachtig miljoen) Amerikaanse dollar op Verweerder Çukurova Holding. (...) ”.</small> c. Çukurova heeft op 14 augustus 2006 een verzoek tot vernietiging van de uitspraak van het scheidsgerecht Moskou ingediend bij het Gerecht in Moskou. De mondelinge behandeling van dit verzoek is geagendeerd voor 15 maart 2007 (nadat Imanagement op de eerste hoorzitting van 15 september 2006 niet was verschenen; zie productie 21 van Çukurova ). d. Op 19 september 2006 heeft Imanagement naar aanleiding van voormelde uitspraak ten laste van Çukurova voor een bedrag van US$ 108.000.000,- conservatoir (derden)beslag gelegd onder het op Curaçao gevestigde Çukurova Investments N.V. en op de aandelen van Çukurova in deze N.V. Bij uitspraak in kort geding van 20 december 2006 heeft het gerecht de vordering tot opheffing van deze beslagen afgewezen. Çukurova heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. e. Bij uitspraak van 14 november 2006 heeft het scheidsgerecht Moskou een tweede vordering van Imanagement tot betaling van US$ 221.774.176,53 (ter zake van schadevergoeding omdat zij als gevolg van een tekortkoming door Çukurova niet een extra 10% van de aandelen in Tupras zou hebben kunnen verwerven) afgewezen. Dit keer heeft het scheidsgerecht Moskou, waarvan twee van de drie leden dezelfde waren als die de uitspraak van 14 juni 2006 hebben gewezen, het volgende overwogen: <small>“As the Respondent, Çukurova Holding AS, challenged the competence of this court, referred to the entire absence of an arbitration agreement made between parties and asserted that the principal documents underlying the claim, i.e., the Claimant-supplied printouts of fax and e-mail messages were counterfeit. A comprehensive examination by the court of the said argument of the Respondent from various angles did not make it possible to resolve the issue definitely. In addition, the Respondent’s arguments to prove there was no agreement on the parties’ mutual obligations are regarded by the Court as one-sided and disregarding the Claimant’s actual actions. At the same time, the existence of an agreement not recorded in a single document in writing signed by the Parties to affect a significant investment transaction is in fact a formal defect of the challenged arrangement and makes it impossible for the Court to objectively ascertain a number of material details of the Parties’ relationship. The Claimant failed to produce evidence proving with certainty the making of an arbitration agreement to refer the dispute concerning damages, including actual damages and loss to profit, to the arbitration court at the Moscow Oblast Chamber if Commerce and Industry for consideration. Documents furnished by the Respondent evidence that the persons mentioned by the Claimant as the Respondent’s authorized executives, [M. K.] en [M.A.], had no authority to make the transactions mentioned by the Claimant as the grounds for the claim. In addition, certain details of the e-mail messages submitted by the Claimant as evidence make it impossible to conclusively ascertain the legal nature of the arrangements between the parties.”</small> f. Na verlof van het Zwitserse gerecht in eerste aanleg van 8 september 2006 heeft Imanagement ook beslag gelegd op vermogensbestanddelen van Çukurova in Zwitserland. In een het hoger beroep van een aldaar door Çukurova gestarte procedure tot opheffing van deze beslagen heeft het Cour de la Justice van Genève het arbitraal vonnis getoetst aan het Verdrag van New York en in zijn uitspraak van 1 februari 2007 vastgesteld dat niet a priori sprake was van een bindende uitspraak naar Zwitsers recht. Daartoe heeft het Cour de la Justice onder meer overwogen: <small>“Article 2 para. 2 of the Convention of New York requires that the arbitration agreement is signed by the parties or contained in an exchange of letters or telegrams. Although a telex may be considered the equivalent of a telegram in this case parties must have expressed in writing their intention to submit the matter to arbitration (ATF 123 III 43; ATF 111 Ib 253). In this case, the complainant produced in appeal the exchange of faxes of 29 and 30 June 2004, which it claims constitutes the arbitration agreement. This exchange does not establish the parties’ intention to refer the matter to arbitration, in this respect one has only to mention the lack of authority of Mr. [M. K.], acting on his own, binding the defendant. Accordingly, there is no need to decide whether or not the communications exchanged on 29 and 30 June 2004 took place. The exhibits produced for the proceedings by the defendant, namely, the attestation from Tefofaks, the list of the Turkish telecommunications and the lack of any information on the faxes proving that they were actually sent could indeed demonstrate that the exchanges of 29 and 30 June 2004 did not take place in fact.” </small> 2. het verzoek van Imanagement Imanagement verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een exequatur te verlenen om tot tenuitvoerlegging over te gaan van het arbitraal vonnis van 14 juni 2006 dat is gewezen tussen Imanagement en Çukurova, alsmede Çukurova te veroordelen in de kosten van deze procedure, die van beslaglegging en rechtskundige bijstand. 3. Het verweer van Çukurova Volgens Çukurova dient het verlof te worden geweigerd, omdat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.