HLAR 52972/13 Datum uitspraak: 24 januari 2014 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: [Appellant], wonend in Curaçao, appellant, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 24 juli 2013 in zaak nr. 2011/52972 in het geding tussen: appellant en de Sociale Verzekeringsbank. Procesverloop Bij beschikking van 7 juli 2009 heeft de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB) de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant als gevolg van het bedrijfsongeval dat hem op 10 juni 2005 is overkomen per 7 augustus 2009 op 36% vastgesteld en zijn aanspraak op ongevallengeld op Naf. 18,04 per dag. Bij beschikking van 12 januari 2010 heeft de SVB het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 18 maart 2011 heeft het Gerecht het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, die beschikking vernietigd en bepaald dat de SVB opnieuw op het door appellant gemaakte bezwaar beschikt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Bij uitspraak van 28 mei 2012 in zaak nr. HLAR 47260/11 heeft het Hof het door appellant daartegen ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard. Bij beschikking van 13 oktober 2011 heeft de SVB het door appellant tegen de beschikking van 7 juli 2009 gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard en die beschikking gehandhaafd. Bij uitspraak van 24 juli 2013 heeft het Gerecht het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld bij het Hof. De SVB heeft een verweerschrift ingediend. Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 november 2013, waar appellant, bijgestaan door mr. R.E.F.A. Bijkerk, advocaat, en de SVB, vertegenwoordigd door K. Martis, werkzaam in haar dienst, en N.J.M. Huizing, verzekeringsarts, zijn verschenen. Overwegingen Ingevolge artikel 1 van de Landsverordening Ongevallenverzekering (hierna: de LvOV) wordt onder arbeidsongeschiktheid verstaan: de toestand waarin de werknemer verkeert, die als gevolg van een ongeval gedurende een etmaal of langer niet in staat is om zijn normale arbeid te verrichten of deze arbeid zo lang niet mag verrichten hetzij om een medisch noodzakelijk onderzoek mogelijk te maken hetzij om te voorkomen dat zijn genezing wordt belemmerd.Ingevolge artikel 5, eerste lid, voor zover thans van belang, heeft de werknemer, die als gevolg van het ongeval geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, recht op een uitkering in geld, genaamd ongevallengeld, met ingang van de dag na die van de melding van het ongeval bij de bank. Ingevolge het tweede lid bedraagt het ongevallengeld bij gehele arbeidsongeschiktheid per dag: a. gedurende de eerste 52 weken: 100% van het dagloon van de werknemer;b. voor de verdere duur: 80% van het dagloon van de werknemer. Ingevolge het vierde lid bedraagt het ongevallengeld per dag bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid gedurende de in het tweede lid genoemde tijdvakken een in een evenredige verhouding tot het percentage van de arbeidsongeschiktheid staand deel van de in het tweede lid vermelde percentages van het dagloon. Aan de beschikking van 13 oktober 2011 heeft de SVB een rapport van 11 oktober 2011 van voornoemde dr. N.J.M. Huizing ten grondslag gelegd. Volgens dit rapport is aanvullend onderzoek gedaan naar de belasting van het werk van appellant als bewaker. Daartoe is appellant en zijn voormalig werkgever om nadere informatie verzocht over de inhoud van de functie van bewaker. Aan de hand van deze informatie is onderzocht, met de belasting van welke functie, vermeld in de zogenoemde Disability Evaluation volgens Mc Bride (hierna: de McBride-tabellen), de belasting van de functie van bewaker overeenkomt. Daarbij is in aanmerking genomen dat de belasting in de functie van ”truck driver” het besturen van een truck betreft, waarbij recht vooruit moet worden gekeken en het hoofd moet worden getordeerd, vergelijkbaar met het bekijken van een monitor en het parkeren van bedrijfsauto’s, het in en uit een truck stappen, waarbij omhoog en omlaag gekeken moet worden, vergelijkbaar met het werk van een beveiliger, het naar boven en beneden kijken, trappen klimmen, surveilleren, het tillen van voorwerpen die in en uit de truck geladen moeten worden en het rijden over oneven wegen, drempels, hobbels, vergelijkbaar met het duwen, trekken, beetpakken van individuen die weerstand bieden. Vervolgens is de belasting van de functie ”truck driver”, zoals opgenomen in de McBride-tabellen, opnieuw beoordeeld. Voor de volledigheid is een functiebeschrijving van een vrachtwagenchauffeur opgevraagd bij het Nederlandse Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, waarna geconcludeerd is dat de functiebelasting ook volgens die beschrijving gelijk is aan die van een beveiligingsbeambte. Voorts is de mate van arbeidsongeschiktheid ook bepaald aan de hand van de McBride-tabellen, uitgaande van de functie “janitor”, omdat de belasting van de functie van bewaker ook met die van die functie overeenkomt. Dit leidt tot een mate van arbeidsongeschiktheid in de zin van de LvOV van 30%, aldus het rapport. In het rapport wordt geconcludeerd dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant, bepaald aan de hand van de McBride-tabellen, uitgaande van de functie “truck driver”, 36% bedraagt. Voorts heeft de arts nader lichamelijk onderzoek gedaan, waarbij de meest recente medische informatie over appellant is betrokken. De bevindingen zijn neergelegd in een rapport van 29 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.