← Nederland

ECLI:NL:OGHACMB:2021:187

Burgerlijke zaken over 2021 Vonnis no.: Registratienummer: (voorheen: AR 76061/2015) CUR201501248 - CUR2018H00123 Uitspraak: 16 maart 2021 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaak van: [APPELLANT], wonende in Curaçao, oorspronkelijk eiser in conventie, gedaagde in reconventie, thans appellant, gemachtigde: mr. R.J. Tromp, tegen de naamloze vennootschap AQUALECTRA N.V. (voorheen: KOMPANIA DI DISTRIBUSHON DI AWA I ELEKTRISIDAD DI KORSOW, h.o.d.n. AQUALECTRA DISTRIBUTION), gevestigd in Curaçao, oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, appellante, gemachtigde: mrs. M.R. Hammoud en I.F. Moeniralam. De partijen worden hierna [Appellant] en Aqualectra genoemd. 1Het verdere verloop van de procedure 1.1 Het Hof heeft bij tussenvonnis van 10 maart 2020 [Appellant] toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands aangenomen juistheid van de kwalificatie diefstal en fraude, de berekening van het ongeregistreerde elektraverbruik en de herberekening van het geregistreerde elektraverbruik over de in het vonnis bedoelde periodes. 1.2 Bij e-mailbericht van 4 mei 2020 heeft de gemachtigde van [Appellant] het Hof bericht dat [Appellant] op [Datum 1] 2019 onverwachts is overleden. De gemachtigde heeft verder meegedeeld dat hij tracht instructies te krijgen van de erfgenamen, teneinde verder te kunnen procederen. 1.3 [ Appellant] heeft op 15 december 2020 een akte uitlating genomen. Ter rolle van 12 januari 2021 heeft Aqualectra een antwoordakte ingediend. 1.4 Vervolgens is nader vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1 Bij akte heeft [Appellant] aangegeven dat na het overlijden van [Appellant] de zus van de weduwe van [Appellant] tot curator is benoemd van de weduwe van [Appellant]. De curator heeft aangegeven dat het verder procederen niet in het belang van de onder curatele gestelde weduwe is, reden waarom zij namens de weduwe afziet van de mogelijkheid om een getuigenverhoor te houden. [Appellant] verzoekt daarom het Hof vonnis te wijzen. 2.2 Bij antwoordakte heeft Aqualectra eveneens vonnis gevraagd, alsmede geconcludeerd het bestreden vonnis te bevestigen en [Appellant] te veroordelen in de kosten van de procedure. 2.3 Nu [Appellant] afziet van het leveren van tegenbewijs, is hij niet in staat de voorshands aangenomen juistheid van de kwalificatie diefstal en fraude, de berekening van het ongeregistreerde elektraverbruik en de herberekening van het geregistreerde elektraverbruik over de in het vonnis bedoelde periodes te ontzenuwen. Daarmee staat vast dat Aqualectra een opeisbare vordering heeft op [Appellant] en dat de vorderingen van Aqualectra dienen te worden toegewezen en de vorderingen van [Appellant] afgewezen. 2.4 De grieven falen en het bestreden vonnis zal worden bevestigd. [Appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep, zoals hierna in het dictum vastgesteld. B E S L I S S I N G Het Hof: bevestigt het vonnis van 30 januari 2017; veroordeelt [Appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Aqualectra vastgesteld op een bedrag van NAf 342,50 aan betekeningskosten en NAf 10.000,00 aan salaris gemachtigde; verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, Th.G. Lautenbach, en J. de Boer leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 16 maart 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.