Burgerlijke zaken over 2018 Vonnis no.: Registratienummer: AR 175/10 - ghis 78385 - H 119/16 en 119A/16 Uitspraak: 2 februari 2018 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaak van: [APPELLANTE], gevestigd in [vestigingsplaats], oorspronkelijk eiseres, thans appellante in het principaal appel, geïntimeerde in het incidenteel appel, gemachtigden: mrs. J.G. Snow en P.P. Soons, tegen [GEÏNTIMEERDEN], beiden wonende in Sint Maarten, oorspronkelijk gedaagden, thans geïntimeerden in het principaal appel, appellanten in het incidenteel appel, gemachtigde: mr. M.O. Kortenoever. De partijen worden hierna [appellante] en [geïntimeerden] genoemd. 1Het verdere verloop van de procedure Bij vonnis van 7 april 2017 (hierna: het tussenvonnis) heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen. Op 9 juni 2017 heeft [appellante] een akte met producties ingediend. Op 17 november 2017 heeft [appellante] een nadere akte met producties ingediend. Op diezelfde datum hebben [geïntimeerden] een antwoordakte met een productie ingediend. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden. 2De verdere beoordeling 2.1 Bij het tussenvonnis heeft het Hof het verweer van [geïntimeerden] aan de orde gesteld dat de gebruiksbeperkende voorwaarden geen derdenbeding ten behoeve van [appellante] inhouden. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich daarover nader uit te laten in het licht van hetgeen het Hof daarover heeft overwogen. 2.2 Bij de beoordeling van dit verweer is het volgende van belang. 2.2.1 De erfpachtspercelen van [appellante] en [geïntimeerden] grenzen aan elkaar en liggen beide in de wijk Almond Grove Estate in Cole Bay in Sint Maarten. Alle (of bijna alle) percelen in die wijk zijn uitgegeven in erfpacht. 2.2.2 [ geïntimeerden] hebben hun recht van erfpacht bij akte van 7 december 1998 verkregen. Bij die akte is dit recht ten behoeve van hen uitgegeven (gevestigd) door Almond Grove Estate N.V. (aangeduid als: Grantor; het Hof zal deze vennootschap verder aanduiden als: AGE). Onder het kopje "conditions" staan de erfpachtsvoorwaarden genoemd. In art. 7 lid 1 van de erfpachtsvoorwaarden staan onder a tot en met o gebruiksbeperkende voorwaarden (restrictive covenants) opgesomd. Art. 7 lid 2 houdt (onder meer) een boetebeding in ten behoeve van AGE. Art. 7 lid 4 luidt: "The foregoing restrictions are furthermore herewith stipulated for and in behalf of the aforementioned Foundation." Uit art. 12 blijkt dat met "Foundation" wordt bedoeld: een door of op initiatief van de AGE op te richten stichting. Art. 13 houdt in dat de erfpachter zich ertoe verbindt dat hij, indien hij in de toekomst het recht van erfpacht zal overdragen aan een ander, de gebruiksbeperkende voorwaarden aan die ander zal opleggen. 2.2.3 [ appellante] heeft haar recht van erfpacht gekocht en overgedragen gekregen van een eerdere erfpachtster ([betrokkene 1]). Dit recht van erfpacht is uitgegeven bij akte van 13 maart 1998. In die akte staan dezelfde erfpachtsvoorwaarden genoemd. [appellante] heeft het recht van erfpacht overgedragen gekregen bij akte van 4 juni 2003. De in het griffiedossier aangetroffen afschriften van die akte (overgelegd als productie 1 bij inleidend verzoekschrift en als productie 9 bij memorie van antwoord) zijn helaas incompleet. Het lijkt erop dat alleen de even pagina's of alleen de oneven pagina's zijn overgelegd. Uit de producties blijkt wel dat de erfpachtsvoorwaarden erin worden geciteerd, maar niet hoe ernaar verwezen wordt. 2.2.4 Voor alle erfpachters in de wijk geldt dat zij zich hebben gebonden aan de gebruiksbeperkende voorwaarden, hetzij bij de akte van vestiging van het recht van erfpacht, hetzij bij de akte waarbij zij dat recht overgedragen hebben gekregen (de te beoordelen vraag is echter: ten gunste van wie). 2.2.5 De in art. 12 van de erfpachtsvoorwaarden bedoelde stichting is op 10 december 1992 opgericht onder de naam Almond Grove I, II, III and IV Foundation (hierna: de Foundation). Het doel van de Foundation is als volgt omschreven in art. 3 van de oprichtingsakte (onder meer): "The purpose of the foundation is: to function as the owners organization as meant in the individual notarial deeds of issuance on long lease of lots in the subdivision of Almond Grove Estate, Phases I, II, III en IV, in the Cole Bay district on Sint Maarten, at the north-eastern side of the Union Road, as further indicated hereinafter and thereto: a. (...) d. to control the observance by the owners of the restrictive covenants imposed upon the owners in the aforementioned deeds of issuance on long lease, and subsequent deeds of transfer or in separate deeds referred to hereinafter in this article; e. (...) f. (...)" 2.3 Door middel van uitleg moet worden vastgesteld of de gebruiksbeperkende voorwaarden aangemerkt moeten worden als derdenbedingen waaraan [appellante] rechten kan ontlenen jegens [geïntimeerden] Alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, zijn hiervoor beslissend. 2.4 Het Hof zal beginnen met een taalkundige uitleg van art. 7 lid 4 van de erfpachtsvoorwaarden, eerst gelezen in het licht van de gehele akte van vestiging van het recht van erfpacht, en vervolgens gelezen in het licht van de gehele akte van overdracht van het recht van erfpacht. 2.4.1 Bij de vestiging van het recht van erfpacht is AGE als eigenaar de contractuele wederpartij van degene die het recht verkrijgt. De erfpachtsvoorwaarden worden in de eerste plaats ten behoeve van AGE bedongen. Dit spreekt vanzelf en behoeft niet uitdrukkelijk te worden vermeld. Art. 7 lid 4 van de erfpachtsvoorwaarden bepaalt dat de erfpachtsvoorwaarden ook ten behoeve van de Foundation worden bedongen. De Foundation is geen contractspartij. Er wordt in art. 12 van de akte immers rekening gehouden met de mogelijkheid dat de Foundation nog moet worden opgericht. In deze context is art. 7 lid 4 dus een derdenbeding ten behoeve van de Foundation. Het woord "furthermore" duidt erop dat naast de Foundation ook AGE gerechtigd blijft van de erfpachter te verlangen dat die de gebruiksbeperkende voorwaarden naleeft. 2.4.2 Na overdracht van een eerder gevestigd recht van erfpacht kunnen zowel AGE als de Foundation van de nieuwe erfpachter verlangen dat deze de gebruiksbeperkende voorwaarden naleeft. Dit is bepaald in de overdrachtsakte, waarin de erfpachtsvoorwaarden worden geciteerd. Nu de akte van 4 juni 2003 incompleet is overgelegd, kan het Hof niet aanwijzen hoe precies is bepaald dat zowel AGE als de Foundation die gerechtigdheid jegens de nieuwe erfpachter verkrijgen, maar beide partijen gaan hiervan uit en het Hof acht dat ook aannemelijk en zal hen hierin volgen. In het midden kan blijven of de gebruiksbeperkende voorwaarden reeds gelet op hun aard goederenrechtelijke werking hebben, in die zin dat de daaruit voortvloeiende verplichtingen bij overdracht van het erfpachtsrecht onder bijzondere titel van rechtswege overgaan op de nieuwe erfpachter. In elk geval wordt met de nieuwe erfpachter overeengekomen dat de verplichtingen uit de gebruiksbeperkende voorwaarden op hem overgaan. 2.4.3 De tekst van art. 7 lid 4 van de erfpachtsvoorwaarden vermeldt niets over de vraag of ook anderen dan AGE of de Foundation kunnen verlangen dat de erfpachter de gebruiksbeperkende voorwaarden naleeft. 2.4.4 Ook elders in de akten staat geen tekst die iets vermeldt over de vraag of ook anderen dan AGE of de Foundation kunnen verlangen dat de erfpachter de gebruiksbeperkende voorwaarden naleeft, noch in bevestigende, noch in ontkennende zin. In de regel zal het uitdrukkelijk worden overeengekomen als er (andere) derden zijn ten behoeve van wie een beding beoogd wordt te werken, maar dat is niet altijd noodzakelijk. 2.4.5 Tot zover de taalkundige uitleg. 2.5 Thans gaat het Hof in op argumenten die niet gebaseerd zijn op de tekst van de akten. Het Hof maakt hierbij gebruik van zijn ambtshalve verworven kennis van de Caribische samenlevingen (vergelijk: HR 7 september 1990, ECLI:NL:HR:1990:AB9950, NJ 1991/266, rov. 3.3). In het algemeen geldt in Sint Maarten en elders in het Caribische deel van het Koninkrijk bij de ontwikkeling van een (woon)wijk of resort het volgende. Een projectontwikkelaar verkavelt een gebied en verkoopt de eigendom of een (zakelijk) recht kavel voor kavel aan belangstellenden. In het begin heeft de projectontwikkelaar er groot belang bij dat de gebruiksbeperkende voorwaarden worden nageleefd, want dat bevordert de verkoopbaarheid van nog onverkochte kavels. Naarmate er meer kavels verkocht zijn en er minder overblijven die nog verkocht moeten worden, vermindert dat belang. Degenen die een (recht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.