HLAR 45824/12 en 55785/12 Datum uitspraak: 28 juni 2013 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning, appellant tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 6 november 2012 in de zaken nrs. Lar 45824/2010 en 55785/2010 in het geding tussen: de naamloze vennootschap Setel N.V., gevestigd in Curaçao, en de minister. Procesverloop Bij onderscheiden beschikkingen van 21 juni en 12 oktober 2006 heeft de minister de naamloze vennootschap Setel N.V. (hierna: Setel) concessievergoeding in rekening gebracht. Bij onderscheiden beschikkingen van 25 oktober 2010 heeft de minister de door Setel daartegen gemaakte bezwaren opnieuw ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 6 november 2012 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao het daartegen door Setel ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikkingen vernietigd en de minister opgedragen binnen twee maanden opnieuw op de door Setel gemaakte bezwaren te beschikken. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Setel heeft een verweerschrift ingediend. De minister heeft een nader stuk ingediend. Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 april 2013, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. S.E. Thomson, advocaat, en Setel, vertegenwoordigd door mrs. O. Komdeur en F.H.A. Alberda, beiden advocaat, zijn verschenen. Overwegingen Bij onderscheiden uitspraken van 17 juli 2008 in de zaken nrs. 2008/20 en 2008/21 heeft het Gerecht eerdere beschikkingen op door Setel tegen de beschikkingen van 21 juni en 12 oktober 2006 gemaakte bezwaren vernietigd en bepaald dat de minister met inachtneming van hetgeen in die uitspraak is overwogen opnieuw op die bezwaren beschikt. Daartoe heeft het overwogen dat, eerst wanneer een zorgvuldige toelichting van de exploitatiekosten inzake telecommunicatie (hierna: exploitatieoverzicht) van het Bureau Telecommunicatie en Post (hierna: het Bureau) wordt gegeven, beoordeeld kan worden of het Landsbesluit van 23 december 2005, nr. 2, de beschikkingen kan dragen. Bij onderscheiden uitspraken van 18 juni 2009 in de zaken HLAR 065/08 en 066/08 heeft het Hof deze uitspraken bevestigd. Het heeft daartoe overwogen dat het Gerecht met juistheid heeft overwogen dat de minister de exploitatiekosten van het Bureau terecht als kosten, als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen (hierna: Ltv) heeft aangemerkt en uit die uitspraken moet worden afgeleid dat het exploitatieoverzicht door een accountant juist dient te zijn bevonden om het aan de heffingen ten grondslag te mogen leggen. Bij onderscheiden uitspraken van 24 juni 2010 in de zaken nrs. 2008/157 en 2008/158 heeft het Gerecht de nieuwe door de minister op de gemaakte bezwaren gegeven beschikkingen opnieuw vernietigd en bepaald dat de minister met inachtneming van hetgeen in die uitspraak is overwogen nogmaals op de gemaakte bezwaren beschikt. Bij uitspraak van 25 januari 2011 in zaak nr. HLAR 035/10 heeft het Hof deze uitspraken bevestigd. Het heeft daartoe overwogen dat het Gerecht met juistheid in aanmerking heeft genomen dat de minister het exploitatieoverzicht ten onrechte niet door een accountant heeft laten controleren en uit een verklaring van de accountant zal moeten blijken of het exploitatieoverzicht op het door Setel aangevoerde punt juist is. De beschikkingen van 25 oktober 2010 zijn gegeven naar aanleiding van de uitspraken van het Gerecht van 24 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.