HLAR 76086/16 en 76288/16 Datum uitspraak: 3 juni 2016 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: [Appellant], wonend in Venezuela, appellant, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 17 december 2015 in de zaken nrs. Lar 2015/76288 en 76086 in het geding tussen: appellant en de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen. Procesverloop Bij beschikking van 15 oktober 2015 heeft de Inspecteur het barkje “Ashley II” in beslag genomen. Bij uitspraak van 17 december 2015 heeft het Gerecht het door appellant daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Appellant heeft nadere stukken ingediend. Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 maart 2016, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. O.A. Martina, advocaat, en de Inspecteur, vertegenwoordigd door V. Elisabeth en E. Caciano, beiden werkzaam bij de dienst Douane Curaçao, bijgestaan door mr. M.R. Hammoud en mr. G.A.H. Bakhuis, beiden ook advocaat, zijn verschenen. Overwegingen Ingevolge artikel 121, eerste lid, van de Algemene Verordening In- Uit- en Doorvoer (hierna: de AVIUD) worden vervoermiddelen, kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken, alsmede alle andere voorwerpen, kennelijk bestemd om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken of om een vervoermiddel tot hiervoor omschreven doeleinde in te richten of toe te rusten, in beslag genomen. Ingevolge het vijfde lid kan de eigenaar van het in beslag genomen vervoermiddel of voorwerp binnen een maand na de mededeling omtrent de inbeslagneming bij het Gerecht in eerste aanleg daartegen hetzij in persoon, hetzij door een gemachtigde een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen, gegrond op de omstandigheid dat het in beslag genomen vervoermiddel of voorwerp niet beantwoordt aan de omschrijving, vervat in het eerste lid. Het voor het eerst in hoger beroep gevoerde betoog van appellant dat artikel 121 van de AVIUD in strijd is met verdragsrecht, omdat dit artikel de Inspecteur een bestuurlijke toezichthoudende bevoegdheid toekent, maar deze wordt gebruikt ten behoeve van een strafrechtelijk doel, faalt, reeds omdat het niet nader is toegelicht en het Hof ambtshalve geen een ieder verbindende verdragsbepaling bekend is, waarmee het artikel van de AVIUD in strijd is. Appellant, (naar deze stelt) eigenaar van het barkje, betoogt voorts dat het Gerecht heeft miskend dat de Inspecteur zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het barkje kennelijk ingericht of toegerust was om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. Daartoe voert hij, onder verwijzing naar een rapport van Argonaut Marine Services N.A. van 6 januari 2016 (hierna: het rapport van Argonaut), aan dat het barkje weliswaar aan slijtage onderhevig was, maar nog in de oorspronkelijke staat verkeerde en de betrokken ruimten als zodanig zichtbaar, dan wel herkenbaar waren. 3.1 Aan de beschikking van 15 oktober 2015 heeft de Inspecteur ten grondslag gelegd dat tijdens de controle aan boord van het barkje in het compartiment van de kapitein, in een opening onder het stuur van het schip, verschillende niet aangegeven goederen zijn ontdekt. Volgens het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal werd tijdens die controle in dat compartiment een opening onder het stuur van het schip ontdekt, waarachter na verder onderzoek diverse niet aangegeven goederen zijn ontdekt, te weten creditcards, pakjes sigaretten en medicijnen. Bij het verweerschrift in beroep heeft de Inspecteur een rapport van Diza Marine Services en Surveys N.V. van 17 oktober 2015 (hierna het rapport van Diza) overgelegd, waarin over dit compartiment het volgende is vermeld: “Onder de instrumenten console en het stuurradsysteem is de constructie ook zodanig dat er via de openingen in de bodemplaat toegang ontstaat tot de accu ruimte in de machinekamer. Dit is een constructie die zodanig is opgemaakt, dat er een ruimte bestaat die door plaatsing van de accu’s aan het oog wordt onttrokken.” In het rapport van Argonaut is over die ruimte het volgende vermeld: “De genoemde alteratie is juist zeer opvallend omdat het niet strookt met de directe omgeving. Dit is een triplex plank, terwijl de bepaling (laminatie) hiernaast donkerbruin is. Ruimte in het stuurhuis wordt ingenomen door:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.