HLAR 67355/14 Datum uitspraak: 15 december 2014 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: de naamloze vennootschap Antelecom N.V., gevestigd in Curaçao, appellante, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Curaçao, van 20 december 2013 in zaak nr. War BES 2012/7 in het geding tussen: appellante en de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Procesverloop Bij beschikking van 20 maart 2012 heeft de minister op verzoek van de naamloze vennootschap Personal Communication Services N.V (hierna: PCS) een geschil tussen die vennootschap en appellante beslecht. Bij uitspraak van 20 december 2013 heeft het Gerecht het daartegen door appellante bij hem ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 november 2014, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. O.J. Komdeur, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. S. Thomsom, ook advocaat, zijn verschenen. Overwegingen De beschikking van 20 maart 2012 luidt aldus: “Als zijnde dienstaanbieder is CHIPPIE niet bevoegd over telecommunicatie-infrastructuur te beschikken en is zij voor het routeren van het voor haar eindgebruikers bestemde internationale telefoonverkeer afkomstig van Antelecom volledig afhankelijk van de koppeling van Antelecom met het PCS netwerk. Het internationale telefoonverkeer van Antelecom bestemd voor de nummers +599-795-XXXX en +599-796-XXXX dan wel het internationale telefoonverkeer afkomstig van de nummers +599-795-XXXX en +599-796-XXXX bestemd voor Antelecom dient over het PCS netwerk te worden gerouteerd. Het direct door Antelecom afleveren van het mobiele telefoonverkeer van internationale bestemmingen op Bonaire aan de nummers +599-795-XXXX en +599-796-XXXX van CHIPPIE als dienstaanbieder is in strijd met de Wet op de Telecommunicatievoorzieningen BES.” Appellante heeft in beroep aangevoerd dat de minister het door haar direct afleveren van het mobiele telefoonverkeer van internationale bestemmingen op Bonaire aan de nummers +599-795-XXXX en +599-796-XXXX van CHIPPIE als dienstaanbieder ten onrechte in strijd met de Wet op de Telecommunicatievoorzieningen BES heeft geoordeeld. Bij beschikking van 13 november 2013 heeft de minister de bij Landsbesluit van 9 juli 1999, no. 23, no. 4749JAZ aan PCS voor het aanleggen, in stand houden en exploiteren van telecommunicatie-infrastructuur ten behoeve van mobiele communicatie binnen het verzorgingsgebied Bonaire verleende concessie en de bij Landsbesluit van 13 juni 2002, no. 6, no. 2268’01 JAZ aan haar voor het aanleggen, in stand houden en exploiteren van telecommunicatie-infrastructuur op Bonaire ten behoeve van de lange afstand telecommunicatie van en naar het verzorgingsgebied verleende concessie ingetrokken. Het Gerecht heeft het beroep niet‑ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang daarbij, omdat appellante de mobiele nummers in weerwil van de beschikking van 20 maart 2012 rechtstreeks aflevert, althans niet herrouteert via het netwerk van PCS, deze handelwijze door de minister wordt gedoogd en appellante niet heeft gesteld dat zij ten gevolge van die beschikking schade heeft geleden en dat ook niet is gebleken. Dat niet is uit te sluiten dat PCS jegens haar een claim indient, is geen reden voor een ander oordeel, omdat dat een onzekere toekomstige gebeurtenis is, nu niet is gebleken van enig concreet voornemen daartoe van de zijde van PCS, aldus het Gerecht. Appellante betoogt dat het Gerecht daarmee heeft miskend dat zij van 1 februari 2007 tot en met 13 november 2013 het mobiele telefoonverkeer van internationale bestemmingen op Bonaire direct aan de nummers +599-795-XXXX en +599-796-XXXX van CHIPPIE als dienstaanbieder heeft aangeleverd en dat dat volgens de beschikking van 20 maart 2012 onrechtmatig is. Ten gevolge daarvan kan PCS betaling van de voor die periode door appellante aan haar verschuldigde interconnectievergoeding vorderen. Nu PCS haar bij brief van 22 augustus 2011 heeft verzocht om afgifte van de maandelijkse interconnectierapportages over de periode vanaf 1 februari 2007, teneinde de alsnog aan haar verschuldigde interconnectievergoedingen te kunnen berekenen, bestaat een reële mogelijkheid dat zij daartoe overgaat en heeft zij belang bij een rechterlijk oordeel over de beschikking, aldus appellante. 5.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.