GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba B E S C H I K K I N G op het verzoek tot het verkrijgen van vergunning tot het instellen van afzonderlijk hoger beroep (art. 263a Rv) in de zaak van: [VERZOEKER 1], en [VERZOEKER 2], beiden wonende in Curaçao, en [VERZOEKSTER 3], en [VERZOEKER 4], beiden wonende in Nederland, hierna gezamenlijk: de erven, in eerste aanleg gedaagden in conventie tevens eisers in reconventie, thans verzoekers, gemachtigden: mrs. E.R. de Vries en M. Janssen, tegen [VERWEERSTER], wonend in Curaçao, hierna: [verweerster], in eerste aanleg eiseres in conventie tevens verweerster in reconventie, thans verweerster, gemachtigde: mr. C. van der Slikke. 1Het verloop van de procedure 1.
- Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna het Gerecht) heeft op 30 augustus 2021 een tussen partijen gewezen tussenvonnis uitgesproken. 1.
- Bij op 13 augustus 2021 ingediend verzoekschrift, met producties, hebben de erven verzocht dat hen vergunning wordt verleend om tegen dat vonnis afzonderlijk hoger beroep in te stellen voor zover het betreft de oordelen in rov. 2.3.
- en 2.3.
- van dat vonnis, alsmede de oordelen in rov. 2.
- van dat vonnis voor zover de oordelen in rov. 2.3.
- en 2.3.
- daarin doorwerken, onder het nemen van de nadere beslissingen die het Hof mocht menen te behoren, kosten rechtens. 1.
- [ [Verweerster] heeft bij een verweerschrift / pleitnota van 19 oktober 2021, met producties, op het verzoek gereageerd en geconcludeerd dat de erven de verzochte vergunning moet worden geweigerd, kosten rechtens. 1.
- De erven hebben afgezien van pleidooi. 1.
- Beschikking is bepaald op heden. 2De ontvankelijkheid Het verzoek is tijdig binnen twee weken gerekend van de dag van de uitspraak ingediend ter griffie van het Gerecht. De erven kunnen dus worden ontvangen in hun verzoek. 3Beoordeling 3.
- Het Hof is van oordeel dat een snelle en doelmatige procesgang niet vereist dat afzonderlijk hoger beroep tegen het vonnis van 30 augustus 2021 wordt ingesteld. De verzochte vergunning zal daarom worden geweigerd. 3.
- De erven zullen als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten aan de zijde van [verweerster] gevallen. B E S L I S S I N G Het Hof: - weigert de verzochte vergunning; - veroordeelt de erven in de kosten aan de zijde van [verweerster] gevallen en tot op heden begroot op NAf 2.000,- voor salaris gemachtigde. Deze beschikking is gegeven door mrs. E..M. van der Bunt, F.W.J. Meijer en A.S. Arnold, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en uitgesproken op 23 november 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.