← Nederland

ECLI:NL:OGHACMB:2019:57

Zaaknummer: H 1/2019 Parketnummer: 100.00236/18 Uitspraak: 5 april 2019 Tegenspraak Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (verder: het Gerecht) van 19 september 2018 in de strafzaak tegen de verdachte: [VERDACHTE], ter terechtzitting opgegeven te zijn genaamd: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres], [naam straat], thans gedetineerd in het huis van bewaring in Sint Maarten. Hoger beroep Het Gerecht heeft de verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het Gerecht beslissingen genomen ten aanzien van in beslag genomen voorwerpen. Tenslotte heeft het Gerecht de gevangenneming van de verdachte bevolen. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. J. Spaans, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.R. Bommel, naar voren is gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep voor zover het betreft de strafmaat zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest. Zijn vordering behelst voorts om ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen te beslissen conform het Gerecht. Door en namens de verdachte is vrijspraak bepleit. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, aangezien het Hof tot een andere bewijsconstructie is gekomen. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 21 juni 2018 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), opzettelijk heeft bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van ongeveer 10 kilogram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in artikel 1 van de Opiumlandsverordening (art.3 jo 11 Opiumlandsverordening jo. art. 1:123 Wetboek van Strafrecht). Bewezenverklaring Het Hof acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 21 juni 2018 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), opzettelijk heeft bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van ongeveer 10 kilogram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in artikel 1 van de Opiumlandsverordening. Het Hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. Daarbij wordt opgemerkt dat een bewijsmiddel, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen. Een proces-verbaal van doorzoeking voertuig Hyundai Tucson [KENTEKEN 1], opgemaakt op 22 juni 2018 door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], voor zover inhoudende:

  1. Op 21 juni 2018 bevonden wij ons op het perceel [adres verdachte] te Sint Maarten. Aldaar waren wij onder leiding van de rechter-commissaris bezig met het doorzoeken van de woning van de verdachte [naam verdachte]. Wij kregen de opdracht een voertuig van het merk Hyundai, type Tucson, zwart van kleur en gekentekend [KENTEKEN 1], te doorzoeken. Dit voertuig stond op het betreffende perceel links naast de woning. Ik, verbalisant [verbalisant 1], opende de achterklep van het voertuig. Ik zag een kartonnen doos in de achterbak met een opschrift van het biermerk “Carib”. In de doos zag ik vier zwartkleurige pakketten. Proces-verbaal van bevindingen ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen in een voertuig, opgemaakt op 22 juni 2018 door verbalisant [verbalisant 2], voor zover inhoudende: Tijdens de zoeking in een woning (het Hof begrijpt: [adres verdachte]) op 21 juni 2018 werd een kartonnen doos aangetroffen in een voertuig dat naast de woning op het ommuurde erf stond. In deze doos zaten 10 rechthoekige pakketten in plastic folie verpakt. Deze kartonnen doos met de 10 pakketten is in beslag genomen en door mij en collega ing. [naam ing.1] naar het hoofdbureau overgebracht. Op het hoofdbureau heb ik samen met [naam ing.1] alle pakketten voorzien van een nummer. We hebben alle pakketten gefotografeerd, gewogen en getest. Hiervoor is gebruik gemaakt van de kit: “Narcotics Identification System, Scott Reagent System Modified”. Alle pakketten, 1 t/m 10, wogen 1 kilogram. Ik heb alle pakketten opengesneden en van ieder pakket een monster genomen voor de testkit. Bij alle testkits zag ik dat de vloeistof blauw kleurde, wat betekent dat van alle pakketten de substantie bestanddelen van cocaïne bevat.
  2. Een geschrift, te weten een foto-map onderzoek [onderzoeksnaam] opgemaakt op 21 juni 2018 door ing. [naam ing.1], voor zover inhoudende: Betreffende: aangetroffen verdovende middelen bij de huiszoeking op de [adres verdachte]; Verdachte: [verdachte]; Zaaknummer Forensische Opsporing.: 133-18
  3. Een geschrift, te weten een kopie van een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut opgemaakt op 31 juli 2018 door ing. [naam ing. 2], voor zover inhoudende: Politieregistratienummer: 133-18 /100.00236/18 Onderzoeksmateriaal ontvangen van Korps Politie Sint Maarten op 19 juli
  4. Datum aanvraag: 25 juni
  5. Resultaten en conclusie: het onderzoeksmateriaal gekenmerkt AALK2123NL, AALK2122NL, AALK2121NL, AALK2120NL, AALK2119NL, AALK2118NL, AALK2117NL, AALK2116NL, AALK2115NL en AALK2114NL, telkens monster crèmekleurig poeder en brokjes, bevat telkens cocaïne.
  6. De verklaring die de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd, voor zover inhoudende: De Hyundai Tucson met kenteken [KENTEKEN 1] had ik ten tijde van mijn aanhouding als geleende auto vier of vijf dagen in mijn bezit. Op de dag van mijn aanhouding was ik de enige die in de auto heeft gereden. Bewijs(middel)overwegingen De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Primair heeft de raadsvrouw daartoe aangevoerd dat de beschikking tot huiszoeking, die was afgegeven op grond van een verdenking van witwassen, geen bevoegdheid gaf tot het doorzoeken van de auto van de verdachte, dat dit een onherstelbaar vormverzuim is en dient te leiden tot bewijsuitsluiting. Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat het NFI-rapport niet tot het bewijs kan worden gebezigd nu uit het dossier niet volgt dat de door het NFI genoemde AALK-nummers zijn toegekend aan de in deze zaak afgenomen monsters van de inbeslaggenomen verdovende middelen. Meer subsidiair dient vrijspraak te volgen wegens het bij de verdachte ontbreken van een zekere mate van bewustzijn van de aanwezigheid van de cocaïne in de auto. De verdachte had de auto in bruikleen van zijn neef en had de auto de avond voor de ontdekking van de cocaïne uitgeleend aan ene [naam huurder woning verdachte] die ook zijn woning huurde. Daarom kan niet worden vastgesteld dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte enige wetenschap of bewustzijn moet hebben gehad van de aanwezigheid van de cocaïne, aldus nog steeds de raadsvrouw. Het Hof overweegt als volgt. Doorzoeking auto Voor zover de raadsvrouw heeft betoogd dat de beschikking tot huiszoeking geen bevoegdheid gaf om een op die kavel geparkeerde en, blijkens observatie, door de verdachte gebruikte auto te doorzoeken, volgt het Hof dit betoog niet. De wetgever heeft terecht hoge eisen gesteld aan de huiszoeking. Deze is in beginsel voorbehouden aan de rechter-commissaris. Men komt immers in de ruimte waar mensen hun privé leven willen leiden met zo min mogelijk inmenging van buitenaf; een privacyplaats bij uitstek. Wanneer dan verlof is verleend om op die plaats een doorzoeking te doen, valt niet in te zien waarom niet tevens een zich bij het pand en op het betreffende perceel bevindende auto die door de verdachte wordt gebruikt zou mogen worden doorzocht. Het verweer faalt en de resultaten van de doorzoeking van de auto worden tot het bewijs gebezigd. NFI-rapport Het Hof is van oordeel dat uit het NFI-rapport voldoende kan worden afgeleid dat het om monsters ging in het onderhavige onderzoek genaamd [onderzoeksnaam], nu door het NFI niet alleen het parketnummer maar tevens het door de politie aan de zaak toegekende Zaaknummer Forensische Opsporing 133-18 is vermeld. Het verweer faalt en het rapport wordt tot het bewijs gebezigd. Opzettelijk aanwezig hebben Om tot bewezenverklaring van (ten minste) het ten laste gelegde opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne te kunnen komen, dient uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen te blijken dat de aangetroffen cocaïne zich in de machtssfeer van de verdachte heeft bevonden en dat bij de verdachte een zekere mate van wetenschap bestond ten aanzien van de aanwezigheid van de cocaïne in de kofferbak van de door hem gebruikte auto. Op grond van de bewijsmiddelen kan vastgesteld worden dat in de auto die bij de verdachte in gebruik was ongeveer 10 kilogram cocaïne in een doos in de kofferbak is aangetroffen. De verdachte had de auto sinds vier of vijf dagen voor zijn aanhouding in gebruik. De verdachte had de cocaïne derhalve op de dag van zijn aanhouding feitelijk onder zich en heeft de auto die dag als enige bestuurd. Als uitgangspunt heeft te gelden dat van een eigenaar of gebruiker van een auto mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van wat zich in de (huur-/leen)auto bevindt. Het ligt op de weg van de verdachte om te onderbouwen waarom hij in dit geval geen wetenschap had van de drugs, die overigens in de achterbak stonden tussen allerlei wel aan de verdachte toebehorende (tassen met) goederen. De verdachte heeft verklaard dat hij de door hem gebruikte auto de avond voorafgaand aan de dag van zijn aanhouding had uitgeleend aan ene [naam huurder woning verdachte] aan wie hij op dat moment ook zijn woning had verhuurd. Deze verklaring strekt ertoe - zo begrijpt het Hof - te betogen dat deze [naam huurder woning verdachte] buiten medeweten van de verdachte om de cocaïne in de auto heeft geplaatst en deze daar vervolgens, toen de verdachte die [naam huurder woning verdachte] diezelfde avond in Dutch Quarter had afgezet, vergeten is uit de auto te halen. Het Hof stelt vast dat de verdachte - ook in hoger beroep nog - geen nadere bijzonderheden heeft kunnen verstrekken die tot de identiteit en/of de woon- of verblijfplaats van die [naam huurder woning verdachte] zouden kunnen leiden, terwijl deze toch, volgens verklaring van de verdachte, niet alleen zijn auto heeft geleend, maar tevens zijn huis gedurende gedurende enige tijd heeft gehuurd en bewoond. Het enige dat de verdachte van deze [naam huurder woning verdachte] heeft verstrekt is een telefoonnummer, doch dit bleek niet uitgegeven te zijn door een provider. Daarnaast valt niet in te zien waarom deze [naam huurder woning verdachte] een grote hoeveelheid cocaïne als de onderhavige, met een forse straatwaarde, achter zou laten in de door de verdachte gebruikte auto. Op grond van het voorgaande acht het Hof het niet aannemelijk geworden dat de aangetroffen drugs door [naam huurder woning verdachte] buiten medeweten van de verdachte in de desbetreffende auto zijn geplaatst, zodat niet kan worden aangenomen dat de aangetroffen drugs zich niet in de machtssfeer van de verdachte hebben bevonden en dat bij hem geen zekere mate van wetenschap bestond ten aanzien van de aanwezigheid van die drugs in de door hem gebruikt auto. Het verweer wordt verworpen. Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3 van de Opiumlandsverordening en strafbaar gesteld in artikel 11 van die verordening. Het wordt als volgt gekwalificeerd: Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, van de Opiumlandsverordening
  7. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde. Oplegging van straf en maatregel Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van ongeveer 10 kilo cocaïne. Cocaïne is een voor de volksgezondheid schadelijke stof. De hoeveelheid was van dien aard dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in dergelijke harddrugs gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stoffen. Naar het oordeel van het Hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het Hof heeft acht geslagen op het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Het Hof ziet, mede gelet op de straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd aan first offenders als de verdachte, geen aanleiding om de verdachte een hogere straf dan in eerste aanleg op te leggen, zoals door de procureur-generaal is gevorderd. In beslag genomen voorwerpen Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. De in beslag genomen cocaïne is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Met betrekking tot de cocaïne is het bewezen verklaarde begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan is bovendien in strijd met de wet en het algemeen belang. Het Hof zal de cocaïne daarom onttrekken aan het verkeer. Het Hof is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen Hyundai Sonata, [KENTEKEN 2], en de Toyota Tundra, [KENTEKEN 3]. Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast. Het Hof zal de teruggave aan [naam rechthebbende Hyundai Tucson] gelasten van de in beslag genomen Hyundai Tucson, [KENTEKEN 1] , zijnde degene die blijkens het onderzoek ter terechtzitting redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:74, 1:75 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het Hof: vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg en doet opnieuw recht; verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven; verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 30 (dertig) maanden; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht; beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen cocaïne; gelast de teruggave van de Hyundai Sonata, [KENTEKEN 2], en de Toyota Tundra, [KENTEKEN 3], aan de verdachte; gelast de teruggave van de Hyundai Tucson, [KENTEKEN 1], aan [naam rechthebbende Hyundai Tucson]. Dit vonnis is gewezen door mrs. M.C.B. Hubben, D. Radder en S.A. Carmelia, leden van het Hof, bijgestaan door mr. C. Bernsen, zittingsgriffier, en op 5 april 2019 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten. De uitspraakgriffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen bij het eindproces-verbaal van het Korps Politie Sint Maarten d.d. 22 juni 2018, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 317 en de onderzoeksnaam “[onderzoeksnaam]”.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.