Zaaknummers: H-34/2017 en H-35/2017 Parketnummers: 400.00302/16 en 400.00036/16 Uitspraak: 5 juli 2018 Verstek Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg (hierna: het Gerecht) van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire, van 9 maart 2017 in de strafzaak tegen de verdachte: [VERDACHTE], geboren op [geboorte datum][geboorte jaar] op [geboorte plaats], wonende op [woon plaats], [adres]. Hoger beroep Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder 1 primair en 2 (400.00036/16) en subsidiair (400.00302/16) ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeëndertig maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest en onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld. Ter terechtzitting heeft de raadsman, onder verwijzing naar het proces-verbaal van de terechtzitting van 1 juni 2017, herhaald dat het hoger beroep zich uitsluitend richt op de zaak met parketnummer 400.00036/16. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de raadsman, mr. E.J. Winkel, naar voren is gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Namens de verdachte is in de zaak met parketnummer 400.00036/16 een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, omdat het Hof zich daarmee verenigt, behoudens ten aanzien van de straf. Oplegging van straf Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De verdachte heeft een zwaar verkeersongeval veroorzaakt door met een te hoge snelheid en onder invloed van alcoholhoudende drank een zich op de rijbaan bevindende fietser aan te rijden. Door zijn toedoen heeft het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Na het ongeluk is de verdachte doorgereden, waarbij hij het slachtoffer in hulpeloze toestand heeft achtergelaten. De gedragingen van de verdachte worden hem zwaar aangerekend. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd. De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan medeplegen van heling. Helingsdelicten werken misdrijven als diefstallen in de hand of dragen bij aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen. Bij de oplegging van de straf houdt het Hof rekening met de straf die in soortgelijke zaken wordt opgelegd. Het Hof houdt voorts rekening met het feit dat sinds de veroordeling van de verdachte in eerste aanleg geen nieuwe incidenten bekend zijn geworden waarbij de verdachte betrokken is geweest. Gelet hierop, en op de omstandigheid dat de verdachte – zoals zijn raadsman ter zitting naar voren heeft gebracht – zijn leven een positieve wending heeft gegeven in Nederland, acht het Hof na te melden deels voorwaardelijke straf passend en geboden. Hieraan zal een proeftijd van drie jaren worden verbonden. BESLISSING Het Hof: bevestigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, van 9 maart 2017, behoudens ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.