← Nederland

ECLI:NL:OGHACMB:2019:224

Zaaknummer: H 176/2019 Parketnummer: 400.00155/19 Uitspraak: 28 november 2019 Tegenspraak Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire (hierna: het Gerecht), van 15 augustus 2019 in de strafzaak tegen de verdachte: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] 1975 op [geboorteplaats], wonende op [woonplaats], [adres] . Hoger beroep Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder 1 en 2, telkens primair, ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het Gerecht beslissingen genomen ten aanzien van in beslag genomen voorwerpen. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. A.T.C. Nicolaas, advocaat op Bonaire, naar voren is gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen en een bevel tot gevangenneming van de verdachte zal verlenen. De raadsman heeft primair bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Subsidiair heeft hij een strafmaatverweer gevoerd. Verder heeft de raadsman afwijzing van een bevel tot gevangenneming van de verdachte bepleit. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof (deels) tot andere beslissingen komt. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd: Feit 1 Primair dat hij, in of omstreeks de periode van 22 tot en met 23 april 2019, op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd en/of doorgevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumwet 1960 BES en/of artikel 1 lid 3 Opiumwet 1960 BES, in ieder geval in zijn/hun bezit en/of aanwezig heeft/hebben gehad (ongeveer) 12,713 kilogram marihuana, althans een hoeveelheid marihuana, althans een hoeveelheid hennep en/of hasjiesj en/of marihuana en/of cannabis, althans een van enige gebruikelijke bereiding, waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken, ten grondslag ligt, zijnde (een) middel(len) als bedoeld in artikel 1 Opiumwet 1960 BES; (Artikel 4 jo. 11 Opiumwet 1960 BES jo. artikel 49 Wetboek van Strafrecht BES) Subsidiair dat medeverdacht(n), [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , in of omstreeks de periode van 22 tot en met 23 april 2019, op het eiland Bonaire, al dan niet opzettelijk heeft/hebben ingevoerd en/of doorgevoerd en/of heeft/hebben bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumwet 1960 BES en/of artikel 1 lid 3 Opiumwet 1960 BES, in ieder geval in zijn bezit en/of aanwezig heeft/hebben gehad een hoeveelheid van 12,713 kilo marihuana, althans een hoeveelheid marihuana, althans een hoeveelheid hennep en/of hasjiesj en/of marihuana en/of cannabis, althans van enige gebruikelijke bereiding, waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken, ten grondslag ligt, zijnde (een) middel(len) als bedoeld in artikel 1 Opiumwet 1960 BES bij het plegen van welk bovenomschreven misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk feit verdachte opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door opzettelijk: - Met een boot voornoemde medeverdacht(

  1. en)[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op te halen op zee en naar het vaste land van Bonaire te varen, althans af te zetten in/nabij de mangroves bij Lac Bai te Bonaire; (Artikel 4 jo. 11 Opiumwet 1960 BES jo. artikel 50 Wetboek van Strafrecht BES) Feit 2 Primair dat hij, in of omstreeks de periode van 22 tot en met 23 april 2019, op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad 200 (tweehonderd) scherpe patronen (kaliber 9mm), in elk geval één of meer scherpe patro(n)nen (kaliber 9mm), zijnde munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES; (Artikel 3 jo. 11 van de Vuurwapenwet BES jo. artikel 49 Wetboek van Strafrecht BES) Subsidiair dat medeverdachte(n), [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], in of omstreeks de periode van 22 tot en met 23 april 2019, op het eiland Bonaire, al dan niet opzettelijk in zijn/hun bezit en/of aanwezig heeft/hebben gehad 200 (tweehonderd) scherpe patronen (kaliber 9mm), in elk geval één of meer scherpe patro(o)nen (kaliber 9mm), zijnde munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES bij het plegen van welk bovenomschreven misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk feit verdachte opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door opzettelijk: - Met een boot voornoemde medeverdacht(
  2. en)[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op te halen op zee en naar het vaste land van Bonaire te varen, althans af te zetten in/nabij de mangroves bij Lac Bac te Bonaire; (Artikel 3 jo. 11 Vuurwapenwet BES jo. artikel 50 Wetboek van Strafrecht BES) Bewezenverklaring Het Hof acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2, telkens primair, ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande: Feit 1 dat hij, in of omstreeks de periode van 22 tot en met 23 april 2019, op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd en/of doorgevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumwet 1960 BES en/of artikel 1 lid 3 Opiumwet 1960 BES, in ieder geval in zijn/hun bezit en/of aanwezig heeft/hebben gehad (ongeveer) 12,713 kilogram van een materiaal marihuana, althans een hoeveelheid marihuana, althans een hoeveelheid hennep en/of hasjiesj en/of marihuana en/of cannabis, althans een van enige gebruikelijke bereiding, waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken, ten grondslag ligt, zijnde (een) middel(len) als bedoeld in artikel 1 Opiumwet 1960 BES; Feit 2 dat hij, in of omstreeks de periode van 22 tot en met 23 april 2019, op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad 200 (tweehonderd) scherpe patronen (kaliber 9mm), in elk geval één of meer scherpe patro(n)nen (kaliber 9mm), zijnde munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES;. Het Hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsmiddelen Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven. Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen. Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen op Bonaire. 1. Op 22 april 2019 was de verbalisant [verbalisant 1] ingedeeld voor een kustwachtvlucht met het kustwachtpatrouillevliegtuig Dash-8. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende gerelateerd: “Gedurende de vlucht werden door mij en de overige bemanningsleden van het vliegtuig de volgende feiten waargenomen: 18:55 SENSOR OPERATOR detecteert een klein contact op de radar, zuidoosten van Bonaire. 19:28 FLIR opname en positie update van het contact. Het contact vaart nu een meer noordelijke track en lijkt zich in de huidige positie (op de grens van de territoriale wateren van Bonaire) wachtend op te houden. Er zijn nu 4 personen op de boot visueel. 19:48 SENSOR OPERATOR detecteert een tweede kleine boot nabij het eerste contact. TACCO beoordeelt de situatie als een mogelijke ‘rendevous' en 'overload' van goederen of personen op zee en meldt deze verdenking aan RCC. 19:57 Beide boten zijn nu naast elkaar nabij positie: 11-55.7N 068-04.6W. FLIR opname wordt gemaakt van (…) personen die van het eerste gedetecteerde vaartuig overstappen in het tweede vaartuig. Het eerste vaartuig (met nu nog maar 1 persoon visueel aan boord) zet vervolgens koers naar het zuidwesten. Het tweede vaartuig met nu 4 mensen visueel aan boord, zet vervolgens koers naar het noordwesten, richting Bonaire. (…) 22:08 FLIR opname van 3 personen die uit het vaartuig stappen en wadend door het water richting 3 mangrove eilandjes gaan. 22:12 CG-81 observeert de 3 personen nu wadend naar het vaste mangrove gebied ten west-noord-westen van de eilandjes. Hier lijken zij langs de mangrove te zoeken naar een ingang. Het vaartuig houdt zich vervolgens iets ten zuiden van deze personen op in het water met nog 1 persoon visueel aan boord. Kort hierna verdwijnen de 3 personen in de mangroven. (…) 22:34 FLIR opname van 3 personen in de mangroven. 22:57 FLIR opname van de 3 personen in de mangroven. CG-81 observeert de personen met tassen en iets zwaars dat wordt gedragen. (…) 00:55 RCC meldt dat de 3 personen in de mangroven zijn gevonden en zijn aangehouden.” 2. De verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hebben één van de drie personen die zich door de mangroven verplaatsten aangehouden op verdenking van het overtreden van de Opiumwet 1960 BES. Zij hebben bij die gelegenheid het volgende verklaard: “Op 23 april 2019 te 00:40 uur werd [medeverdachte 2] (het Hof begrijpt: de medeverdachte) te [naam baai] aangehouden.” 3. De verbalisant [verbalisant 4] heeft één van de drie personen die zich door de mangroven verplaatsten aangehouden op verdenking van het overtreden van de Opiumwet 1960 BES. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard: “Op 23 april 2019 om 00:38 uur werd [medeverdachte 3] (het Hof begrijpt: de medeverdachte) te [naam baai] aangehouden.” 4. De verbalisant [verbalisant 5] heeft één van de drie personen die zich door de mangroven verplaatsten aangehouden op verdenking van het overtreden van de Opiumwet 1960 BES. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard: “Op 23 april 2019 om 00:39 uur werd [medeverdachte 1] (het Hof begrijpt: de medeverdachte) te [naam baai] aangehouden.” 5[medeverdachte 2] heeft op 23 april 2019 het volgende verklaard: “Ik ben samen met mijn oom [medeverdachte 1] met een go fast vanuit Venezuela hierheen (het Hof begrijpt: Bonaire) gekomen. Wij waren midden op zee van de go fast overgestapt op een lokale boot. Toen wij dicht bij de kust aankwamen, sprongen wij van boord. Mijn oom en ik waren samen met nog twee andere personen aan boord van de lokale boot. De andere man was ook van boord van de lokale boot gesprongen. Eén persoon was op de boot achtergebleven. De goederen die in beslag werden genomen hadden wij meegenomen vanuit Venezuela. Volgens mij was het marihuana. Het waren twee rode zakken en een zwarte zak. In de zwarte zak zat munitie. De zakken hadden wij vanuit Venezuela meegenomen en op de lokale boot overgezet.” 6[medeverdachte 1] heeft op 23 april 2019 het volgende verklaard: “Gisteren (het Hof begrijpt: 22 april 2019) vertrokken wij uit de haven van Cumarebo (het Hof begrijpt: Venezolaanse haven) richting Bonaire. Voordat wij waren vertrokken had een man twee zakken aan ons gegeven om die naar Bonaire te brengen. Wij wisten dat er drugs in zaten.” 7[medeverdachte 1] heeft op 26 april 2019 het volgende verklaard: “Wij (het Hof begrijpt: de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]) zijn vanuit Venezuela vertrokken met een boot. Aan boord lagen twee zakken. Wij wisten dat wij ergens op zee moesten overstappen op een andere boot. De man die alles voor ons had geregeld, had tegen de kapitein gezegd om mij en mijn neef te vervoeren en de twee zakken mee te nemen. De tweede man hielp de kapitein met een GPS-apparaat. Van de twee personen die zich op de tweede boot bevonden, bevond eentje zich achter op de boot en de andere bevond zich voor op de boot. De man voorop had een GPS-apparaat en de andere man was de kapitein. Wij waren met ons vieren op de boot die naar Bonaire ging. Toen wij hier aankwamen, zag de man voorin de politie staan. Hij zei dat wij van boord moesten. Mijn neef en ik zijn toen samen met de man die voorin zat in het water gesprongen. De twee zakken hebben wij ook meegenomen. De boot voer verder. Alleen de kapitein bevond zich toen nog aan boord.” 8[medeverdachte 1] heeft op 14 mei 2019 het volgende verklaard: “Ik wist voor vertrek vanuit Venezuela dat ik zou gaan overstappen op de boot “[naam boot]”. De kapitein van de eerste boot heeft twee zakken en een andere zwarte tas overgedragen aan de kapitein van deze tweede boot.” 9. Op 23 april 2019 heeft de verbalisant [verbalisant 6] een aantal goederen in beslag genomen. Hij heeft het volgende gerelateerd: “Ik, verbalisant, heb een zwart heuptasje en twee balen voorzien van een net, met daarin vermoedelijk verdovende middelen in beslag genomen. In het zwarte heuptasje zat een plastic zak met daarin acht doosjes. In elk doosje zaten vijfentwintig scherpe 9 mm patronen en dus in totaal tweehonderd scherpe patronen.” 10. Op 23 april 2019 heeft de verbalisant [verbalisant 6] onder de verdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] twee balen met een totaal van 26 pakketten inhoudende vermoedelijk verdovende middelen in beslag genomen. 11. Op 23 april 2019 heeft de verbalisant [verbalisant 6] onder de verdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] een zwart heuptasje met daarin 200 scherpe 9mm patronen in beslag genomen. 12. Op 23 april 2019 hebben de verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] een onderzoek ingesteld aan een hoeveelheid verdovende middelen en munitie. Zij hebben het volgende gerelateerd: “De aangeboden partij vermoedelijk verdovende middelen bestond uit twee balen inhoudende in totaal 9 pakketten. Pakket 1 Een in plastic gewikkeld pakket bestaande uit drie

(3)pakketjes inhoudende gezien samenstelling, geur en kleur een marihuana gelijkend kruid. Het nettogewicht van deze drie pakketjes bedroeg 1466.9 gram. Pakket 2 Een in plastic gewikkeld pakket bestaande uit drie
(3)pakketjes inhoudende gezien samenstelling, geur en kleur een marihuana gelijkend kruid. Het netto gewicht van deze drie pakketjes bedroeg 1466.1 gram. Pakket 3 Een in plastic gewikkeld pakket bestaande uit twee
(2)pakketjes inhoudende gezien samenstelling, geur en kleur een marihuana gelijkend kruid. Het nettogewicht van deze drie pakketjes bedroeg 979.9 gram. Pakket 4 Een in plastic gewikkeld pakket bestaande uit drie
(3)pakketjes inhoudende gezien samenstelling, geur en kleur een marihuana gelijkend kruid. Het nettogewicht van deze drie pakketjes bedroeg 1465.5 gram. Pakket 5 Een in plastic gewikkeld pakket bestaande uit drie
(3)pakketjes inhoudende gezien samenstelling, geur en kleur een marihuana gelijkend kruid. Het nettogewicht van deze drie pakketjes bedroeg 1463.8 gram. Pakket 6 Een in plastic gewikkeld pakket bestaande uit drie
(3)pakketjes inhoudende gezien samenstelling, geur en kleur een marihuana gelijkend kruid. Het nettogewicht van deze drie pakketjes bedroeg 1466.4 gram. Pakket 7 Een in plastic gewikkeld pakket bestaande uit drie
(3)pakketjes inhoudende gezien samenstelling, geur en kleur een marihuana gelijkend kruid. Het nettogewicht van deze drie pakketjes bedroeg 1464.1 gram. Pakket 8 Een in plastic gewikkeld pakket bestaande uit drie
(3)pakketjes inhoudende gezien samenstelling, geur en kleur een marihuana gelijkend kruid. Het nettogewicht van deze drie pakketjes bedroeg 1465.4 gram. Pakket 9 Een in plastic gewikkeld pakket bestaande uit drie
(3)pakketjes inhoudende gezien samenstelling, geur en kleur een marihuana gelijkend kruid. Het netto gewicht van deze drie pakketjes bedroeg 1474.8 gram. De aangeboden partij had in totaal een nettogewicht van 12712.9 gram. Door ons, verbalisanten, werd het op marihuana gelijkend kruid getest met behulp van de "NARK" veldtest. De verkleuring van monsters van de veldtest gaf een betrouwbare indicatie van de stof marihuana, zijnde een stof die vermeld is in de Opiumwet. De munitie was verpakt in acht kartonnen doosjes, elk inhoudende vijfentwintig stuks 9 mm patronen. In totaal waren het tweehonderd patronen.”
  1. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het volgende verklaard: “Ik ben de kapitein van de boot [naam boot]. Op 22 april 2019 ben ik vanuit Plaza [naam plaza] vertrokken met de boot “[naam boot]”.” Bewijsoverwegingen Uit de bewijsmiddelen leidt het Hof het volgende af. Op 22 april 2019 in de avonduren is de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte 3] aan boord van het vaartuig “[naam boot]” vanaf Bonaire de zee op gevaren. Daarbij trad de verdachte op als kapitein van de boot. Om 19.57 uur vond er een zogenoemde “rendez vous” plaats met een andere boot die op de grens met de territoriale wateren van Bonaire lag te wachten. De medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn overgestapt op de “[naam boot]”. Daarbij werden twee vanuit Venezuela meegenomen zakken en een zwarte tas overgedragen aan de verdachte, waarna de verdachte en de drie medeverdachten richting Bonaire zijn gevaren. Bij de kust van Bonaire aangekomen zagen de verdachten de politie en zijn de drie medeverdachten van de verdachte om 22.08 uur in het water gesprongen en door het water naar de mangrove-gebied gewaad, met medeneming van de twee zakken en de zwarte tas. De verdachte bleef alleen achter op de “[naam boot]”. Rond 0:40 uur werden de drie medeverdachten in de mangroven aangehouden en de twee zakken en de zwarte tas in beslag genomen. De twee zakken bleken 26 pakketten inhoudende in totaal ruim 12,7 kilo marihuana te bevatten en in de zwarte tas werden in acht kartonnen doosjes in totaal 200 patronen van het kaliber 9 mm aangetroffen. Op grond van het voorgaande is het Hof van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan. Voorts kan worden vastgesteld dat de verdachte heeft gehandeld met vol opzet. Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde Het onder 1, primair, bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 4, eerste lid, aanhef, onder A, van de Opiumwet 1960 BES, juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht BES en strafbaar gesteld in artikel 11, tweede lid, aanhef, onder a, van de Opiumwet 1960 BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid, van de Opiumwet 1960 BES. Het onder 2, primair, bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES, juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd: Medeplegen van een overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES, meermalen gepleegd. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde. Oplegging van straf Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. De verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan de invoer van 12,713 kilogram marihuana. Dat die invoer uiteindelijk is mislukt, is uitsluitend te danken aan het adequate handelen van de bevoegde autoriteiten. De ingevoerde partij marihuana was qua hoeveelheid zonder meer geschikt en bestemd voor verdere verspreiding en handel. Het gebruik ervan is bezwarend voor de samenleving, onder andere vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit door verslaafden. De verdachte heeft zich voorts samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van tweehonderd scherpe patronen. De illegale handel in munitie is maatschappelijk onaanvaardbaar vanwege de grote dreiging die daarvan uitgaat voor de samenleving. Het is algemeen bekend dat er op Bonaire steeds meer overlast is van illegaal vuurwapenbezit. In dat verband kan aansluiting worden gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor feiten als onderhavige, het medeplegen van invoer voor first offenders - zoals de verdachte - als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf genoemd van 42 maanden. Het Hof heeft acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit de over hem opgemaakte voorlichtingsrapport van Stichting Reclassering Caribisch Nederland d.d. 17 juli 2017, alsmede het feit dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Alles afwegende acht het Hof een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden. In beslag genomen voorwerpen Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. De munitie De in beslag genomen munitie is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Met betrekking tot deze voorwerpen is het onder 2, primair, bewezen verklaarde begaan. Het ongecontroleerde bezit van de voorwerpen is bovendien in strijd met de wet en het algemeen belang. Het Hof zal de voorwerpen daarom onttrekken aan het verkeer. Het vaartuig “[naam boot]” en de bijbehorende sleutels Op grond van artikel 35, eerste lid, onder c van het Wetboek van Strafrecht BES zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, voorwerpen met behulp waarvan het feit is begaan. Ingevolge het tweede lid, kunnen voorwerpen die niet aan de veroordeelde toebehoren alleen verbeurd worden verklaard indien degene aan wie het voorwerp toebehoort bekend was met het feit dat het voorwerp werd gebruikt voor het plegen van een strafbaar feit of had kunnen vermoeden dat het voorwerp voor het plegen van een strafbaar feit werd gebruikt. In casu is de eigenaar van de “[naam boot]” [eigenaar boot]. [eigenaar boot] heeft in de late avonduren, kort nadat met zijn boot drie personen met contrabande bij de mangroven in de [naam baai] werden afgezet, de kapitein van de “[naam boot]”, de verdachte, in diens pick-up opgehaald bij de haven van [naam haven]. Hierbij komt dat [eigenaar boot] op 22 april 2019, dezelfde dag van de illegale overdracht, telefonisch contact heeft gehad met één van de smokkelaars, namelijk de verdachte [medeverdachte 1]. Ten aanzien van de in zijn telefoon aangetroffen foto van de “[naam boot]” heeft [medeverdachte 1] verklaard dat [eigenaar boot] de foto naar hem heeft verzonden met het verzoek om die in Venezuela te tonen aan de eigenaar van de drugs. Het Hof leidt uit voornoemde feiten en omstandigheden in onderling verband bezien af, dat [eigenaar boot] bij het uitlenen van zijn boot aan de verdachte wist of op zijn minst had kunnen vermoeden dat zijn boot zou worden gebruikt voor het plegen van een strafbaar feit. De “[naam boot]” en de bijbehorende sleutels zullen derhalve verbeurd worden verklaard. Voorlopige hechtenis De verdachte werd op 20 mei 2019 voorlopig gehecht. De voorlopige hechtenis van de verdachte werd met ingang van 7 juni 2019 geschorst. Het Gerecht heeft bij het vonnis, van 15 augustus 2019, het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven. Het Hof is van oordeel dat mede gelet op de opgelegde gevangenisstraf, het persoonlijk belang van de verdachte bij zijn vrijheid thans dient te wijken voor het strafvorderlijke belang. Het Hof zal daarom ingevolge de artikelen 97 juncto 108 van het Wetboek van Strafvordering BES de gevangenneming van de verdachte bevelen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 17a, 17b, 17c, 35, 38b, 38c, 38d en 59 van het Wetboek van Strafrecht BES, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het Hof: vernietigt het vonnis van het Gerecht en doet in zoverre opnieuw recht; verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2, telkens primair, ten laste gelegde heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij; kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven; verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 24 (vierentwintig) maanden; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht; bepaalt dat een gedeelte van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; verklaart verbeurd het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een vaartuig genaamd “[naam boot]” en de bijbehorende sleutels; beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen voorwerpen, te weten 200 scherpe patronen van het kaliber 9mm; beveelt de gevangenneming van de verdachte. Dit vonnis is gewezen door mrs. S.A. Carmelia, M.C.B. Hubben en W.J, Geurts-de Veld, leden van het Hof, bijgestaan door R.A. Caupain, (zittings)griffier, en op 28 november 2019 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao met een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw op Bonaire. uitspraakgriffier: Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het proces-verbaal algemeen relaas van de Koninklijke Marechaussee (Landelijk tactisch Commando, Brigade Caribisch Gebied, Tactische Opsporing Bonaire) d.d. 23 april 2019, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 201906140830.3205 en de onderzoeksnaam “Onderzoek ROBBIE”. Schriftelijk bescheid, rapport van bevinding d.d. 24 april 2019, zaakdossier, nummer: 190422, pagina 327-
  2. Proces-verbaal van aanhouding d.d. 23 april 2019, persoonsdossier [medeverdachte 2], proces-verbaalnummer: 2019004664-1, pagina 42-
  3. Proces-verbaal van aanhouding d.d. 25 april 2019, persoonsdossier [medeverdachte 3], proces-verbaalnummer: 05/2019, pagina 92-
  4. Proces-verbaal van aanhouding d.d. 25 april 2019, persoonsdossier [medeverdachte 1], proces-verbaalnummer: 06/2019, pagina 132-
  5. Proces-verbaal van 1ste verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 23 april 2019, persoonsdossier [medeverdachte 2], proces-verbaalnummer: 20190423.1135.202, pagina 69-
  6. Proces-verbaal van 1ste verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 23 april 2019, persoonsdossier [medeverdachte 1], proces-verbaalnummer: 201904231132.416, pagina 160-
  7. Proces-verbaal van 2de verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 26 april 2019, persoonsdossier [medeverdachte 1], proces-verbaalnummer: 20190426.1455.0979, pagina 164-
  8. Proces-verbaal van 3de verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 14 mei 2019, persoonsdossier [medeverdachte 1], proces-verbaalnummer: 20190514.1630.0979, pagina 179-
  9. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 april 2019, zaakdossier, proces-verbaalnummer: 2019004661-5, pagina
  10. Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 29 april 2019, beslagdossier, proces-verbaalnummer: 2019004664.A01, pagina
  11. Kennisgeving van inbeslagneming, beslagdossier, proces-verbaalnummer: 2019004664.A02, pagina
  12. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 april 2019, FO-dossier, proces-verbaalnummer: 20190423-001, pagina 417-
  13. Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 8 november 2019, zoals die eventueel later - indien tegen dit vonnis beroep in cassatie wordt ingesteld - in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.