HLAR 62784/14 Datum uitspraak: 23 mei 2014 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], appellant, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 11 december 2013 in zaak nr. Lar 62784/2013 in het geding tussen: appellant en de Sociale Verzekeringsbank. Procesverloop De Sociale Verzekeringsbank heeft aan appellant (hierna: [appellant]) een bewijs van registratie, als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Landsverordening basisverzekering ziektekosten (hierna: Lbz), kenmerk nr. 2013141367, verstrekt. Bij uitspraak van 11 december 2013 heeft het Gerecht het door [appellant] daartegen ingestelde beroep niet‑ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De Sociale Verzekeringsbank heeft een verweerschrift ingediend. Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 april 2014, waar [appellant] en de Sociale Verzekeringsbank, vertegenwoordigd door mr. M. Bonafasia en J. de Windt, beiden werkzaam in haar dienst, zijn verschenen. Overwegingen Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Lbz is ingevolge deze landsverordening verzekerd degene die:a. ingezetene is; ofb. geen ingezetene is, doch ter zake van in Curaçao krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht bij een hier te lande gevestigd bedrijf of instelling verrichte arbeid alhier aan loonbelasting onderworpen is. Ingevolge artikel 5.2, eerste lid, verstrekt de Uitvoeringsorganisatie aan de verzekerde een bewijs van registratie. Ingevolge artikel 8.1, voor zover thans van belang, staat voor belanghebbenden tegen de op grond van deze landsverordening genomen beslissingen van de Uitvoeringsorganisatie binnen zes weken na de dag, waarop deze zijn genomen, beroep bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao open. [Appellant] betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat het niet van het door hem ingestelde beroep kennis kon nemen, omdat het land Curaçao niet bestaat en de Lbz nietig is. Om diezelfde reden is het Hof niet bevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen, aldus [appellant]. 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.