Burgerlijke zaken over 2021 Vonnis no.: Registratienummers: AUA202001669 – AUA2020H00197 Uitspraak: 26 oktober 2021 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba B E S C H I K K I N G in de zaak van: [APPELLANT], wonende in Aruba, oorspronkelijk verweerder, thans appellant, gemachtigde: mr. R. Marchena, tegen de naamloze vennootschap SERVICIO DI TELECOMUNICACION DI ARUBA (SETAR) N.V., gevestigd in Aruba, oorspronkelijk verzoekster, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. E.H.J. Martis. Partijen worden hierna [appellant] en Setar genoemd. 1Het verloop van de procedure [Appellant] heeft op 28 december 2020 een beroepschrift ingediend waarbij hij in hoger beroep is gekomen van een tussen partijen gegeven en op 27 november 2020 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (verder: het Gerecht). [Appellant] heeft in het beroepschrift vier grieven tegen de beschikking waarvan beroep aangevoerd en toegelicht, en geconcludeerd dat het Hof de beschikking vernietigt en opnieuw rechtdoende primair de vordering van Setar alsnog afwijst, subsidiair een billijkheidsvergoeding vaststelt van Afl. 292.838,- bruto en meer subsidiair ten aanzien van de billijkheidsvergoeding naar billijkheid beslist, met veroordeling van Setar in de kosten van de eerste aanleg en het hoger beroep. Setar heeft bij e-mail van 1 juli 2021 een verweerschrift ingediend met conclusie dat het Hof [appellant] niet-ontvankelijk verklaart, dan wel zijn vordering afwijst, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep. Bij brief van 1 juli 2021 heeft mr. Marchena nadere producties in het geding gebracht. Bij brief van 2 juli 2021 heeft mr. Marchena, mede namens mr. Martis, uitstel gevraagd voor de op 6 juli 2021 bepaalde behandeling ter zitting. Bij e-mail van 5 juli 2021 heeft het Hof partijen bericht akkoord te zijn met het verzochte uitstel en voorgesteld de zaak te verwijzen naar de rol van 31 augustus 2021 voor schriftelijk pleidooi inzake de ontvankelijkheid van het hoger beroep en de daartoe door [appellant] aangevoerde doorbrekingsgronden. Partijen zijn hiermee akkoord gegaan. De op 6 juli 2021 geplande mondelinge behandeling heeft geen doorgang gevonden. Op 31 augustus 2021 hebben beide partijen pleitaantekeningen met producties overgelegd. Vervolgens is uitspraak bepaald op vandaag. 2De beoordeling 2.1 [ Appellant] is vanaf 15 maart 1983 in loondienst geweest van (de rechtsvoorganger van) Setar laatstelijk in de functie van Technicus Bedrijfsautomaten tegen een brutosalaris van Afl. 6.436,-. 2.2. Setar heeft [appellant] bij brief van 5 augustus 2010 op non-actief gesteld met behoud van salaris. [Appellant] is sindsdien niet meer op het werk verschenen en heeft geen arbeid meer voor Setar verricht. Het salaris is wel volledig aan hem doorbetaald. 2.3. Bij inleidend verzoekschrift heeft Setar op de voet van art. 7A:1615w BWA ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [appellant] verzocht wegens gewijzigde omstandigheden. 2.4. Bij exploot van 29 oktober 2020 – uitgereikt aan [appellant] in persoon – is een afschrift van het verzoekschrift aan [appellant] betekend en is [appellant] opgeroepen om op 12 november 2020 ter zitting van het Gerecht te verschijnen voor de behandeling van de zaak, met aanzegging dat tot de dag van de zitting een verweerschrift kan worden ingediend. 2.5. [ Appellant] heeft geen verweerschrift ingediend en is niet ter zitting van 12 november 2020 verschenen. 2.6. Bij de beschikking waarvan beroep is het verzoek van Setar toegewezen onder toekenning aan [appellant] ten laste van Setar van een billijke vergoeding van Afl. 77.232,-. 2.4. Artikel 7A:1615w BWA bepaalt dat tegen de beschikking geen hoger beroep openstaat. Dit is anders in het geval van een zogenoemde doorbrekingsgrond daarin bestaande dat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.