HLAR 72412/15 VV Datum uitspraak: 19 maart 2015 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening, hangende het hoger beroep van: de minister van Verkeer, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Infrastructuur, verzoeker, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 15 september 2014 in de zaken nrs. Lar 007/2013 en Lar 69/2013 in het geding tussen: de naamloze vennootschap Dynaman Enterprises N.V. en de minister. Procesverloop Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, van 23 december 2003 heeft het bestuurscollege van het eilandgebied Sint Maarten het verkavelingsplan “Mary’s Fancy Estate” goedgekeurd. Bij beslissing van 14 december 2012, gewijzigd bij beslissing van 9 april 2013, heeft de minister het daartegen door Dynaman ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard en het verkavelingsplan gewijzigd goedgekeurd. Bij uitspraak van 15 september 2014 heeft het Gerecht het door Dynaman daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en de minister opgedragen binnen drie maanden opnieuw op het door Dynaman ingestelde administratief beroep te beslissen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Voorts heeft hij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Dynaman heeft nadere stukken ingediend. De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 25 februari 2015, waar de minister, vertegenwoordigd door T.A.H. Sommers, werkzaam in dienst van het land, bijgestaan door mr. A.A. Kraaijeveld, advocaat, en Dynaman, vertegenwoordigd door mr. G.R. Bergman, advocaat, zijn verschenen. Overwegingen Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de minister, in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep, geen gevolg hoeft te geven aan de door hem in hoger beroep bestreden uitspraak, voor zover die hem verplicht een nieuwe beslissing op het door Dynaman ingestelde administratief beroep te nemen. De minister vreest onevenredig en onomkeerbaar nadeel bij het voldoen aan de uitspraak van het Gerecht. Daartoe voert hij aan dat met het goedkeuren van het verkavelingsplan, zoals door het Gerecht opgedragen, de hoger gelegen kavels in dat gebied en de afwateringsgeul kunnen worden bebouwd, hetgeen ernstige wateroverlast voor de lager gelegen percelen in dat gebied met zich zal brengen. Voorts heeft de minister, onder verwijzing naar zijn hogerberoepschrift, aan het verzoek ten grondslag gelegd dat gerede kans bestaat dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep geen stand zal houden, onder meer omdat het Gerecht ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister van een onjuiste bouwgrens is uitgegaan en dat hij zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de afwateringsgeul onbebouwd dient te blijven. In dit verband verwijst hij naar rapporten van de beleidsafdeling Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening, Milieu en Infrastructuur van 8 en 24 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.