Burgerlijke zaken over 2019 Vonnisno.: Registratienummer: AR 18/2017 BON2018H00013 Uitspraak: 30 juli 2019 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaak van: [APPELLANTE], wonende te Curaçao, oorspronkelijk eiseres in conventie, gedaagde in reconventie, thans appellante, hierna te noemen: [appellante], gemachtigde: thans mr. S.C. Larmonie, tegen [GEÏNTIMEERDE], wonende te Bonaire, oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiser in reconventie, thans geïntimeerde, hierna te noemen: [geïntimeerde], gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas. 1Het verloop van de procedure 1.1. Bij akte van appel van 27 december 2017 is [appellante] tijdig in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 20 december 2017 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire (verder: het GEA) onder registratienummer AR 18 van 2017 (verder: het vonnis). 1.2. Op 28 december 2017 heeft [appellante] een schorsingsverzoek ingediend, waarop door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord in incident is geantwoord. Het Hof heeft op 6 februari 2018 uitspraak gedaan. De tenuitvoerlegging van het vonnis van 20 december 2017 is geschorst voor zover [appellante] is veroordeeld tot opheffing van het conservatoir beslag. 1.3. Bij op 7 februari 2018 ingekomen memorie van grieven heeft [appellante] grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, naast een proceskostenveroordeling in beide instanties, opnieuw recht doende zal bepalen zoals in eerste aanleg door [appellante] is gevorderd. In eerste aanleg heeft [appellante] gevorderd om bij voorraad uitvoerbaar voor recht te oordelen dat: 1. geïntimeerde] op onrechtmatige wijze de erfpachtsrechten van het perceel in kwestie heeft verkregen; 2. [ appellante] na het overlijden van erflaatster, dus op 13 maart 2015, rechthebbende is geworden van 75% van de rechten op het registergoed geleden te Pos di Amor 19 te Bonaire, kadastraal bekend onder nummer 4-G-3044; 3. [ geïntimeerde] US$ 85.000,00 (vijf en tachtig duizend US dollars) dient te betalen aan [appellante] voor geleden schade voortkomende uit het onrechtmatig handelen van [geïntimeerde] of het in goede justitie te bepalen bedrag waarbij dan inbegrepen de door [appellante] gemaakte kosten ter bescherming van haar rechten. 1.4. Bij op 5 maart 2018 ingekomen memorie van antwoord, met producties, heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis dient te bevestigen, met veroordeling van [appellante] in de kosten van beide instanties alsmede van het incidentele appel. 1.5. Op 25 september 2018 hebben partijen schriftelijke pleitnotities in het geding gebracht, waarna op 23 oktober 2018 nog door [geïntimeerde] een akte uitlating productie is genomen. 1.6. Vonnis is gevraagd en bepaald op heden. 2De feiten Tegen de vaststaande feiten uit het vonnis zijn geen grieven gericht. Het Hof zal de feiten toch opnieuw (in wat uitgebreidere vorm dan in het vonnis) vaststellen, zoals hierna weergegeven: a. Op 19 december 2008 overleed [naam 1] (verder: [naam 1]), die in algehele gemeenschap van goederen gehuwd was met [naam 2] (verder: erflaatster). Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren. b. Tot de huwelijksgoederengemeenschap behoorden de huurrechten jegens de overheid betreffende een onroerende zaak (verder hierna telkens te noemen: ‘het perceel’ dat nader is omschreven onder c. en i.). c. In het testament van 25 juni 1986 heeft erflaatster aan [appellante] het volgende gelegateerd: mijn rechten ten aanzien van een perceel grond ter grootte van 396 m2 met het daarop gebouwde huis (dit is het perceel), gelegen in het tweede district van Bonaire, thans voor de prijs van een gulden en vijftig cent (NAf. 1,50) per jaar ten name van [naam 1] gehuurd van het eilandgebied Bonaire, onder register nummer 2242. Onder de last van de legaten is [naam 3] (zus van [appellante]) door erflaatster tot erfgenaam benoemd. d. Bij testament van 21 juni 2007 heeft [naam 1] tot zijn enig erfgenaam benoemd. e. Erflaatster is in 2001 onder curatele gesteld. [geïntimeerde] is per 29 oktober 2007 benoemd tot (opvolgend) curator. f. [naam 1] is overleden in 2008. g. De op 3 maart 2009 gedateerde verklaring van erfrecht betreffende [naam 1] vermeldt onder meer dat erflaatster krachtens huwelijksvermogensrecht voor de onverdeelde helft gerechtigd is tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van [naam 1] en erflaatster en dat [geïntimeerde] krachtens erfrecht enig erfgenaam van [naam 1] tot de andere onverdeelde helft gerechtigd is. h. [geïntimeerde] heeft zich op 26 november 2009 tot het Eilandgebied Bonaire gewend met het verzoek om het perceel kadastraal bekend als 4-G-3044 in erfpacht aan hem uit te geven. i. Bij akte van 13 december 2011 heeft het Openbaar Lichaam Bonaire [geïntimeerde] het recht van erfpacht verleend. Dit recht is ingeschreven in het kadaster op naam van [geïntimeerde] als: Het recht van erfpacht tot 14 december 2071 op een perceel grond geleden te Nikiboko op Bonaire, kadastraal bekend als afdeling 4, sectie G, nummer 3044, groot 472 m2 (stenen huis, schuur en erf). j. Erflaatster is overleden op 13 maart 2015. k. De gemachtigde van [appellante] heeft [geïntimeerde] op 28 februari 2017 een brief geschreven, waarin onder meer staat dat [geïntimeerde] zich in strijd met de wet eigenaar heeft gemaakt van het perceel. [geïntimeerde] wordt in de brief aansprakelijk gehouden voor de schade die [appellante] lijdt. l. [appellante] heeft op 17 maart 2017 verlof verkregen tot het leggen van beslag ten laste van [geïntimeerde] op het perceel. Dit beslag is gelegd op 20 maart 2017. 3De beoordeling 3.1. Uit de door [appellante] overgelegde brief van het Openbaar Lichaam Bonaire van 4 mei 2016 blijkt dat dit lichaam het verzoek van [geïntimeerde] tot omzetting van de rechten ten aanzien van het perceel in erfpachtsrechten (zie
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.