← Nederland

ECLI:NL:OGHACMB:2010:BP1167

Registratienummer: AR-1786/00-H-13/03 Uitspraak: 17 december 2010 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap SINT MAARTEN TELEPHONE COMPANY N.V., gevestigd te Sint Maarten, voorheen eiseres, thans appellante, gemachtigde: mr. M. Hofman, tegen de openbare rechtspersoon DE NEDERLANDSE ANTILLEN, zetelend op Curaçao, voorheen gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. V.P. Maria Partijen worden hierna aangeduid als “Telem” en “het Land de Nederlandse Antillen”.

  1. Het verdere verloop van de procedure 1.1 Ter rolzitting van 25 november 2008 heeft het Land de Nederlandse Antillen een akte genomen als bedoeld in het vonnis van 3 juni
  2. Ter rolzitting van 31 augustus 2010 heeft Telem een antwoordakte genomen. 1.2 De gemachtigden hebben vonnis gevraagd, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.
  3. De verdere beoordeling 2.1 Bij tussenvonnis van 28 oktober 2003 heeft het Hof een comparitie van partijen ge-last, mede teneinde de mogelijkheid van een minnelijke regeling te onderzoeken. Bij tus-senvonnis van 3 juni 2008 heeft het Hof de suggestie gedaan een politieke oplossing na te streven. Doorslaggevend was hierbij dat de overheid in dit geding aan beide zijde betrok-ken is. Tot een minnelijke regeling is het echter niet gekomen. 2.2 Het laatste processtuk in deze zaak is genomen voor het uiteenvallen van de Neder-landse Antillen. Het Hof ziet daarin aanleiding de rechtsopvolger van het Land de Neder-landse Antillen in de gelegenheid te stellen zich te beraden of dit geschil alsnog langs po-litieke weg kan worden opgelost. Partijen - eerst geïntimeerde, dan appellante - zullen zich over de uitkomst van dat beraad bij akte ter rolle kunnen uitlaten. 2.3 Het Hof wijst partijen in verband met het voorgaande op het Besluit van 21 september 2010, houdende regels met betrekking tot de opvolging onder algemene titel in de rechten en verplichtingen van het land de Nederlandse Antillen naar burgerlijk recht (Rijksbesluit rechtsopvolging burgerlijke rechten en verplichtingen Nederlandse Antillen), Staatsblad 2010/
  4. 2.4 Ingevolge artikel 185 aanhef en sub b Rv dient het geding te worden geschorst. Par-tijen zullen zich bij de te nemen aktes kunnen uitlaten als bedoeld in artikel 187 Rv. 2.5 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. Beslissing: Het Hof: schorst het geding; verwijst de zaak naar de rolzitting van het Hof in Sint Maarten van 4 maart 2011 voor akte houdende uitlating als bedoeld onder 2.2 en 2.4 zijdens (de rechtsopvolger van) ge-intimeerde; bepaalt dat appellante vervolgens een antwoordakte zal mogen nemen; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, P.E. de Kort en F.J.P. Lock, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 17 december 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.