Burgerlijke zaken over 2018 Vonnis no.: Registratienummer: KG 80828/16 - H 100/17 Uitspraak: 24 april 2018 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in kort geding in de zaak van: [APPELLANT], wonende in Curaçao, oorspronkelijk eiser, thans appellant, gemachtigde: mr. L.N. Asjes, tegen de naamloze vennootschap CURAÇAO AIRPORT PARTNERS N.V., gevestigd in Curaçao, oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. K. de l'Isle. De partijen worden hierna [appellant] en CAP genoemd. 1Het verdere verloop van de procedure Bij vonnis van 30 januari 2018 (hierna: het tussenvonnis) heeft het Hof een comparitie van partijen gelast. Deze heeft op 6 maart 2018 plaatsgehad ten overstaan van mrs. Lewin, De Boer en Fehmers. De gemachtigden van beide partijen hebben zich bediend van aantekeningen, die zij hebben voorgedragen en waarvan zij exemplaren hebben overgelegd. Het Hof heeft samen met partijen en hun gemachtigden de videobeelden van de door CAP in het geding gebrachte usb-stick bekeken op een computerscherm. Na verder debat is vonnis bepaald op heden. 2De verdere beoordeling 2.1 Zoals in rov. 2.9 van het tussenvonnis is overwogen, dient beoordeeld te worden of voorshands voldoende aannemelijk is dat [appellant] heeft gedaan wat hem verweten wordt. 2.2 In aansluiting op rov. 2.10.4 van het tussenvonnis stelt het Hof vast dat [appellant] tijdens de comparitie van partijen aanvankelijk heeft verklaard dat hij de persoon is die op het tweede fragment te zien is. Vervolgens vroeg hij of dit het fragment is dat volgens CAP van 9 oktober 2016 dateert. Toen geantwoord werd dat dit het fragment van 16 september 2016 betrof, verklaarde [appellant] dat hij niet de persoon is die op het fragment te zien is. Van het derde fragment heeft hij verklaard dat hij de persoon is die te zien is. Hij heeft er (met juistheid) op gewezen dat de datum- en tijdregistratie niet voortdurend in beeld is en dat deze niet in beeld is gedurende de periode dat de persoon te zien is van wie hij verklaard heeft dat hij het is. De vraag of dit beeld gemanipuleerd moet zijn, beantwoordde [appellant] bevestigend. Maar het Hof heeft geen zichtbare discontinuïteit in de beelden waargenomen tussen de periode waarin de datum- en tijdregistratie in beeld is en de periode dat de persoon te zien is. Er was tijdens de comparitie van partijen debat over de vraag of de op het derde fragment zichtbare persoon een personeelsbadge draagt. Naar de waarneming van het Hof is dit waarschijnlijk niet het geval. Te zien is dat de man een ketting om zijn nek draagt. In het minder waarschijnlijke geval dat de man toch (ook) een personeelsbadge draagt, is dat voor het hof in elk geval niet zichtbaar op de beelden. Voor zover [appellant] heeft willen aanvoeren dat hij op het fragment een badge draagt, dat het dus (waarschijnlijk) niet op een vrije dag is opgenomen en dat het dus is gemanipuleerd door toevoeging van een datum- en tijdregistratie van een vrije dag, bieden de beelden geen steun voor dat betoog. 2.3 In verdere aansluiting op rov. 2.10.4 van het tussenvonnis merkt het Hof op dat CAP een verklaring van [betrokkene 1] van het Vrijwilligers Korps Curaçao in het geding heeft gebracht, waarin omstandigheden worden genoemd die het mogelijk maken dat [appellant] op 9 oktober 2016 's-ochtends bij de geldautomaat op Hato is geweest en ook de door hem in het geding gebrachte presentielijst van het Vrijwillers Korps Curaçao heeft ondertekend. 2.4 In aansluiting op rov. 2.10.7 van het tussenvonnis overweegt het Hof dat CAP heeft gesteld dat de beelden op de usb-stick met een telefoon zijn opgenomen van de originele beelden. Dat verklaart inderdaad waarom de beelden niet statisch zijn en waarom de tijdregistratie soms uit beeld raakt. Op de vraag waarom exacte kopieën van de originele beelden niet bewaard zijn, kwam geen bevredigend antwoord (daar was niet aan gedacht, aldus CAP). CAP heeft bij de comparitie van partijen een nadere toelichting gegeven over hoe de videoregistratie kan worden uitgezet zonder iets te hoeven doen bij de camera in het plafond. [appellant] heeft niet betwist dat dit mogelijk is door bedrading (of bekabeling) die zich aan de binnenkant van de geldautomaat bevindt, los te maken. Verder is toegelicht dat de binnenkast van de desbetreffende geldautomaat, die niet goed sluit, zonder sleutel geopend kan worden door die te forceren. Een aparte sleutel om vervolgens het geld te verwijderen is er niet, het geld kan uit de geldcassette gedraaid worden als die uit de binnenkast is gehaald. Dit alles is niet betwist. De vraag waarom andere camera's niet hebben geregistreerd wat er is gebeurd, is niet bevredigend beantwoord. Productie 1A die [appellant] op 28 november 2016 aan het GEA heeft doen toezenden, is een foto waarop ook een camera boven parkeerautomaat 3 te zien is. Niet duidelijk is waarom daarmee geen beelden van het gebeurde zijn geregistreerd (en gekopieerd of weer met een telefoon opgenomen). Op de vraag hoe de camera weer is aangezet, is zijdens CAP geantwoord dat, als men de bekabeling weer aansluit, het enige tijd duurt voordat er weer beelden worden geregistreerd. CAP heeft dat onderbouwd met productie 7-HB, waarin [betrokkene 2] van SITA testresultaten heeft genoemd. De zijdens [appellant] naar de comparitie van partijen meegebrachte IT-deskundige [betrokkene 3] heeft verklaard dat de exacte tijd dat dit duurt, niet alleen afhangt van merk en type van camera en kastje (media converter), maar ook van het individuele exemplaar daarvan. Volgens zijn schatting duurt het tussen 25 seconden en twee minuten. Dus is niet betwist dat het enige tijd duurt. Naar de inschatting van het Hof is 25 seconden voldoende om ervoor te zorgen dat de persoon die de kast geopend heeft, niet meer zichtbaar is op het moment dat het beeld "terugkeert". 2.5 Bij het wegen van het voorgaande komt het Hof tot het oordeel dat het voorshands zonder meer aannemelijk is dat [appellant] heeft gedaan wat hem verweten wordt. Aannemelijk is dat hij op alledrie de fragmenten te zien is. Niet aannemelijk is dat deze beelden zijn gemanipuleerd. Aannemelijk is dat de datum- en tijdregistratie juist is en dat op die drie dagen de kas niet klopte. Aan de eisen die in een kort geding aan het bewijs worden gesteld, is voldaan. Voor verdere bewijslevering is in dit kort geding geen plaats. 2.6 Het verweten gedrag is ook zonder meer ernstig genoeg om een dringende reden (of een combinatie van dringende redenen) voor ontslag op staande voet op te leveren. Het Hof wil aannemen dat de gevolgen van het ontslag voor [appellant] ernstig zijn, maar dat is onvoldoende voor een ander oordeel. 2.7 Het vonnis waarvan beroep dient te worden bevestigd. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. B E S L I S S I N G Het Hof: bevestigt het vonnis waarvan beroep; veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van CAP gevallen en tot op heden begroot op NAf 408,50 aan verschotten en NAf 6.000,00 aan salaris voor de gemachtigde; verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, J. de Boer en H.J. Fehmers, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 24 april 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.