Zaaknummer: H 117/2016 Parketnummer: P-2015/12188 Uitspraak: 14 oktober 2019 Tegenspraak Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 10 maart 2016 in de strafzaak tegen de verdachte: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres]. Hoger beroep Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis van het onder feit 1 ten aanzien van aangever [naam aangever 1] en het onder feiten 2 en 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder feit 1 ten aanzien van aangever [ naam aangever 2] ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 181 dagen met aftrek van voorarrest. Zowel de verdachte als de officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. F.A.P.M. van Deutekom, en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte van het onder de feiten 2 en 3 vrij zal spreken en het onder feit 1 ten laste gelegde ten aanzien van aangevers [ naam aangever 2] en [naam aangever 1] bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarde een contactverbod met slachtoffer [naam aangever 1]. Door de verdachte is vrijspraak bepleit. Aanhoudingsverzoek De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht om de behandeling van onderhavige strafzaak aan te houden, nu hij niet beschikt over een in een andere strafzaak in beslag genomen USB-stick. De verdachte stelt dat daarop audio-opnamen staan van gesprekken met [naam 1] en [naam 2] en een gesprek met de rechter ter terechtzitting, waaruit zou blijken dat hij zich niet heeft schuldig gemaakt aan het hem onder de feiten 2 en 3 ten laste gelegde. Het Hof acht zich ook na de beraadslaging voldoende voorgelicht en ziet in hetgeen door de verdachte is aangevoerd geen noodzaak om het onderzoek te heropenen. Evenmin ziet het Hof aanleiding tot heropening daarvan in de omstandigheid dat de opgeroepen getuige [naam 1] verhinderd was ter terechtzitting van 23 september 2019 te verschijnen. Het aanhoudingsverzoek wordt daarom afgewezen. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, omdat het Hof zich daarmee verenigt, onder aanvulling van gronden voor wat betreft de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen en onder vervanging van bewijsmiddel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.