Burgerlijke zaken over 2020 Registratienummers: SXM201600390 (eerste aanleg bodemzaak) SXM2018H00124 (appel bodemzaak) en SXM2019H00128 (schorsingsincident) Uitspraak: 26 juni 2020 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curacao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba VONNIS in het verzoek tot aanvulling van het vonnis van 14 februari 2020 in de zaak van: de rechtspersoon naar publiek recht UITVOERINGSORGAAN SOCIALE EN ZIEKTEKOSTENVERZEKERING, gevestigd in Sint Maarten, oorspronkelijk eiseres in conventie en gedaagde in reconventie, thans appellante in het principaal appel, verzoekster tot schorsing, gemachtigden: mrs. C.R. Rutte en E.R. de Vries, tegen de besloten vennootschap E'S SOLUTIONS A.B.V., gevestigd in Sint Maarten, oorspronkelijk gedaagde in conventie en eiseres in reconventie, thans geïntimeerde in het principaal appel, verweerster tot schorsing, gemachtigde: mr. J.J. Rogers. De partijen worden hierna SZV en E's Solutions genoemd. In de hoofdzaak 1Het verloop van de procedure 1.
- Bij eindvonnis van 14 februari 2020 heeft het Hof, verkort weergegeven, het bestreden vonnis vernietigd en in de hoofdzaak opnieuw rechtdoende een verklaring voor recht gegeven dat de engagement letter is beëindigd met wederzijds goedvinden, zonder toekenning van een vergoeding en E's Solutions veroordeeld tot terugbetaling aan SZV van de bedragen die op basis van het in hoger beroep vernietigde vonnis reeds aan E's Solutions zijn betaald, tot een maximumbedrag van NAf 1.757.550,00, de proceskosten gecompenseerd en het meer of anders gevorderde afgewezen. 1.
- SZV heeft bij e-mailbericht van 19 mei 2020 het Hof verzocht voornoemd vonnis aan te vullen in die zin dat de uitspraak in de hoofdzaak alsnog uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. E's Solutions heeft daar bij e-mailbericht van 20 mei 2020 op gereageerd en gemotiveerd verweer gevoerd. Het Hof heeft vervolgens datum vonnis bepaald. 2De beoordeling 3.
- SZV heeft aangevoerd dat zij bij memorie van grieven gevorderd heeft "met verklaring dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal zijn" en dat daarop niet is beslist, anders dan afwijzing van het meer of anders gevorderde. SZV stelt dat het Hof in de uitspraak geen overwegingen heeft gewijd aan de gevorderde uitvoerbaar bij voorraad. Nu E's Solutions geen verweer heeft gevoerd tegen de uitvoerbaarverklaring bij voorraad, heeft het Hof volgens SZV niet (expliciet) op het gevorderde beslist, hetgeen een omissie is die zich voor aanvulling van het vonnis leent. E's Solutions heeft verweer gevoerd, stellende dat de bij memorie van grieven gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad louter betrekking had op de vorderingen zoals die in die memorie zijn geformuleerd. E's Solutions voert aan dat eerst bij pleidooi SZV haar eis heeft vermeerderd en dat zij daarmee een nieuwe vordering heeft ingebracht, te weten de terugbetalingsvordering. Nu die nieuwe vordering niet vergezeld is gegaan met een vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad, is er geen sprake van een omissie, aldus E's Solutions. Voorts stelt E's Solutions dat indien de terugbetalingsvordering wel gepaard gegaan zou zijn met een vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad, zij daartegen verweer zou hebben gevoerd, onder andere door aan te voeren dat SZV in financiële krapte verkeert zodat evident sprake is van een restitutierisico. E's Solutions voegt daar nog aan toe dat zij op 14 mei 2020 cassatieberoep heeft ingesteld en dat het opmerkelijk is dat SZV eerst nu — drie maanden na vonniswijzing — een verzoek tot aanvulling instelt. Indien SZV, zo stelt E's Solutions, daadwerkelijk van mening was dat sprake was van een omissie, dan had het voor de hand gelegen om onverwijld na vonniswijzing een verzoek tot aanvulling te doen. 3.
- Het Hof stelt voorop dat aanvulling van een uitspraak op de voet van artikel 66a Rv ook kan plaatsvinden als het dictum van die uitspraak weliswaar een afwijzing van het "meer of anders" gevorderde dan wel verzochte bevat, maar de rechter tot de conclusie komt dat hij daarbij een (deel van de) vordering of een (deel van het) verzoek over het hoofd heeft gezien en die afwijzing daarop dan ook geen betrekking heeft (vgl. HR 1 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9435, NJ 2010/527). 3.
- Anders dan de hiervoor aangehaald jurisprudentie is er in het onderhavige geval geen sprake van een situatie waarbij verzuimd is te beslissen op de vordering om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Immers, bij akte eisvermeerdering die SZV bij pleidooi heeft genomen heeft zij gevorderd E's Solutions te veroordelen tot terugbetaling aan SZV van de bedragen die op basis van het vonnis van het Gerecht aan E's Solutions zijn betaald. Zij heeft die vordering in hoger beroep niet voorzien van een vordering deze veroordeling tot terugbetaling uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het Hof heeft aldus niet een deel van de vordering over het hoofd gezien. 3.
- Het Hof voegt daar nog aan toe dat "afwijzing van het meer of anders gevorderde" wel betrekking had op de bij grieven gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad, nu de uitspraken in het dictum van het vonnis zich — met uitzondering van de veroordeling tot terugbetaling — niet lenen voor een uitvoerbaarverklaring bij voorraad. BESLISSING Het Hof: wijst het verzoek tot aanvulling van het vonnis af. Dit vonnis is gewezen door mrs. M.W. Scholte, Th.G. Lautenbach en J. de Boer leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curacao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 26 juni 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.