Zaaknummer: H 61/19 Parketnummer: 100.00385/17 Uitspraak: 3 december 2020 Tegenspraak Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 6 maart 2019 in de strafzaak tegen de verdachte [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], adres: [adres], Hoger beroep Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. R.H. den Haan, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.H.M. Ibrahim, naar voren is gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. De raadsvrouw heeft een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, aangezien het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 4 oktober 2017 te Sint Maarten, tezamen in en vereniging, althans alleen in zijn bezit heeft gehad, aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend, ongeveer 453 gram, in elk geval en hoeveelheid, hennep, althans hars die uit hennep wordt getrokken, althans een gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt (zoals hashish), zijnde hennep een middel als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening en/of in de Regeling aanwijzing gecontroleerde middelen AB 2013, GT nr. 255. Formele voorvragen Het Hof stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. Vrijspraak Het Hof heeft niet door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Het Hof overweegt daartoe als volgt. In het bijzonder acht het Hof de bekennende verklaring van de verdachte - tegen de achtergrond van de overige inhoud van het dossier - niet geloofwaardig.BESLISSING Het Hof: vernietigt het vonnis van het Gerecht en doet opnieuw recht; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mrs. M.C.B. Hubben, S.A. Carmelia en A.J.M. van Gink, leden van het Hof, bijgestaan door mr. M. Witteman, (zittings)griffier, en op 3 december 2020 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten. De uitspraakgriffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.