← Nederland

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ6350

Registratienummer: AR 186/07-H-147/10 Uitspraak: 15 april 2011 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba VONNIS in de zaak van: [appellant sub 1], [appellant sub 2], wonende in de Verenigde Staten, oorspronkelijk opposanten, thans appellanten, gemachtigde: mr. J.G. Bloem, tegen de stichting THE OCEAN CLUB SERVICE FOUNDATION, gevestigd te Sint Maarten, oorspronkelijk geopposeerde, thans geïntimeerde, gemachtigden: mrs. M.O. Kortenoever en A.A.C.P. Lachman. Partijen worden hierna “[appellanten]” en “The Ocean Club” genoemd.

  1. Het verloop van de procedure 1.1 Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten, verder: GEA, wordt verwezen naar het tussen partijen gewezen vonnis in oppositie van 3 november
  2. De inhoud van dat vonnis geldt als hier ingevoegd. 1.2 [appellanten] zijn in hoger beroep gekomen van het vonnis van 9 november 2009 door indiening op 9 december 2009 van een daartoe strekkende akte ter griffie van het GEA. Bij op 21 januari 2010 ingediende memorie van grieven hebben [appellanten] onder aanvoering van twee grieven geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot toewijzing van hun vorderingen, kosten rechtens. 1.3 The Ocean Club heeft op 14 april 2010 een memorie van antwoord ingediend. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met veroordeling van [appellanten] in de kosten van de procedure. 1.4 Op de daarvoor bepaalde dag hebben de gemachtigden mondeling gepleit, waarbij zij pleitnotities hebben overgelegd. Vonnis is bepaald op heden.
  3. De beoordeling 2.1 Geen grieven zijn gericht tegen de vaststelling door het GEA van de feiten onder 2.1 tot en met 2.4 van het vonnis waarvan beroep. Ook het Hof zal van die feiten uitgaan. 2.2 Bij het bestreden vonnis heeft het GEA geoordeeld dat [appellanten] te laat in verzet zijn gekomen van het tegen hen op 29 januari 2008 gewezen verstekvonnis, daarbij overwegend dat [appellanten] reeds op 6 maart 2008 bekend waren met het verstekvonnis. Op die grond heeft het GEA [appellanten] niet-ontvankelijk verklaard in hun op 17 juni 2008 ingediend verzet. De grieven richten zich tegen bedoeld oordeel en bedoelde beslissing. 2.3 De grieven kunnen niet slagen. Het Hof neemt de overwegingen van het GEA over en maakt die tot de zijne. Het Hof voegt daaraan toe dat uit de stellingen van beide partijen in hoger beroep volgt dat op 26 maart 2008 zijdens [appellanten] nog een daad van bekendheid in de zin van artikel 84 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering is gepleegd. Beide partijen hebben immers met verwijzing naar de door hen als productie overgelegde verklaring van de voormalige gemachtigde van The Ocean Club gesteld dat Gloria Bodouva op die datum bedoelde gemachtigde heeft gebeld, de ontvangst van de brief van 29 februari 2008 en het daarbij gevoegde verstekvonnis heeft bevestigd en heeft gezegd dat de inhoud van dat verstekvonnis niet juist was en dat het geschil inmiddels was bijgelegd. 2.4 In hetgeen is aangevoerd en gebleken ziet het Hof geen grond de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. 2.5 De vraag welk bedrag [appellanten] thans nog aan The Ocean Club verschuldigd zijn, is in dit hoger beroep niet aan de orde, evenmin als de vraag of The Ocean Club misbruik van bevoegdheid maakt indien zij het verstekvonnis onverkort tenuitvoer zou leggen. 2.6 Het bestreden vonnis zal worden bevestigd, met veroordeling van [appellanten] als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep. BESLISSING Het Hof: bevestigt het vonnis waarvan beroep; veroordeelt [appellanten] in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van The Ocean Club gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op NAF. 219,50 aan betekeningskosten en NAF. 12.400,- voor gemachtigdensalaris. Dit vonnis is gewezen door mrs. P.E. de Kort, L.C. Hoefdraad en J.P. de Haan, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 15 april 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.