← Nederland

ECLI:NL:OGHACMB:2019:17

Zaaknummer: H 97/2017 Parketnummer: 500.00028/17 Uitspraak: 21 februari 2019 Tegenspraak Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg (het Gerecht) van Curaçao van 14 juli 2017 in de strafzaak tegen de verdachte: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] te [geboortejaar], wonende te [woonplaats]. Hoger beroep Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis van 14 juli 2017 ten aanzien van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 13 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het Gerecht beslissingen genomen ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen. Zowel de verdachte als de officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de raadsvrouw van de verdachte, mr. M.C. Vaders, naar voren is gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest. Zijn vordering behelst voorts: de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen pistool, de kogels en de patroonhouder; de verbeurdverklaring van de in beslag genomen tas en het geld. Vonnis waarvan beroep Het Hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het Hof de bewijsoverweging, strafmotivering en de motivering ten aanzien de beslissing omtrent het beslag aanvult. Aanvullende bewijsoverweging In de fase van het hoger beroep is [getuige] op 25 april 2018 als getuige door de rechter-commissaris gehoord. De raadsvrouw heeft betoogd dat, mede gelet op de inhoud van die verklaring, de verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. Op dezelfde gronden waarop het Gerecht de eerdere verklaringen van de getuige [getuige] terzijde heeft gesteld doet het Hof dat eveneens ten aanzien van zijn in hoger beroep afgelegde verklaring. Ook het Hof komt tot de conclusie dat zijn verklaring, dat hij het vuurwapen buiten medeweten van de verdachte op de vindplaats heeft neergelegd, ongeloofwaardig is. Aanvullende strafmotivering Het Hof heeft gelet op de straf die pleegt te worden opgelegd in soortgelijke zaken. Het Hof hanteert als uitgangspunt voor het bezit van een vuurwapen in huis voor recidivisten een gevangenisstraf van 9 tot 12 maanden. Gelet op het feit dat de verdachte niet alleen een wapen, maar ook munitie voorhanden heeft gehad, acht het Hof, evenals het Gerecht, een gevangenisstraf voor de duur van 13 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. In hetgeen door de procureur-generaal ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd, ziet het Hof geen aanleiding deze gevangenisstraf te verhogen naar 24 maanden. Aanvullende motivering ten aanzien van de beslissing omtrent het beslag De procureur-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het Hof de tas, waarin de patroonhouder en kogels zijn aangetroffen, en het in de tas aangetroffen geld verbeurd zal verklaren. Nu uit het dossier niet blijkt dat op voornoemde voorwerpen beslag is gelegd, zal het Hof daarover, evenals het Gerecht, geen beslissing nemen. BESLISSING Het Hof: bevestigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen. Dit vonnis is gewezen door mrs. A.J.M. van Gink, M.C.B. Hubben en D. Radder, leden van het Hof, bijgestaan door mr. A.F. van der Heide (zittings)griffier, en op 21 februari 2019 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof te Curaçao. uitspraakgriffier:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.