ECLI:NL:OGEANA:2010:BL7603
HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN zittingsplaats Bonaire Registratienummer: AR82/2009 Datum uitspraak: 24 februari 2010 Vonnisnummer:
VONNIS inzake [A.V.] wonende in Nederland eisende partij in de hoofdzaak verwerende partij incident I eisende partij in incident II hierna te noemen: [A.V.] gemachtigde mr. M.F. Bonapart en mr. D.M. Suares tegen de erfgenamen van [erflater]: [S.E.] te Aruba [A.C.] wonende in Nederland gedaagden in de hoofdzaak eiserende partij in incident I verwerende partij in incident II hierna gezamenlijk te noemen: de erfgenamen gemachtigde mr. E.Th. Wesselius <b>De procedure</b> <u>In de hoofdzaak</u>
Voor de loop van het geding verwijst het Gerecht naar de volgende stukken:
De erfgenamen verzoeken het exploot van oproeping op grond van artikel 93 Rv nietig te verklaren.
De erfgenamen hebben het volgende aan hun verzoek ten grondslag gelegd:
Conform artikel 5 lid 6 Rv kan men ofwel de gezamenlijk erfgenamen oproepen dan wel ieder van de erfgenamen.
In deze zaak combineert [A.V.] ten onrechte twee van door de wet gegeven mogelijkheden. [A.V.] dagvaardt de gezamenlijke erfgenamen, maar noemt en betekent de oproeping aan vier van de zes erfgenamen.
De oproeping is daarom op grond van artikel 92 Rv nietig Ten tweede geldt dat de erfgenamen de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard. Dat is een reden temeer om niet anders dan als de gezamenlijke erfgenamen te worden gedagvaard. <u>In incident II</u> [A.V.] verzoekt de gezamenlijke behandeling van deze zaak met de eveneens bij het Gerecht onder zaaknummer AR44/2009 aanhangige zaak. [A.V.] heeft het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd:
De procedure onder nummer AR44/2009 heeft [A.V.] tegen vier van de zes erfgenamen aanhangig gemaakt.
Vervolgens heeft [A.V.] de onderhavige procedure tegen de resterende twee erfgenamen aanhangig gemaakt. [A.V.] kon dat niet eerder doen, omdat zij in afwachting was van informatie over de woonplaats en overige adresgegevens van deze twee erfgenamen en [A.V.] een mogelijke verjaring wenste te stuiten.
Bij het Gerecht zijn dus twee procedures aanhangig omtrent hetzelfde onderwerp en met dezelfde vordering, waardoor de procedures zodanig met elkaar verknocht zijn dat een gezamenlijke behandeling gerechtvaardigd en billijk is. <b>Het verweer</b> <u>In incident I</u> [A.V.] heeft het volgende -voor zover relevant- tegen het verzoek aangevoerd: [A.V.] heeft op geen enkel moment gebruik gemaakt en willen maken van twee oproepingsmogelijkheden, althans alle zes erfgenamen willen oproepen door alleen vier erfgenamen te doen oproepen. Dit blijkt uit het feit dat de erfgenamen met naam en woonplaats in het verzoekschrift worden genoemd en uit het feit dat op 3 september 2009 een gelijkluidende verzoekschrift tegen de overige twee erfgenamen is ingediend.
De aanduiding, erven in het verzoekschrift, is alleen bedoeld om aan te geven dat de personen die in het verzoekschrift worden vermeld, erfgenamen zijn van de overledene en niet dat daarmee bedoeld is om de gezamenlijke erfgenamen zonder naam en woonplaats te laten oproepen of alle zes erfgenamen op te roepen door te volstaan met de oproeping van vier erfgenamen. <u>In incident II</u> [A.V.] kan in deze zaak niets anders vragen dan rolvoeging. Immers, de eigenlijke voeging houdt in dat een partij in de zaak wordt betrokken die tussen andere partijen wordt gevoerd. De voegende partij sluit zich aan bij een der partijen. In deze zaak is dat onmogelijk. Het zijn twee aparte zaken, waarin dus twee aparte vonnissen zullen worden gewezen. Het enige wat mogelijk is, is dat de twee afzonderlijke zaken gezamenlijk op de rol worden behandeld.
De erfgenamen hebben geen bezwaar tegen de gezamenlijke rolbehandeling. <b>De beoordeling van het geschil</b> <u>In incident I</u>
Het Gerecht: <u>In incident I</u>
Wijst het verzoek af.
Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van het incident draagt. <u>In incident II</u>
Bepaalt dat deze zaak gezamenlijk zal worden behandeld met de zaak die bij dit Gerecht aanhangig is onder registratienummer AR44/2009.
Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van het incident draagt. <u>In de hoofdzaak</u>
Verwijst de zaak naar de rolzitting van:
WOENSDAG 24 MAART 2010 voor conclusie van repliek.
Houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in tegenwoordigheid van de griffier.