HLAR 53303/13 Datum uitspraak: 24 januari 2014 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: [Appellant], wonend te [woonplaats], Appellant, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 18 december 2012 in zaak nr. Lar 2011/53303 op het door appellant tegen diens uitspraak van 25 november 2011 in zaak nr. Lar 2011/49197 in het geding tussen: appellant en de Sociale Verzekeringsbank gedane verzet. Procesverloop Bij uitspraak van 25 november 2011 heeft het Gerecht het door [appellant] tegen een beschikking van de Sociale Verzekeringsbank van 19 november 2010 ingestelde beroep zonder behandeling van de zaak ter zitting niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 18 december 2012 heeft het het door [appellant] daartegen gedane verzet ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 november 2013, waar de Sociale Verzekeringsbank, vertegenwoordigd door M. Bonafasia, werkzaam in haar dienst, is verschenen. Overwegingen Ingevolge artikel 15, vijfde lid, onder f, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: Lar) houdt het beroepschrift, indien de indiener geen woonplaats heeft in de Nederlandse Antillen, de keuze van een domicilie in de Nederlandse Antillen in. Ingevolge artikel 22, eerste lid, voor zover thans van belang, wordt een beroepschrift, dat niet aan de bij artikel 15 gestelde eisen voldoet, door de griffier aan de indiener in persoon of, indien een gemachtigde is aangewezen, aan die gemachtigde met mondelinge of schriftelijke opgave van redenen ter aanvulling teruggegeven of teruggezonden. Daarbij wordt de termijn vermeld, waarbinnen de aanvulling dient te geschieden. Ingevolge het tweede lid kan het Gerecht het beroep niet‑ontvankelijk verklaren, indien het beroepschrift niet binnen de gestelde termijn is verbeterd of aangevuld. Ingevolge artikel 75, eerste lid, voor zover thans van belang, staat tegen een uitspraak van het Gerecht, als bedoeld in artikel 80, tenzij het verzet gegrond is verklaard, voor alle partijen hoger beroep open op het Hof. Ingevolge het tweede lid geschieden behandeling van het hoger beroep en de uitspraak door het Hof. [Appellant] betoogt dat het Hof geen kennis kan nemen van het door hem ingestelde hoger beroep en het hoger beroepschrift als verzoekschrift tot ambtshalve vervallenverklaring van de aangevallen uitspraak naar de bestuursrechter in de verzetprocedure moet doorsturen. 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.