Burgerlijke zaken over 2018 Vonnis no.: Registratienummer: AR 52648/11 - H 292/15 en 292A/15 Uitspraak: 9 januari 2018 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaak van: [de vrouw], wonende in Curaçao, oorspronkelijk eiseres, thans appellante in het principaal appel, geïntimeerde in het incidenteel appel, gemachtigde: mr. C.L. Taylor, tegen [de man], wonende in Curaçao, oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimeerde in het principaal appel, appellant in het incidenteel appel, gemachtigde: mr. R.A.P.H. Pols. De partijen worden hierna weer de vrouw en de man genoemd. 1Het verdere verloop van de procedure Bij vonnis van 30 mei 2017 heeft het Hof een verzoek aan de Dienst LVV gedaan en de zaak naar de rol verwezen. Beide partijen hebben op 7 november 2017 een akte ingediend. Vonnis is gevraagd en bepaald op heden. 2De verdere beoordeling 2.1 Deze zaak betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen. 2.2 Bij tussenvonnis van 1 maart 2016 heeft het Hof partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over een voorgenomen benoeming van een taxateur als deskundige om percelen aan de [adressen 1 en 2] en de daarop gelegen opstallen en bebouwing te taxeren. 2.3 De man heeft voorgesteld [deskundige] als deskundige te benoemen. De vrouw heeft te kennen gegeven hieraan niet de voorkeur te geven, maar zonder een deugdelijke reden daarvoor op te geven. Het Hof heeft [deskundige] benaderd. Hij heeft verklaard bereid en in staat te zijn het deskundigenonderzoek te verrichten en niet gelieerd te zijn aan partijen. Het Hof zal hem als deskundige benoemen. 2.4 De man heeft voorgesteld acht vragen aan de deskundige te stellen, waarvan sommige uiteenvallen in deelvragen. De vrouw heeft de door de man voorgestelde vragen becommentarieerd. Verder heeft zij betoogd dat de huurgrond met bebouwing aan de [adres 1] niet getaxeerd dient te worden. Dit betoog faalt op de gronden als vermeld in rov. 2.9 van het vonnis van 1 maart
- Als peildatum voor de waardering van tot de huwelijksgemeenschap behorende goederen geldt als hoofdregel het tijdstip van de verdeling, tenzij uit een overeenkomst tussen partijen of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat hiervan moet worden afgeweken. Het Hof zal de in het dictum te vermelden vragen aan de deskundige ter beantwoording voorleggen. Het Hof wijst erop dat de deskundige wettelijk verplicht is partijen in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken dat aan dit voorschrift is voldaan. 2.5 De man heeft voorgesteld de kosten van de deskundige ten laste van de vrouw te doen brengen, althans te verdelen. De vrouw heeft zich niet uitgelaten over de kosten. De deskundige heeft zijn kosten begroot op NAf 1.200,00 inclusief OB. Het Hof zal bepalen dat elk van beide partijen de helft hiervan aan de deskundige dient te betalen. Over de vraag wie uiteindelijk de kosten van de deskundige zal dienen te dragen, houdt het Hof ieder oordeel aan. 2.6 De man meent dat de te benoemen taxateur de beschikking zou moeten hebben over bepaalde stukken van de Dienst Landbouw Veeteelt en Visserij van het Land Curaçao (Maneho Agrario i Peska; hierna: de Dienst LVV). De man heeft het Hof verzocht de Dienst LVV te bevelen die stukken in het geding te brengen. Het Hof heeft de Dienst LVV verzocht zich hierover uit te laten. Er heeft het Hof geen reactie van de Dienst LVV bereikt. De deskundige kan, indien hij daartoe aanleiding ziet, trachten de door de man bedoelde stukken bij de Dienst LVV op te vragen of in te zien. De deskundige kan desgewenst partijen vragen hem hierbij behulpzaam te zijn. Voor het overige houdt het Hof ieder oordeel hierover aan. B E S L I S S I N G Het Hof: beveelt een deskundigenonderzoek ter beantwoording van de volgende vragen:
- wilt u een volledig taxatierapport opstellen met betrekking tot: ( a) het huis, ( b) de huurgrond en ( c) de eventuele overige opstallen en bebouwing aan [adres 1] en ( d) de huurgrond en ( e) de opstallen en bebouwing aan [adres 2]?
- welke feiten en omstandigheden zijn, bezien vanuit de deskundigheid van de taxateur, verder van belang voor de beslissing van het Hof? benoemt tot deskundige: [deskundige], taxateur onroerend goed, p/a RvM Design & Taxaties, e-mail: [e-mailadres]; bepaalt dat elk van partijen uiterlijk vier weken na heden NAf 600,00 aan de deskundige dient te voldoen als hun aandeel in het voorschot op de kosten van de deskundige; bepaalt dat de gemachtigde van de man de processtukken in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen, voor zover de deskundige daar behoefte aan heeft; bepaalt dat de deskundige de door de man bedoelde stukken kan opvragen of inzien bij de Dienst LVV, indien de deskundige daartoe aanleiding ziet, en dat hij desgewenst partijen kan vragen hem hierbij behulpzaam te zijn; wijst op de wettelijke verplichting van de deskundige partijen in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en uit het schriftelijk bericht van de deskundige te laten blijken dat aan dit voorschrift is voldaan; bepaalt dat de deskundige uiterlijk twee maanden na heden een schriftelijk en ondertekend bericht dient in te leveren bij de griffie van het Hof, onder vermelding van het in de kop van dit vonnis vermelde registratienummer en onder bijvoeging van zijn declaratie; verwijst de zaak naar de rolzitting van 27 maart 2018 voor gelijktijdige akte na deskundigenbericht aan beide zijden; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, J. de Boer en G.C.C. Lewin, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 9 januari 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.