SXM2017H00119 Datum uitspraak: 22 november 2018 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: [Appellante], wonend in Sint Maarten, appellante, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 31 oktober 2017 in zaak nr. SXM201700246, in het geding tussen: appellante en de minister van Onderwijs, Cultuur, Jeugd en Sport. Procesverloop Bij beschikking van 19 mei 2017 heeft de minister een aanvraag van 7 oktober 2016 van appellante om haar op grond van het Implementatie Plan Studeren in de Regio studiefinanciering toe te kennen, afgewezen. Bij uitspraak van 31 oktober 2017 heeft het Gerecht het door appellant daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 oktober 2018, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. B.B. Brooks, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. C.M.P. van Hees, advocaat, zijn verschenen. Overwegingen Het Gerecht heeft overwogen dat op grond van artikel 1 van het Implementatie Plan Studeren in de Regio studiefinanciering door de minister kan worden toegekend aan personen die ten minste vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag om studiefinanciering een legale ingezetene van Sint Maarten zijn geweest. Appellante voldoet niet aan dit vereiste. Voorts bestaat geen grond voor het oordeel dat het vertrouwensbeginsel is geschonden. Dat een of meer andere beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden is door appellante onvoldoende onderbouwd, aldus het Gerecht. Appellante betoogt dat zij op 23 september 2016 een vergunning tot verblijf voor onbepaalde tijd heeft aangevraagd. Bij beschikking van 7 november 2016 heeft de minister van Justitie die aanvraag afgewezen. Het daartegen gemaakte bezwaar is bij beschikking van 5 mei 2017 ongegrond verklaard. Het daartegen ingestelde beroep is bij uitspraak van het Gerecht van 26 maart 2018 (SXM201700240) ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak is hoger beroep ingesteld (SXM2018H00054). Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat zij aanspraak heeft op een vergunning tot verblijf voor onbepaalde tijd. Voorts betoogt appellante dat bij haar rechtens te honoreren verwachtingen zijn gewekt door het hoofd van de afdeling studiefinanciering. Deze heeft mededelingen gedaan aan een nicht van appellante met wie hij een relatie had. Dezelfde mededelingen heeft hij gedaan aan een medewerkster van de afdeling studiefinanciering. Ook mocht appellante gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan de voorwaarden voor studiefinanciering die de minister in de krant en op de website van het ministerie heeft gepubliceerd, aldus appellante. 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.