HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN zittingsplaats Bonaire Registratienummer: KG01/2010 Datum uitspraak: 25 januari 2010 Vonnisnummer: VONNIS IN KORT GEDING inzake [Eiser] te Bonaire eisende partij hierna te noemen [eiser] gemachtigde mr. S.A. Carmelia tegen de naamloze vennootschap Obersi Electronics Bon. N.V. te Bonaire gedaagde partij hierna te noemen Obersi Electronics gemachtigde mr. H.W. Braam <b>De procedure</b> [eiser] heeft op 5 januari 2010 een verzoekschrift ingediend. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op18 januari 2010, waarbij de gemachtigden zich hebben bediend van pleitnotities. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht. <b>De feiten</b> Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast: a. [eiser] is op 1 augustus 1989 in dienst van Obersi Electronics, laatstelijk in de functie van administratief medewerkster tegen een salaris van NAƒ3.250,00 bruto per maand. b. Bij brief van 26 november 2009 heeft Obersi Electronics [eiser] opstaande voet ontslagen. In die brief heeft Obersi Electronics het volgende geschreven over de redenen voor het ontslag op staande voet: <i>“Pa medio di es karta aki mi ta retirabo instantemente debi na falta di respet i akto bajo ku bo a komete pa ku bo hefe Sra. [O.] riba e fecha November 24, 2009 kaminda bo a hisa bo vos, kana baj lage ku palabra na boka i pa despues saka lenga, bira bo lomba buk janga bo atras pa ku Sra. [O.].”</i> c. [eiser] heeft bij brief van 10 december 2009 de nietigheid van dat ontslag ingeroepen. <b>De vordering</b> [eiser] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van Obersi Electronics om tegen bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen haar overeengekomen loon, vermeerderd met de wettelijke rente en vertragingsrente (artikel 1614q BW) en emolumenten en te blijven uitbetalen totdat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op rechtsgeldige wijze zal zijn beëindigd, met veroordeling van Obersi Electronics in de proceskosten. [eiser] stelt daartoe het volgende: Obersi Electronics heeft op 26 november 2009 in strijd met de wettelijke regels de arbeidsovereenkomst beëindigd. Obersi Electronics stelt ten onrechte dat [eiser] haar leidinggevende op 24 november 2009 zou hebben beledigd en haar weinig respectvol zou hebben bejegend. [eiser] ontkent en betwist dat zij haar leidinggevende aldus zou hebben bejegend. [eiser] ontkent voorts dat sprake zou zijn van eigenschappen of gedragingen van [eiser], die ten gevolge hebben dat van Obersi Electronics redelijkerwijze niet gevergd kan worden de dienstbetrekking te laten voortduren. Er is geen sprake van een dringende reden in de zin der wet. [eiser] heeft zich steeds beschikbaar gehouden de overeengekomen werkzaamheden te verrichten. [eiser] heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening, nu zij geen salaris ontvangt en daardoor in ernstige financiële moeilijkheden is geraakt, althans dreigt te geraken, aangezien zij haar maandelijkse verplichtingen niet meer kan nakomen. <b>Het verweer</b> Obersi Electronics heeft de vordering gemotiveerd betwist. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan. <b>De beoordeling van het geschil</b>
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.