← Nederland

ECLI:NL:OGHACMB:2020:305

Burgerlijke zaken over 2020 Registratienummers: EUX201800049 - EUX2019H00004 Uitspraak: 14 december 2020 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curacao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba VONNIS in de zaak van: 1[Appellant 1],

  1. [ [Appellante 2],
  2. [ [Appellant 3],
  3. [ [Appellant 4],
  4. [ [Appellant 5],
  5. [ [Appellante 6], wonend dan wel gevestigd in Sint Eustatius, oorspronkelijk eisers, thans appellanten, procederend in persoon, tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), met zetel in Den Haag (Nederland), oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimideerde, gemachtigden: mrs. C.R. Rutte en J.W.H. van Wijk. De partijen worden hierna [Appellanten c.s.] en de Staat genoemd. 1Het verloop van de procedure 1.
  6. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Sint Eustatius, (hierna het Gerecht), wordt verwezen naar het tussen partijen uitgesproken vonnis van 22 oktober
  7. De inhoud van dit vonnis geldt als hier ingevoegd. 1.
  8. [ [Appellanten c.s.] zijn bij akte van hoger beroep op 26 november 2019 in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis. Blijkens het stempel op de akte van appel is op die dag het griffierecht door de griffier begroot op NAf 900,-, 1.
  9. [ [Appellanten c.s.] hebben geen memorie van grieven ingediend. Evenmin hebben [Appellanten c.s.] het verschuldigde griffierecht voldaan. 1.
  10. Vonnis is bepaald op heden. 2Griffierecht 2.
  11. Artikel 270 lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) luidt: Vindt binnen de voor indiening van de memorie gestelde termijn geen vooruitbetaling plaats van het door de griffier getaxeerde bedrag van de kosten van de aanzegging dat hoger beroep is ingesteld, van de betekening van de memorie en de daarbij overgelegde bescheiden, van de zegels die voor het bij artikel 283 bedoelde afschrift-vonnis van de hogere rechter moeten worden gebezigd en van het verschuldigde vast recht, dan vervalt het beroep en wordt de aantekening in het algemeen register doorgehaald. Desverlangd geschiedt de taxatie van het te betalen bedrag door de rechter. 2.
  12. In deze bepaling is met ‘memorie’ bedoeld de ‘memorie van grieven’. De akte van hoger beroep is op 26 november 2019 ingediend. De uiterste termijn voor een memorie van grieven was ingevolge artikel 271 Rv zes weken na deze dag. Indiening van de memorie van grieven is naar het procesrecht van Sint Eustatius niet verplicht, maar betaling van het griffierecht wel. 2.
  13. [ [Appellanten c.s.] hebben niet binnen zes weken na de akte van hoger beroep het griffierecht betaald. Ingevolge het hiervóór geciteerde artikel 270 lid 5 Rv is daardoor hun hoger beroep vervallen. 2.
  14. Door de Staat, aan wie de akte van hoger beroep niet is betekend, zijn geen kosten gemaakt. 3Beslissing Het Hof beslist dat het hoger beroep is vervallen en veroordeelt van [Appellanten c.s.] in de kosten aan de zijde van de Staat gevallen en tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mrs. M.W. Scholte, F.W.J. Meijer en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 14 december 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.