← Nederland

ECLI:NL:OGHACMB:2023:18

Burgerlijke zaken over 2023 Registratienummers: CUR201791275 – CUR2021H00306 Uitspraak: 14 februari 2023 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaak van: [ZUS], wonende in Curaçao, in eerste aanleg eiseres in conventie, verweerster in reconventie, thans appellante, gemachtigde: mr. A.K.E. Henriquez, tegen [BROER], wonende in Curaçao, in eerste aanleg gedaagde in conventie, eiser in reconventie, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. R.A.P.H. Pols. Partijen worden hierna [zus] en [broer] genoemd. 1Het verloop van de procedure 1.1 Bij op 8 oktober 2021 ingekomen akte van appel is [zus] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 23 augustus 2021 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht). 1.2 Op 28 oktober 2021 is [broer] overleden. 1.3 Op 19 november 2021 heeft [zus] een memorie van grieven ingediend. Daarbij heeft zij aangevoerd dat het geding dient te worden geschorst wegens het overlijden van [broer], en vijf grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis en de daaraan voorafgegane tussenvonnissen zal vernietigen en de nalatenschap van haar moeder alsnog op de door haar voorgestane wijze zal verdelen, met compensatie van de proceskosten. 1.4 Bij gedingstuk van 10 januari 2022 dat op naam staat van [broer], heeft mr. Pols eveneens aangevoerd dat het geding dient te worden geschorst wegens het overlijden van [broer]. Verder heeft hij aangevoerd dat [zus] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens overschrijding van de appeltermijn. Ook heeft mr. Pols op naam van [broer] de grieven bestreden. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof [zus] direct niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep, althans dit na schorsing en hervatting zal doen, althans het bestreden vonnis zal bevestigen met inachtneming van aanpassingen, met veroordeling van [zus] in de proceskosten in beide instanties. 1.5 Bij e-mail van 22 december 2022 heeft het Hof mr. Henriquez in de gelegenheid gesteld binnen drie weken te reageren op het verweer dat de akte van appel met overschrijding van de appeltermijn is ingediend en dat [zus] daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep. Mr. Henriquez heeft niet tijdig gebruik gemaakt van die gelegenheid. 1.6 Bij e-mailbericht van 12 februari 2022 heeft mr. Henriquez verzocht om bevestiging van intrekking van het hoger beroep. Bij e-mailbericht van 14 februari 2022 heeft mr. Pols verzocht om een formele bevestiging dat er geen wettig rechtsmiddel meer openstaat tegen het bestreden vonnis. 1.7 Vonnis is bepaald op vandaag. 2De beoordeling 2.1 De akte van appel bevat de aantekening dat deze op 8 oktober 2021 is ingediend. Het bestreden vonnis is op 23 augustus 2021 op de rol uitgesproken. [zus] procedeerde toen met gemachtigden mrs. M.F. Bonapart en L.S. Davelaar. Aangenomen moet worden dat [zus] of een gemachtigde namens haar bij de uitspraak tegenwoordig is geweest in de zin van art. 264 lid 2 Rv. De appeltermijn van zes weken dient dus gerekend te worden van de dag van de uitspraak. Deze liep af op 4 september 2021. De akte van appel is op 8 oktober 2021 ingediend. De appeltermijn is dus overschreden. Er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken die een uitzondering rechtvaardigen op de regel dat overschrijding van de appeltermijn tot niet-ontvankelijkverklaring dient te leiden. Het hoger beroep zou dus, indien doorgezet, niet-ontvankelijk zijn verklaard. In dat geval zouden de proceskosten zijn gecompenseerd, gelet op de familierelatie tussen partijen (broer en zus). 2.2 Het Hof zal bij vonnis verstaan dat het hoger beroep is ingetrokken. Dit komt tegemoet aan de wensen van beide gemachtigden. B E S L I S S I N G Het Hof verstaat dat het hoger beroep is ingetrokken. Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, S. Verheijen en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 14 februari 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.