HLAR 64006/13 Datum uitspraak: 24 januari 2014 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: [Appellant], wonend in Aruba, appellant, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 27 maart 2013 in de zaak nr. LAR 3108 van 2012 in het geding tussen: appellant, en de minister van Economische Zaken, Sociale Zaken en Cultuur. Procesverloop Op 17 november 2011 heeft de directeur van de directie Sociale Zaken van het ministerie van Economische Zaken, Sociale Zaken en Cultuur een verzoek van [appellant] om een ander te machtigen om zijn bijstandsuitkering te innen afgewezen. Bij beschikking van 18 september 2012 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 maart 2013 heeft het Gerecht het daartegen door [appellant] ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikking vernietigd, doch de rechtsgevolgen ervan in stand gelaten. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 november 2013, waar [appellant], bijgestaan door M.L. Hassell, en de minister, vertegenwoordigd door mr. N. Turuçlu, werkzaam in dienst van het land, zijn verschenen. Overwegingen [Appellant] betoogt dat het Gerecht, door de rechtsgevolgen van de beschikking van 18 september 2012 in stand te laten, heeft miskend dat de minister zijn verzoek niet met toepassing van het Landsbesluit bijstandsverlening mocht afwijzen, nu dat Landsbesluit in strijd is met het in artikel 2:1 van de Nederlandse Algemene wet bestuursrecht gecodificeerde recht dat een ieder zich in het verkeer met bestuursorganen kan laten vertegenwoordigen, welk recht geacht kan worden als ongeschreven recht in Aruba te gelden. 1.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.