Registratienummer: EJ 200/09-H-57/11 Uitspraak: 15 april 2011 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba beschikking in de zaak van: [appellant], wonend in Sint Maarten, oorspronkelijk verweerder, thans appellant, gemachtigde: mr. R.F. Gibson, - tegen - [geïntimeerde], wonend in Sint Maarten, oorspronkelijk eiser, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. E.A. Arrindell.
- Het verloop van de procedure Het Gerecht in Eerste Aanleg van Sint Maarten, (hierna het GEA) heeft in deze zaak in beroep bij beschikking van 29 november 2010 de tussen partijen op 26 juni 2009 door de Huurcommissie te Sint Maarten gewezen beschikking vernietigd en het verzoek van [appellant] om hem toestemming te geven de huurovereenkomst met [geintimeerde] op te zeggen, afgewezen. [appellant] is bij akte van appel tevens houdende memorie van grieven, ingediend ter griffie van het GEA op 5 januari 2011 tegen deze uitspraak in beroep gekomen. [geintimeerde] heeft een verweerschrift ingediend. Op de dag van de mondelinge behandeling zijn ten overstaan van het Hof verschenen [appellant] en zijn gemachtigde en de gemachtigde van [geintimeerde]. Het Hof heeft partijen allereerst in staat gesteld om hun standpunten voor wat betreft de vraag of het hoger beroep ontvankelijk is, nader toe te lichten, hetgeen is geschied. Het Hof heeft vervolgens onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan, welke heden, 20 april 2011, op schrift is gesteld.
- De ontvankelijkheid Onderhavige zaak betreft een geschil dat is aangevangen ten overstaan van de Huurcommissie te Sint Maarten. Nadat die Huurcommissie uitspraak heeft gedaan, heeft het GEA in beroep zijn oordeel gegeven. Art. 5 lid 4 van de Huurcommissieregeling bepaalt vervolgens dat tegen de beslissing van de eerste rechter geen rechtsmiddel is toegelaten. [appellant] heeft daar alleen maar tegen aangevoerd dat hij in beroep is gekomen op grond van art. 429n e.v. Rv en dat het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een nieuwere regeling is dan de Huurcommissieregeling, zodat de bepalingen van dit Wetboek van toepassing zijn. Naar het oordeel van het Hof is de Huurcommissieregeling een bijzondere regeling die om die reden voorgaat boven de algemene appelregeling in zaken waarin een beschikking wordt gegeven in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Aldus kan [appellant] niet in zijn beroep worden ontvangen. Gelet daarop heeft hij te gelden als de in het ongelijk gestelde partij en dient hij te worden veroordeeld in de aan de zijde van [geintimeerde] gerezen proceskosten. BESLISSING Het Hof, verklaart [appellant] niet-ontvankelijk; veroordeelt [appellant] in de aan de zijde van [geintimeerde] gerezen proceskosten, tot op heden begroot op NAF. 5.100,-. Deze beschikking is gewezen door mrs. J.R. Sijmonsma, E.M. van der Bunt en J.P. de Haan, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten mondeling uitgesproken op 15 april 2011 en schriftelijk uitgegeven op 20 april 2011.