Zaaknummer : H 75/21 Parketnummer : 100.00371/20 Uitspraak : 30 mei 2022 Tegenspraak Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 5 mei 2021 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres]. Hoger beroep Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis van het ten laste gelegde vrijgesproken. Voorts heeft het Gerecht beslissingen genomen ten aanzien van de voorlopige hechtenis. De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. R.H. den Haan, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.D.M. Roseburg, naar voren is gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van voorarrest. De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het Hof tot andere beslissingen komt. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 26 juli 2020 tot en met 27 juli 2020 in Sint Maarten, al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening en/of in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend, ongeveer 12559 gram, in elk geval een hoeveelheid, hennep, zijnde een middel als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening. Bewezenverklaring Het Hof acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - met eenparigheid van stemmen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij in of omstreeks de periode van 26 juli 2020 tot en met 27 juli 2020 in Sint Maarten, al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening en/of in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend, ongeveer 12559 gram, in elk geval een hoeveelheid, hennep, zijnde een middel als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening. Het Hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Sint Maarten. 1Proces-verbaal bevindingen douane. “Op 26 juli 2020 waren wij, verbalisanten, belast met een douanecontrole op de haventerminal te Pointe Blanche. Omstreeks 09:30 uur werd container [container] gelost vanuit het containership [containerschip]. Wij hebben de container geopend. Wij zagen in de container -1- pallet met 3 bruine barrels erop. We zagen dat op alle barrels hetzelfde verzendnummer [verzendnummer] stond geschreven. Wij hebben deze barrels uit de container gehaald en geopend. De verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben de pakketten opengemaakt en de inhoud hiervan gewogen en getest, elk pakket werd apart gewogen. Wij zagen de volgende bruto gewichten: Barrel 1 box 1 Pakket 1A inhoud -524- gram marihuana Pakket 2A inhoud -545- gram marihuana Pakket 3A inhoud -276- gram marihuana Pakket 4A inhoud -542- gram marihuana Pakket 5A inhoud -545- gram marihuana Barrel 1 box 2 Pakket 1B inhoud -546- gram marihuana Pakket 2B inhoud -539- gram marihuana Pakket 3B inhoud -544- gram marihuana Pakket 4B inhoud -545- gram marihuana Barrel 2 box 1 Pakket 1A inhoud -520- gram marihuana Pakket 2A inhoud -518- gram marihuana Pakket 3A inhoud -518- gram marihuana Pakket 4A inhoud -523- gram marihuana Barrel 2 box 2 Pakket 1B inhoud -521- gram marihuana Pakket 2B inhoud -523- gram marihuana Pakket 3B inhoud -518- gram marihuana Pakket 4B inhoud -517- gram marihuana Pakket 5B inhoud -521- gram marihuana Pakket 6B inhoud -518- gram marihuana Barrel 3 box 1 Pakket 1A inhoud -543- gram marihuana Pakket 2A inhoud -542- gram marihuana Pakket 3A inhoud -544- gram marihuana Pakket 4A inhoud -563- gram marihuana Barrel 3 tas Pakket 1B inhoud -564- gram marihuana Totaal gewicht 12559 gram Het testen werd gedaan door een kleine hoeveelheid van de groen gedroogde toppen met vermoedelijk marihuana te testen met behulp van door ‘s-Rijkswege verstrekte narcotica test kit. Wij zagen dat het testbuisje paars gekleurd werd, wat een positieve indicator is van marihuana.” 2Een geschrift, te weten de ‘bill of lading’. “[cargobedrijf] Shipper/exporter: [naam schipper] [adres] [land] Consignee (not negotiable unless consigned to order): [Naam 1] [Adres] [Land] [verzendnummer] Arriving: [containerschip]. EDA: 7/26/2020.” 3Proces-verbaal van aanhouding verdachte. “Op 26 juli 2020 zijn er in de haven van Point Blanche te Sint Maarten, drie kartonnen vaten aangetroffen. Deze kartonnen vaten waren voorzien van het volgende Shipping nummer: [verzendnummer]. Na controle van deze vaten door medewerkers van de Douane zijn er verdovende middelen aangetroffen. In overleg met de officier van justitie, M. Boerlage, zijn de verdovende middelen uit de kartonnen vaten gehaald en in beslag genomen. Verder is in overleg met de officier van justitie besloten om de vaten weer vrij te geven voor een gecontroleerde afhaal bij het cargobedrijf [cargobedrijf] gelegen in Point Blanche. Op 27 juli 2020 omstreeks 14:20 bevonden wij, verbalisanten, ons in burgerkleding ter hoogte van het Cargo bedrijf [cargobedrijf]. Hier werd door medewerkers van het Alpha Team gezien dat de voornoemde kartonnen vaten werden afgehaald door een grijze Toyota, Highlander voorzien van kenteken [kentekennummer]. Wij, verbalisanten, zijn in onopvallende voertuigen achter het voornoemde voertuig aangereden. Nadat het voertuig tot stilstand was gebracht zijn wij verbalisanten, uitgestapt. Wij hebben de verdachte direct kenbaar gemaakt dat wij van de politie waren. De verdachte gaf ons op te zijn genaamd: Naam: [naam verdachte] Voornamen: [voornamen verdachte] Geboren: [geboortedatum] 1993 Geboorteplaats: [geboorteplaats].” 4Proces-verbaal onderzoek telefoon. “Aan de bij de verdachte [verdachte] in beslag genomen Samsung Galaxy S11 heb ik, verbalisant [verbalisant 3], handmatig onderzoek verricht. Ik zag dat er op 26 en 27 juli 2020 met deze telefoon naar de trackingpagina van [cargobedrijf] was gesurft. Ik zag op het startscherm van de telefoon dat er ten tijde van vastleggen van de gegevens op 27 juli 2020 WhatsApp-berichten binnenkwamen. Ik zag een WhatsApp-conversatie met een contact, gebruikmakend van het telefoonnummer [telefoonnummer]. Today Afzender: Cargo came in Ontvanger: Cool it busy up there? Afzender: no we not busy at all. Deze berichtgeving vond plaats voordat [verdachte] naar [cargobedrijf] ging alwaar hij de vaten had opgehaald waarin Marihuana was aangetroffen.” 5De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep. “Het ging zo. Ik zat een keer in mijn auto en iemand vroeg mij of ik een job wilde doen, namelijk dat ik pakketten moest ophalen. Ik heb geen naam of telefoonnummer van hem gevraagd, maar hij had wel mijn telefoonnummer. Ik wist dat de pakketten op mijn naam werden verzonden en ik was daarmee akkoord. Ik heb verder geen vragen gesteld, want ik had geld nodig. De personen met wie ik te maken had, waren geen personen om vragen aan te stellen. Ik wist eigenlijk wel dat dit foute zaken waren. Hij belde mij dan op en vroeg of ik een pakketje kon ophalen. Ik ben, denk ik, twee keer met een huurauto gegaan en de andere keren met mijn eigen auto. Vervolgens reed ik achter iemand aan naar een onbekende, steeds wisselende locaties, waar anderen met mijn auto wegreden en na enige tijd weer terugkwamen. Bij terugkomst was het pakket dan uit mijn auto gehaald. Ik heb 100 tot 200 dollar gekregen iedere keer, 500 is het meest wat ik ooit heb gekregen. Ik heb op 27 juli 2020 getekend voor ontvangst van de vaten en ze vervolgens meegenomen in de auto.” Bewijsoverwegingen De verdachte heeft een concrete verklaring afgelegd over de wijze van afhalen en wegbrengen van de ladingen. Daarbij heeft de verdachte weliswaar niet de namen willen geven van de personen voor wie hij de lading ophaalde, maar het Hof acht de verklaring die de verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd niettemin geloofwaardig. Daarbij neemt het Hof in ogenschouw dat het vaker voorkomt dat er stromannen worden ingezet bij drugsladingen, dat niet ongebruikelijk is dat verdachten bang zijn de namen te noemen van de mensen voor wie zij de opdracht hebben uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen in het dossier zijn dat de verdachte alle ladingen voor zichzelf heeft gehouden. Aldus heeft de verdachte met (een) onbekende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.